Agaath Witteman was een wetenschapper die haar hart had verpand aan het theater. Naast het regisseren van talloze succesvolle toneelstukken zat ze vier jaar in de Eerste Kamer. ‘Wij Wittemannen hebben niet veel, maar we kunnen wat.’
schrijft voor de Volkskrant over toneel en musical.
Tot op het laatst doorwerken, en in haar geval betekende dat: theater maken. Dat was de attitude van Agaath Witteman, die nog volop bezig was met de repetities van Tsjechovs stuk Ivanov bij haar eigen gezelschap Studio Antigone, toen bij haar een hersentumor werd geconstateerd. Haar zoon Julien Croiset, die de rol van Ivanov speelde, nam de regie over, en de voorstelling kwam er.
Agaath Witteman is afgelopen vrijdag in haar huis in Breukelen aan de gevolgen van haar ziekte overleden. Eerder al kampte ze met dezelfde gezondheidsproblemen. Maar ze was geen vrouw van zeuren, laat staan stoppen. Integendeel: de schouders moesten eronder. Vaak gekleed in ruim jack en met een baseballpetje op, voelde ze zich het best in het repetitielokaal.
Zoals ook in het voorjaar van 2024, toen ze in het Amsterdamse studentencafé CREA de voorstelling Schrijf me in het zand repeteerde, een toneelstuk van Inez van Dullemen dat ze eerder al in 1989 had geregisseerd, toen ze net was aangesteld als artistiek leider van Theater van het Oosten in Arnhem (nu Theater Oostpool).
Dat stuk ging over incest, en Witteman verbaasde zich erover dat daar in 2024 veel moeilijker over werd gedaan dan in 1989, en theaters huiverig waren de voorstelling te programmeren.
‘In die tijd, eind jaren tachtig, waren de mensen nieuwsgierig naar een onderwerp als incest; nu zijn ze er bang voor’, zei Witteman daar twee jaar geleden over. ‘Dat er nu zoveel weerzin is tegen een voorstelling over incest, heeft mij niet persoonlijk gekwetst, maar ik had er echt geen rekening mee gehouden.’
Witteman was een wetenschapper die haar hart had verpand aan het theater. Wellicht kwam dat door haar huwelijk met theatermaker Hans Croiset, of door haar voorkeur voor de Griekse oudheid. Ze studeerde aanvankelijk Romaanse talen en kunstgeschiedenis, om daarna aan de Universiteit van Amsterdam theaterwetenschappen en klassieke archeologie te studeren.
Ze werd regisseur bij het studententoneel en gaf les in Griekse kunstgeschiedenis. Haar eerste grote voorstelling regisseerde ze in 1982 bij het Publiekstheater in Amsterdam: Maria Stuart, een voorstelling waaraan alleen maar vrouwen meewerkten.
In 1983 richtte Witteman met zielsverwanten als Femke Boersma en Marcelle Meuleman Theater Persona op, met als doelstelling theater maken vanuit vrouwelijk perspectief. In 1985 regisseerde ze daar een opzienbarende versie van Shakespeares Het Temmen van de Feeks, met onder anderen Marie-Louise Stheins, Bram van der Vlugt en Ramses Shaffy.
Daarna volgden succesvolle regies van Een bruid in de morgen van Hugo Claus bij de Haagse Comedie en Dodendans van August Strindberg bij De Appel.
In 1989 werd ze benoemd tot artistiek leider van Theater van het Oosten, waar ze voorstellingen maakte als Drie Zusters, Smekelingen en Elektra. In 1993 stopte ze in Arnhem, mede omdat er interne conflicten ontstonden met het bestuur.
Zonder werk kwam ze niet te zitten: Witteman regisseerde bij De Appel, Noord Nederlands Toneel, Het Nationale Toneel en Het Toneel Speelt. Later maakte ze ook vrije producties als Driving Miss Daisy (2018) en Het oog van de storm (2021). Zij was toen al bijna 80 jaar, maar van stoppen was geen sprake.
Uiteindelijk richtte ze een klein productiehuis in eigen beheer op: Studio Antigone. Met Hans Croiset kreeg ze drie kinderen, van wie zoon Julien ook acteur werd. Haar sociale en maatschappelijke betrokkenheid uitte zich ook op politiek vlak: ze werd lid van de PvdA en zat van 2003 tot 2007 voor die partij in de Eerste Kamer, waar ze woordvoeder voor onderwijs en cultuur was.
In 1998 werd het echtpaar Croiset-Witteman in deze krant geïnterviewd en reflecteerden zij op elkaars werk. Witteman toen: ‘In het theater kan ik dingen naar buiten brengen die ik in het gewone leven binnen hou. Ik lijk heel open, maar ben in wezen gesloten. Hans is open, die legt bij wijze van spreken de hele dag door al zijn emoties op tafel. Zie ik zijn voorstelling, dan zie ik Hans.’
Witteman vertelde toen ook over het eenvoudige gezin waaruit zij stamde. Haar vader was hovenier in Oegstgeest, katholiek, negen kinderen. Witteman: ‘Wij leefden heel eenvoudig, thuis hadden we alleen de Sursum Corda, een kerkblaadje en de Katholieke Illustratie. Ik had één jurk die elke avond gewassen werd.
‘Wij Wittemannen hebben niet veel, maar we kunnen wat, dus we doen wat – dat was onze benadering.’ Die benadering heeft haar onder meer gemaakt tot de theatermaker die ze altijd is geweest: strijdbaar, bewogen en bovenal eigenzinnig.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant