Marloes zorgt voor haar moeder en is van mening dat moederliefde de enige echt loyale liefde is. Tot ze een man uit Ecuador ontmoet. Hij was ‘de eerste bij wie ik eenzelfde soort geborgenheid ervoer zonder dat mijn keel werd dichtgesnoerd’.
is journalist. Voor Volkskrant Magazine interviewt ze wekelijks mensen over liefde en relaties.
Marloes (35): ‘Mijn moeder was al ziek toen ik geboren werd, arbeidsongeschikt verklaard vanwege haar MS. Mijn komst was een van de gelukkigste momenten in haar leven, iets waar ze absoluut niet meer op had gerekend. Ze werd fulltime moeder en legde zich met hartstochtelijk plezier toe op het maken van plakboeken van mijn jeugd.
‘Als enig kind was ik het centrum van haar leven. Ik deed de boodschappen en toen ze haar veters niet meer kon strikken, was het vanzelfsprekend dat ik dat voor haar deed. Ik hielp haar met de laatste hap op haar bord, ik hielp haar met aankleden, en had al vanaf mijn 4de, zoals mijn moeder dat noemde, mijn rolstoelrijbewijs.
‘Als we samen een dagje uitgingen, moesten er veel obstakels uit de weg geruimd worden voordat we op pad konden.’ NS-assistentie moest geregeld, wat niet altijd vlekkeloos verliep; wanneer er niet snel genoeg hulp verscheen om de rolstoel uit te rollen, dreigde mijn moeder laconiek en ten overstaan van alle reizigers dan maar aan de noodrem te trekken, waarop ik als jong meisje ineenkromp van schaamte.
‘Eens hebben we twee uur op een tochtig Jaarbeursplein staan wachten op een gehandicaptentaxi. Mijn moeder liet zich daardoor nooit uit het veld slaan en hoewel ze een beroep op me deed als ik in de buurt was, heeft ze me toen ik ouder werd nooit belemmerd in mijn vrijheid. Niet een keer heeft ze me tijdens het uitgaan, gebeld: ‘Je moet nu naar huis komen, want ik wil gaan slapen.’ Dan deed ze het hele bedritueel met heel veel moeite alleen, of ze vroeg hulp aan een vriendin. ‘Ga lekker kamperen met alle jongens en meisjes op de Appelhof en wees vooral niet preuts’, drukte ze me op het hart.
‘Hoewel ik vriendjes had, zag ik mezelf niet trouwen. Ik wilde mijn eigen weg vinden, zolang de zorg voor mijn moeder daar maar niet onder had te lijden. Zij was afhankelijk van mij, maar ik nog veel meer van haar. Ik kon me gewoonweg niemand anders in mijn leven voorstellen met wie ik zo vertrouwd was, tegen wie ik net zo openhartig kon zijn als tegen haar. Met wie ik alleen kon zijn én samen tegelijk.
‘Toen kwam drie jaar geleden het meerdaagse seminar over Mexicaanse poëzie in de VS.’ Ik had gedurende mijn studie Spaans een grote passie ontwikkeld voor Spaanstalige poëzie en had enorm uitgekeken naar deze weken met gelijkgestemden. Op een dag kwam er een man uit Ecuador het lokaal binnenlopen, hij had een klein meisje aan zijn hand en vroeg met priemende ogen of het goed was als zijn 7-jarige dochter erbij kwam zitten, want het was voorjaarsvakantie.
‘Al snel ontpopte hij zich als een van de actiefste deelnemers, hij was enorm belezen, maar vooral vrolijk en ongeremd. In een pauze sprak hij me aan, wie ben je? We praatten wat en uit wat hij zei, begreep ik dat hij niet meer samen was met de moeder van zijn dochter.
‘Geleid door de gezamenlijke interesse voor taal en onder de indruk van zijn talent voor schrijven, van het ritme van zijn gedichten en de beelden die hij daarin wist op te roepen, werd mijn groeiende belangstelling al snel ingehaald door iets veel groters en betekenisvollers: liefde. Al zag ik dat niet meteen.
‘Op basis van eerdere ervaringen meende ik dat liefde fijn kan zijn, maar ook beklemmend, dat de enige echt loyale liefde moederliefde is. Mijn ouders zijn gescheiden toen ik jong was, net als die van bijna al mijn vriendinnen; van de romantische liefde kende ik weinig succesvolle voorbeelden. Mijn moeder en ik waren dan wel versmolten, ze stimuleerde me altijd erop uit te gaan, ook al bleef ze nooit echt alleen achter. Want op vakanties stuurde ik haar dagelijks foto’s en vertelde haar door de telefoon wat ik meemaakte. En als ik thuiskwam hing ze aan mijn lippen.
‘Deze man uit Ecuador met het zwarte haar en de levenslust, was de eerste bij wie ik eenzelfde soort geborgenheid ervoer zonder dat mijn keel werd dichtgesnoerd. Hij bleek iets ouder dan ik, en putte uit veel levenservaring.
‘Toen ik thuiskwam van mijn reis, lag mijn moeder in het ziekenhuis, ik maakte een bed naast haar op, klaar om alles over mijn kennismaking te vertellen, maar ze reageerde gereserveerd. Een man met een kind uit Ecuador, hoezo dan? ‘Ik wil met hem samen zijn, mam.’ Ik vertelde hoe hij en ik uren konden praten over boeken, hoe we samen gedichten lazen, dat hij heel volwassen was en een verantwoordelijke vader, iemand die moeite deed mij het hof te maken.
‘Maar zo snel gaf ze zich niet gewonnen. Ook hun eerste ontmoeting begon stroef. Ze was op haar hoede, sprak zijn taal niet. Pas toen ze bij de derde ontmoeting doorkreeg hoe intens gelukkig ik met hem was, keek ze hem aan: ‘Nu ben jij mijn schoonzoon.’ Zo stelde ze hem even later ook voor aan een vriendin.
‘Ik was 32 en haar goedkeuring deed me goed. In plaats van het duo dat ik altijd was geweest met mijn moeder, maakte ik ineens deel uit van een driemanschap. Dat gaf lucht, maar niet voor lang. Nadat hij mij ten huwelijk had gevraagd en expliciet aan mijn moeder had laten weten dat ze zich geen zorgen hoefde te maken, dat hij altijd voor mij zou blijven zorgen, kondigde ze aan een niet-reanimeren verklaring te willen tekenen.
‘Wat wil je daarmee zeggen, mam?’ ‘Ik zie mezelf geen 80 worden’, antwoordde ze. Ze raakte steeds meer verlamd, dat wist ik natuurlijk wel, maar ik liet me graag misleiden door haar positieve masker. Niet een keer heeft ze ooit in woorden gezegd: het gaat niet goed met mij. Toen haar wasmachine even later stukging, kocht ze geen nieuwe, maar leasde er een met een korte opzeggingstermijn. ‘Hoelang denk je nog’, vroeg ik haar, ‘drie jaar?’ ‘Nee.’ ‘Eén jaar?’ ‘Ook niet.’ ‘Maar wacht, mam, je stapt er niet uit net nu ik gelukkig ben’, zei ik boos. Ze vertelde dat ze al langer ’s nachts in bed dacht: ik wil dood. En meteen erachteraan: het kan niet, Marloes heeft me nodig.
‘Ze overleed een paar maanden later, euthanasie. Op 8 augustus 2025. De laatste drie weken met zijn drieën waren licht en mooi, ze keek uit naar de verlossing. ‘Omdat jij er bent, kan ik gaan’, waren een van de laatste zinnen tegen mijn man.’
De liefde van nu is een rubriek in Volkskrant Magazine over seks en relaties.
Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Marloes gefingeerd. Wil je meer van deze verhalen horen? Luister dan ook naar onze podcast De liefde van nu.
Van eenmalige avonturen tot langlopende relaties: Corine Koole is voor deze rubriek en de gelijknamige podcast op zoek naar verhalen over álle soorten liefde en bijzondere ervaringen die (ook bij jongere lezers) tot nieuwe inzichten hebben geleid.
Meedoen? Mail een korte toelichting naar: deliefdevannu@volkskrant.nl.
Dit is een rubriek uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant