Home

Een hartje van goud, zorg dat je dit behoudt: het poesiealbum was méér dan leuke rijmpjes

Rozen verwelken Voor Facebook, Instagram en LinkedIn was er het poesiealbum, waarmee je ook liet zien wie er tot je kring behoorde en wie niet. En het leert je ook nog wat over poëzie, schrijft Ellen Deckwitz.

Hoe langer ik erover nadenk, hoe vreemder ik het vind. Ik hield als kind van dichten en tekenen, kliederde versjes in talloze boekjes, maar bezat nooit een eigen album.

„Was ook niet nodig”, zei mijn moeder toen ik haar er afgelopen week naar vroeg. „Jij had je slaapkamer.”

Oeps, ja. Ik liet vriendjes en vriendinnetjes gedichtjes en tekeningetjes krabbelen op het behang, waardoor ik elke nacht in een levensgroot poesiealbum sliep. Toen mijn slaapkamer rond mijn twaalfde een make-over kreeg, verdwenen de bijdragen onder een laag verf.

Gelukkig heeft mijn moeder haar eigen album nog, en ontroerd blader ik door het bijna zeventig jaar oude boekje. Een kleine bloemlezing : „…Een hartje van goud/ zorg lieve Mieke/ dat je dit behoudt!”, of „doe als kind je kleine plichten,/ wees geduldig, lief en goed” en als knaller: „Lieve Mieke, ieder mens dat word [sic] geboren,/ krijgt van zijn goede fee,/een helder brandend lampje van zijn geweten mee.” In de kantlijn kortere, luchtiger versjes: „Tip tap top Mieke/ zit in het kippenhok” en „Je ziet wel aan mijn pen/ dat ik geen notaris ben” .

De meeste versjes draaien om goedbedoeld advies dat het kind op het hart drukt om vooral lief, braaf plus gewetensvol te zijn. Je kan het opvatten als morele aansporingen, maar dan doe je zo’n boekje ook tekort. Het album heeft ook een sociale functie. Door iemand om een bijdrage te vragen, kan je vriendschappen smeden en bestendigen. En uit onderzoek van historisch letterkundige Sophie Reinders blijkt bovendien dat dat geen recente ontwikkeling is.

Het album als Tinder

Reinders promoveerde in 2017 cum laude op de voorloper van ons moderne poesiealbum, het zogenaamde album amicorum. Voor haar onderzoek nam ze de albums van jonge adellijke vrouwen uit de zestiende en zeventiende eeuw onder de loep. Deze dames vroegen hun familie, vrienden en kennissen om spreuken, liedjes of gedichten te schrijven in hun album. Via deze teksten werden adviezen, wijsheden en soms een ondeugende kwinkslag meegegeven, eigenlijk net zoals in het album van mijn moeder vierhonderd jaar later. Zo bevestigde en versterkte je de eigen waardengemeenschap en kon je zien wie er wél, en wie er niét bij je kring hoorde.

Reinders noemt deze albums een vroege voorloper van sociale media. Met Facebook, Instagram of LinkedIn stel je immers ook je eigen netwerk samen, bepaal jij wie er mag reageren, en word je zelf weer uitgenodigd om bijdragen te leveren. Wanneer ik haar spreek, vraag ik waar de behoefte van het delen van al die spreuken en wijsheden vandaan komt. Was het alleen uit de wens om te verbinden, of was het ook ter vorming?

„Allebei”, zegt ze meteen. „Albums werden bijgehouden in een levensfase waarin jonge mensen nog volop in ontwikkeling zijn. Als vrouw kon je door middel van je album laten zien hoe deugdzaam en vroom je was en dat je in de juiste kringen verkeerde. Maar we zien ook geflirt, grapjes en grappige tekeningetjes, dus het is – binnen de kaders van het betamelijke – zeker niet alleen braaf.”

De poesiealbums van de twintigste eeuw zijn echt voor kinderen, en die uit de zestiende eeuw waren voor jonge huwbare vrouwen, waarin ook jonge vrijgezelle mannen berichten aan hen schreven. Kan je stellen dat die vrouwenalbums dan ook een soort voorlopers van Tinder waren? Reinders grinnikt.

„Ja, zeker. Al was de vrijheid die je had om te kiezen met wie je wilde trouwen natuurlijk beperkt. Het begon al met wie überhaupt toegang had tot het album. We treffen er de stalknecht of de postbode niet in aan. En al deze adellijke families kenden elkaar en trouwden onderling, dus er was enorme sociale druk en toezicht. Maar er staan ook liefdesversjes en -liedjes in die wel degelijk bedoeld zijn als signaal naar de eigenaresse van het album. Ze hadden allerlei manieren om signalen uit te zenden: initialen aan elkaar tekenen, kroontjes erboven plaatsen, een bepaald type inscriptie kiezen. Het vrouwenalbum kun je wel zien – ietwat gechargeerd – als datingprofiel: kijk hoe vroom ik ben, hoe goed ik mijn talen spreek, hoe ik de gebruiken van onze kring ken.” 

Het poesiealbum als tijdsdocument

Het poesiealbum van de zeventiende eeuw was dus een soort visitekaartje voor de huwelijksmarkt. Dichter naar de twintigste eeuw toe worden de eigenaren jonger, en draait het in de bijdragen niet meer om een demonstratie van het netwerk, een bewijs van de eigen zedigheid of om verkapte contactadvertentie. Dan gaat het om goede raad, en het verzoek om aan de schrijver van het vers te blijven denken. Dichter Iduna Paalman vond een heel mooi voorbeeld daarvan in het exemplaar van haar oudtante Riet, dat dateert uit de Tweede Wereldoorlog.

„Kijk,” zegt ze terwijl ze het album opent, „ook toen schreven ze al klassiekers als ‘tip-tap-top, de datum heeft een hoedje op’ en ‘blauwe ogen, rode mond, lieve Rietje, blijf gezond.’”

Het album eindigt met een heel bijzonder gedicht uit 1945:

Beste Rietje,

Als je naar deez’ bonnen kijkt

Denk je aan distributies narigheid

Denk dan ook echter aan

Mij die dit heeft geschreven

Dan ben je een beste meid

Ik vergeet je niet ten alle tijd.

En dan wijst ze en val ik stil. In plaats van poesiealbumplaatjes zijn er bij dit vers voedselbonnen geplakt.

Maar is het ook poëzie?

Poesiealbums zijn dus bewaarplaatsen van ideeën en geschiedenis en ook nog eens een analoge versie van sociale media. Maar bevatten ze ook literair verantwoorde poëzie? Iduna twijfelt.

„Ik vind poesiealbums een prachtig voorbeeld van poëtische tekst waarmee mensen elkaar iets vertellen wat met ‘dagelijkse’ taal niet kan. Blijkbaar speel je een rol in elkaars leven, dus klim je in de pen en maak je er iets leuks van. Dat dat ‘leuks’ ook afgezaagd of saai of cliché kan zijn, hoort erbij, ook dat is poëzie soms. Het daagt de schrijver uit zich even te verbinden met, of te reflecteren op, de band met de ontvanger. En het poesiealbum is op zijn minst een grandioos tijdsbeeld van de mensen die destijds dus een rol speelden in je leven, dat is in dit geval denk ik waardevoller dan of het literair verantwoord is.”

Wanneer ik dezelfde vraag aan Sophie Reinders stel, moet ze even nadenken.

„Dat is een lastige. Ik geloof zelf niet heel sterk in het onderscheid tussen ‘hoge’ en ‘lage’ literatuur. Deze versjes zijn overduidelijk iets anders dan teksten van Vondel of Maria Tesselschade. Het is een sociale vorm van literatuur, zoals een lied op een verjaardag voor de jarige geschreven of een Sinterklaasgedichtje. Dit soort poesiealbums is een razend interessante bron, want ze komen heel dicht bij het alledaagse leven. Je zit op schoot met een boekje dat iemands sociale kring, en de cultuur daaromheen, gevangen heeft, of dit nu tachtig of vierhonderd jaar geleden is.” 

Dat biedt stof tot nadenken. Voor mij vallen de versjes in poesiealbums hoe dan ook onder poëzie, want ze rijmen, de zinnen beslaan meerdere regels en er is vaak ook nog eens sprake van cadans. Sommigen vinden een gedicht alleen poëzie wanneer het ook een zekere artistieke waarde heeft (en over wat dat dan precies is zijn ontelbare polemieken gevoerd). Wat je je echter ook kan afvragen, is waarom de versjes in deze albums de vorm hebben die ze hebben. Waarom al dat rijm en ritme, terwijl je goed advies ook gewoon even puntsgewijs aan het papier had kunnen toevertrouwen? Daarvoor moeten we weer even terug in de geschiedenis.

Ooit rijmden en dansten teksten niet alleen om mooi te klinken of om de talige gaven van de schrijver te etaleren, maar ook als geheugensteuntje. Door een tekst van ritme en rijm te voorzien werd het makkelijker om die te onthouden. Zo kon je ook kennis delen wanneer je niet kon lezen en schrijven, of geen beschikking had over schrijfmateriaal. En wát dan de moeite van het onthouden en overleveren waard was, waren de wijsheid en kennis die we terugvinden in spreuken, religieuze teksten of heldendichten.

Belangrijke informatie werd in vroeger tijd, toen nog maar weinigen konden lezen en schrijven, via rijm en ritme overgeleverd. En zo kregen rijmende teksten op een zeker moment iets ‘wijs’, wat wetenschappers ook wel het rhyme-as-reason-effect noemen. Sommige onderzoeken suggereren dat een bewering of tekst als waarachtiger wordt ervaren wanneer deze rijmt en goed bekt. De vorm versterkt dan de boodschap.

Wie weet, denk ik, terwijl ik mijn moeders album weer opensla en het eerste gedicht lees. „Onder beuken onder linden/ kan ik slechts een bloempje vinden./ die ge-toe roep in ’t verschiet./ mieke ver-geet-mij-niet.”

Ondertekend door een zekere Ellen.

„Wie was zij?” vraag ik aan mijn moeder.

 „Degene aan wie jij je voornaam dankt”, glimlacht ze.

Vergeet-mij-niet, denk ik. Gebed verhoord.

Op 6 juni zal op Poetry International het programma Rozen verwelken, schepen vergaan: over poesiealbums plaatsvinden, met o.a Sophie Reinders, Iduna Paalman en Ellen Deckwitz. Zie: poetry.nl.Voor wie meer wil weten over zestiende- en zeventiende-eeuwse poesiealbums: Sophie Reinders schreef hierover De mug en de kaars, verschenen bij Uitgeverij Vantilt.

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next