Home

Het middelstekindsyndroom: mythe of niet? ‘Het is een hardnekkige gedachte dat mijn zusje en ik hem hebben verjaagd’

Journalist Isa Davids komt uit een gezin met drie kinderen. Ze koesterde haar broertje als ‘de lijm, de harmonie’ tussen twee zussen. Toen hij naar Berlijn vertrok, vroeg ze zich af of hij vluchtte. Een zoektocht naar de mythe van de middelste.

‘Jullie zijn het perfecte gezin’, was een zin die ik als kind vaak te horen kreeg. Een blond meisje (ik), een jongen met krullen en opnieuw een meisje met roodbruin kroeshaar. Precies drie jaar ertussen. Zo af, zo compleet, dat we in het voorjaar van 2003 gevraagd werden model te staan voor de Landal Greenparks-brochure.

Dat diezelfde kinderen bij Club Med werden weggestuurd omdat ze Franse kinderzieltjes tergden, de teckel voor de grap op Marktplaats zetten, muziekles oversloegen en verkeerspalen jatten: daar zag je op die foto niets van terug. Schijnbaar had de drie-eenheid een mythische waarde, waardoor al die schelmerij minder zichtbaar was voor de buitenstaander.

Tussen al die keet was mijn broertje de zachtaardigste. Veel gevoeliger dan zijn zussen, zoals mijn moeder vaak benadrukte. Misschien was het de liefde die van twee kanten om hem heen hing. Hij was onze lijm, de harmonie, waardoor oorlogje spelen bij spelen bleef, en conflict gesmoord werd met een glas ranja. Onze bemiddelaar, geheel aimabel, de stille kracht tussen ons.

Toen hij op zijn 23ste naar Berlijn vertrok, vroeg ik me stiekem af waarom. Misschien was hij zijn positie als scharnier van het gezin beu. Soms wil je, godbetert, ook eens de deur zijn. Mijn zusje en ik bleven over. Dat ene sussende grapje was nu een stilte. Gekissebis mondde uit in ruzie. De zachtheid van de middelste ontbrak. Pas bij de jaarlijkse familievakanties, als hij op een sukkeldrafje weer kwam opdagen, met zijn bulderlach, wist ik zeker dat het Latijnse gezegde klopte: alles in drievoud is perfect.

Was het mijn eigen projectie? Of moest ik, volgens het scheermes van Ockham, uitgaan van de simpelste verklaring? Namelijk dat we niet zonder de verbindende kracht van de middelste konden.

De cijfers ondersteunen dat idee niet. Het middelste kind wordt namelijk zeldzamer. In 2001 had ruim 17 procent van de Nederlandse gezinnen drie of meer kinderen. In 2025 ligt dat aantal op 15,5 (in 2024 kregen vrouwen hier gemiddeld 1,43 kinderen). Die getallen beperken zich niet tot Nederland. In 2018 luidde The Cut, onderdeel van New York Magazine, al de noodklok. Het middelste kind zou, net als de dodo, ‘met uitsterven bedreigd zijn’. Nogal een ferme woordkeuze. Maar het geeft te denken: wat moeten we zonder het sandwichkind? Hadden Kaïn en Abel het beter kunnen rooien met een gezellig zusje in het midden? En bestaat er wel zoiets als een typisch middelste kind?

Verbinders

Wie even rondwaart op poederige baby-websites, zou zeggen van wel. De middelste heeft online een cultstatus. Hij zou eerlijker, bescheidener en toleranter zijn dan het streberige eerste en verwende jongste kind. Een echte teamplayer (handig voor in het bedrijfsleven). Abraham Lincoln, Martin Luther King en Walt Disney zijn voorbeelden van middelste kinderen. Alle drie, in meer of mindere mate, verbinders.

Sommige mensen menen hun carrière aan hun positie als middelste kind te danken te hebben. Toen de Amerikaanse actrice en producer Issa Rae, bekend van de HBO-serie Insecure, een sieradenlijn uitbracht, zocht ze inspiratie binnen de opbouw van haar gezin. Als middelste van vijf schuwt ze opzichtige versiersels, maar zoekt ze, naar eigen zeggen, juist naar symmetrie: ‘Ik wil graag balans aan alle kanten.’

In 2011 wijdde Catherine Salmon een boek aan het middelste kind: The Secret Power of Middle Children. Hierin staat vooral hoe middelstgeborenen garen kunnen spinnen bij deze positie. De auteur haalt elk denkbaar cliché aan, van broer-zus-rivaliteit tot het doorbreken van een ‘leven in de schaduw’. Volgens Salmon is de middelste vooral een kneedbaar project: ‘Was niet meer dan de helft van de Amerikaanse presidenten een middelste kind?’ (Dat er voor de anticonceptiepil simpelweg meer kinderen waren, en dus grotere gezinnen, lijkt een bijgedachte). Het boek leest alsof het lot van de middelste een soort goddelijke inblazing is. Hij heeft alleen een zetje nodig.

Ook ik zag in mijn broertje lange tijd de verbinder, degene die confrontaties het liefst uit de weg ging. Hij kwam braaf opdagen bij onze grootouders, koos nooit partij toen onze ouders uit elkaar gingen. Toen hij 14 was, probeerde hij eens onder hockeytraining uit te komen door te beweren dat hij plotseling last had van zichtverlies. Deze belabberde poging tot conflictvermijding werkte, natuurlijk, averechts. Ik heb mijn moeder nog nooit zo kwaad gezien. Waarom hij dacht dat deze bokkesprong de sfeer zou verbeteren, is nog steeds een raadsel. Zeg gewoon waar het op staat, dacht ik. Namelijk dat hij, als doodnormale puber, geen zin had.

Populaire verbeelding

De eerste onderzoeker die zich ontfermde over de geboortevolgorde was een Oostenrijker, genaamd Alfred Adler (1870-1937). Deze tijdgenoot van Sigmund Freud en Carl Jung stelde dat de volgorde waarin je werd geboren een belangrijke rol speelt in je leven. De middelste kwam er nogal bekaaid vanaf. Volgens Adler werd die structureel ondergewaardeerd ten opzichte van de oudste en de jongste. Die arme middelmoot is niet meer dan de bemiddelaar, de vredestichter, het verkeerslicht dat oranje kleurt. Zijn hele bestaan zou drijven op wat hij níét was. Die ondankbare positie zou leiden tot een gebrek aan zelfvertrouwen, isolatie en zelfs depressie. De ‘aandoening’ kreeg een naam: het middelstekindsyndroom.

In de film- en tv-industrie speelt de middelste vaak de rol van het zwarte schaap dat aandacht ontbeert, het wrokkige archetype dat er tussenin is geknepen. Denk bijvoorbeeld aan Ronald Wemel uit de Harry Potter-serie, de roodharige middelste wiens moeder zo vurig hoopte dat hij een meisje was. Of de nietszeggende, kalende Stannis Baratheon uit Game of Thrones, die moet opwegen tegen zijn heroïsche oudere broer Robert, en zijn broertje, de publiekslieveling, Renly.

En dan nog de slimme zusjes, dan wel misfits, die vooral worden ingezet om de chaos om hen heen te beschouwen. Alex Dunphy uit de succesvolle Amerikaanse serie Modern Family (2009-2020) bijvoorbeeld, die tussen haar knappe zus Haylie en ondeugende broertje Luke geperst zit. Alex is slimmer en onafhankelijker, maar wordt hierdoor ook steevast over het hoofd gezien door haar ludieke familie. Haar vader Phil noemt haar zelfs een ‘zelfreinigende oven’.

Ook het fictieve personage Lisa Simpson uit The Simpsons krijgt het zwaar te verduren. Als middelste kind (‘Niemand geeft om het middelste kind’, moppert ze in zichzelf), wordt haar verjaardag vergeten, komen haar ouders ‘een keer per twee jaar poolshoogte nemen’ en is haar grootste wens enig kind zijn. Als ze verdwijnt, zegt haar vader Homer droogjes op dag drie: ‘Zeg, zat er geen kind tussen Bart en de baby?’

Dat is nog mild vergeleken met de behandeling van Disney. In sprookjes bestaat het middelste kind niet of nauwelijks. Prinsessen zijn vaak enig kind. Helden de jongste. Een van de weinige middelste kinderen die een heldenrol krijgt toegedicht is Jo March uit het boek Little Women. Al past Jo ook bij de stereotiepe verbeelding van het middelste kind, die geen actieve rol speelt. Ze is de stille observator die later uitmondt in een schrijver.

Mythevorming

Kloppen al die aannames wel? Of is de mythevorming rond de middelste een klassiek voorbeeld van het Barnum-effect, waarbij je jezelf herkent in bepaalde patronen die zo algemeen zijn, dat ze eigenlijk niet veel zeggen. Volgens Susan Branje, hoogleraar pedagogische wetenschappen aan de Universiteit Utrecht, is er geen relatie tussen de gezinsvolgorde en de persoonlijkheid van het kind. ‘Er is heel weinig bewijs dat de middelste van nature meegaander of flexibeler is. Je persoonlijkheid hangt af van te veel factoren, of je veilig gehecht bent, genetische aanleg. Het is onmogelijk te stellen dat alleen je rol als middelste bepaalt wie je wordt in het leven.’

Na Adler is er meer onderzoek gedaan om de theorie van het middelstekindsyndroom te staven. Uit Duits onderzoek uit 2009 kwam naar voren dat het middelste kind vaker geneigd is tot zelfmoord dan eerstgeborenen, laatstgeborenen of enig kinderen. Een ander onderzoek uit 2021 toont dat middelste kinderen, vooral jongens, zich vaker gestraft voelen en oneerlijk behandeld worden ten opzichte van hun broers of zussen.

Maar deze studies zijn onvolledig, zegt Branje. ‘De conclusies komen voort uit kleine steekproeven en onderzoeken spreken elkaar vaak tegen. Later is deze kwestie beter uitgezocht door meta-analyses waarin wetenschappers de resultaten van veel eerdere studies over hetzelfde onderwerp samenvoegen. Daar bleek uit dat de invloed van de geboortevolgorde nihil is.’

Wetenschappers zijn dus sceptisch over de invloed van geboortevolgorde op de persoonlijkheid van het kind. Het idee dat de middelste meebuigender, flexibeler en onafhankelijker zou zijn, is niet bewezen. Kortom: het middelstekindsyndroom is niet meer dan een volkslegende. ‘Als er geen middelste kinderen meer zijn, zal dat op het gebied van persoonlijkheid weinig uitmaken’, zegt Branje.

Binnen het gezin

Bestaand of niet, het middelstekindsyndroom draagt wel degelijk bij aan de beeldvorming van het gezin. Ook binnen mijn eigen gezin bleef deze mythe lang in leven. Ik herinner me een vakantie in de Provence. Op een zonnige zaterdag besloten we naar de rivier Gardon te gaan, die onder de beroemde brug Pont du Gard doorstroomt. Zittend tussen de kiezels hield mijn moeder zich bezig met mijn zusje, terwijl ik met mijn vader speurde naar visjes. Ineens de onverbiddelijke gil van mijn moeder. Daar dreef mijn broertje, met zijn hoofd naar beneden in het groenblauwe water.

Mijn vader rende de rivier in en tilde het peuterlijfje op. Hij kuchte even, maar bleek verder ongedeerd. De schrik op het gezicht van mijn ouders leek moeilijker weg te spoelen. Waren ze hem tussen het geweld van zijn zussen vergeten? Dat ook ik of mijn zusje daar had kunnen drijven, dat het op een toevalligheid berustte, leek niet in ze op te komen. Het was de middelste die daar ademloos had gedreven. Dat maakte het erger in hun beleving.

Het kan heel goed, zegt Branje, dat bepaalde gezinssituaties invloed hebben op je gedrag en algemene vorming. Dat heeft wel degelijk invloed op hoe je je ontwikkelt. De opvoeding is daarbij belangrijk. ‘Als ouders hun kinderen anders behandelen, of kinderen met elkaar vergelijken, heeft dat vrijwel altijd een negatieve uitwerking.’ Maar ook hier spelen meerdere dingen door elkaar heen, stelt ze. ‘Soms is het ook een kwestie van waarneming. Als je denkt dat je jongere zusje verwend wordt, kan het ook betekenen dat zij op het gebied van ontwikkeling nog meer zorg nodig heeft.’ Binnen het gezin zelf kunnen dit soort gevoelens een eigen leven gaan leiden, zegt ze.

Als jou een rol (vredelievend, sociaal, vergeten) wordt toebedeeld door je familieleden, kun je je daar dus naar gaan schikken. Eigenlijk net als bij horoscopen. ‘Dat klopt’, zegt Branje. ‘Alleen is de specifieke invulling van die rollen in alle gezinnen weer anders en ligt het voor een deel aan je persoonlijkheid hoe je daarmee omgaat. Sommige middelste kinderen voelen zich over het hoofd gezien. Anderen ervaren deze positie als heel prettig. Er bestaan te veel variaties om te generaliseren. Je kunt het alleen vanuit het oogpunt van het eigen gezin beschouwen. Vanuit de unieke interacties in jouw gezin en je eigen perceptie ga je je rol binnen het gezin inkleden.’

De laatste mythe

Eindelijk durf ik de telefoon te pakken. ‘Waarom ben je eigenlijk weggegaan?’, vraag ik mijn broer. ‘Kwam dat door ons?’ In mijn hoofd leeft nog steeds de overtuiging dat hij is gevlucht. Het is een hardnekkige gedachte die zich in me heeft genesteld: dat mijn zus en ik hem tekort hebben gedaan, hem verjaagd hebben, of gesmoord. Dat hij daar altijd is blijven drijven in die rivier, met zijn gezicht in het water. Hij begint te lachen. ‘Nee joh. Ik wilde gewoon graag iets voor mezelf. En daarbij: jullie zaten altijd achter mijn vrienden aan.’

En daarmee lijkt de laatste mythe verdwenen.

Cleo van Bosstraten, 30,
middelste van drie zussen, woonplaats Amsterdam.

Wat is een voordeel en een nadeel van het middelste kind zijn?

‘Het voordeel is dat ik altijd mee kon (en kan) met de jongste en/of oudste, maar ook dat ik wat meer vrijheid heb. Vooral vroeger had ik alleen vaak het gevoel dat ik een beetje werd ‘overgeslagen’.’

Zou je zelf drie kinderen willen?

‘Toen ik jonger was dacht ik van wel, maar nu zeker niet. Ik vind het knap hoe mijn ouders dat gedaan hebben.’

Denk je dat middelste kinderen echt anders zijn dan oudste of jongste kinderen?

‘Mijn zussen en ouders zullen hier waarschijnlijk om lachen, maar dat denk ik zeker. Middelste kinderen hebben toch een heel eigen rol binnen het gezin, die niet altijd makkelijk te begrijpen is.’

Nout Eduard Stokvis, 25,
middelste van drie broers, woonplaats Loosdrecht

Wat is een voordeel en een nadeel van het middelste kind zijn?

‘Een voordeel van het middelste kind zijn is dat je een verbinder binnen het gezin kunt worden. Een nadeel is het gevoel dat je overal soms een beetje tussenin zit.’

Zou je zelf drie kinderen willen?

‘Ik zou daar wel voor openstaan. Wat me mooi lijkt, is dat je dan drie verschillende karakters hebt.’

Denk je dat middelste kinderen echt anders zijn dan oudste of jongste kinderen?

‘Op middelste kinderen is doorgaans wat minder controle. Ze bewegen zich tussen verschillende rollen binnen het gezin.’

Zou jij liever de oudste, middelste of jongste zijn in een gezin? Waarom?

‘Het lijkt mij ook wel mooi om de oudste te zijn. Als eerste kind draag je vaak een bepaalde verantwoordelijkheid en vervul je automatisch eerder een voorbeeldrol.’

Erik Pfeiffer, 30,
middelste van drie jongens, woonplaats Utrecht

Wat is een voordeel en een nadeel van het middelste kind zijn?

‘Je hebt zowel de rol van coach als coachee. Dat is heel leuk. Wat minder is de onderlinge dynamiek. Mijn oudere broer was de baas, mijn jongere het lieverdje. Daar hing ik tussen.’

Zou je zelf drie kinderen willen?

‘Op zich wel. Three is a crowd. Met spelletjes is er niet alleen een winnaar en verliezer maar ook nog de variant ‘in ieder geval geen laatste’.’

Denk je dat middelste kinderen echt anders zijn dan oudste of jongste kinderen?

‘Ik was wel wat rebelser dan mijn broers, dat hoor je over middelste kinderen wel vaker.’

Zou jij liever de oudste, middelste of jongste zijn in een gezin? Waarom?

‘De middelste zijn heeft zijn charme. Je oudere broer baant de weg vrij, en je bent, vanwege een jonger broertje, ook niet de baby van het gezin.’

Alon Gerarda Maria Hopman, 33, middelste van een oudere zus (twee jaar ouder) en een jonger broertje (drie jaar jonger), woonplaats Amsterdam

Wat is een voordeel en een nadeel van het middelste kind zijn?

‘Een voordeel is dat je als middelste kind sociaal sterk bent. Je weet om te gaan met jonger en ouder. Een nadeel is dat je ook beetje tussen wal en schip valt, je kunt een beetje de outsider worden. En ik merk heel sterk sinds mijn ouders gescheiden zijn dat ik, als middelste, vaker zeg waar het op staat.’

Zou je zelf drie kinderen willen?

‘Liever een, of maximaal twee, dat heeft vooral met mijn leeftijd te maken.’

Denk je dat middelste kinderen echt anders zijn dan oudste of jongste kinderen?

‘Ja, ik denk dus echt van wel.’

Zou jij liever de oudste, middelste of jongste zijn in een gezin? Waarom?

‘Nu ben ik heel blij dat ik de middelste ben, ik vind mezelf communicatief heel vaardig. Ik ben blij dat ik geen blad voor de mond neem.’

Dit is een verhaal uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next