Het COA biedt alleen nog de meest kwetsbaren direct bij aankomst een bed in het overvolle aanmeldcentrum voor asielzoekers in Ter Apel. Jonge mannen zitten op het gras en wachten. Wat zijn hun verhalen?
is verslaggever van de Volkskrant en schrijft over asiel, migratie en de multiculturele samenleving.
Kevin heeft zich zojuist gemeld bij het kantoortje van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) in het Groningse Ter Apel en zit nu op een zilverkleurige isolatiedeken van het Rode Kruis te wachten op wat komen gaat. De 28-jarige Oegandees plukt wat aan het gras. ‘Ik probeer de hoop niet te verliezen.’
Hij is niet de enige. Het grasveld voor het aanmeldcentrum voor asielzoekers zit maandagochtend vol mensen die hun uiterste best doen hoop te houden. Hoop op asiel, hoop hun achtergebleven familie ooit weer terug te zien, hoop op ruimte voor dromen die verder gaan dan een verblijfsvergunning. En op de korte termijn: de hoop dat het droog blijft en er vanavond ergens een bed is.
Dat laatste is sinds een paar weken niet vanzelfsprekend: het aanmeldcentrum is overvol. Eigenlijk zijn de bedden in Ter Apel voornamelijk bedoeld voor de opvang tijdens het opstarten van de asielprocedure: aanmelden, een eerste check van documenten en een medisch onderzoek. Daarna stromen de meesten in theorie door naar locaties elders in het land, in afwachting van hun IND-interview.
Maar elders is er geen plek: veel gemeenten houden zich niet aan de Spreidingswet die ze verplicht structurele asielopvang te organiseren. Pogingen van asielminister Bart van den Brink om noodopvang te regelen leiden vooralsnog niet tot voldoende resultaat. Mede door soms gewelddadige protesten van tegenstanders zijn gemeenten steeds vaker huiverig om opvang toe te zeggen.
Dus besloot het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) op 20 mei om in Ter Apel alleen nog de meest kwetsbaren direct bij aankomst een bed te bieden. Voor vrouwen, kinderen, zieken en ouderen gaat de poort open, jonge mannen zitten tot nader order op het gras. Die mannen zitten onder de partytenten die het Rode Kruis elke ochtend neerzet. Ze doen dutjes, trappen een balletje en sluiten onderling vriendschappen.
De Volkskrant bracht 24 uur door in Ter Apel om erachter te komen wie deze mannen zijn. Uit hun verhalen blijkt dat een duidelijk onderscheid tussen ‘echte vluchtelingen’ en ‘gelukszoekers’, termen die ook in de Tweede Kamer geregeld vallen, vooral op papier bestaat. En dat er vele wegen zijn die naar dit grasveld leiden.
Op verzoek van de geïnterviewde asielzoekers gebruikt de Volkskrant in dit artikel alleen voornamen. Hun volledige namen zijn bij de redactie bekend. Delen van hun verhalen zijn geverifieerd.
Neem Kevin, die zich maandagochtend in Ter Apel meldt. Hij ontvluchtte in juli 2023 Oeganda, enkele maanden nadat de ‘anti-lhbti-wet’ in werking was getreden. Wie seks heeft met iemand van hetzelfde geslacht kan een levenslange gevangenisstraf krijgen. Na seks met een minderjarige of iemand die met hiv is besmet, volgt zelfs de doodstraf. ‘Ik wilde niet de gevangenis in’, aldus Kevin, die op mannen valt.
Doodsbang vertrok hij naar Ethiopië, vanwaar hij een vliegtuig nam naar Polen. ‘Dat was de enige betaalbare optie’, zegt hij. ‘Nederland zat van het begin af aan in mijn hoofd als eindbestemming.’ Want als puber las hij op internet over landen waar mensen als hij niet als satanistisch worden beschouwd. Grijnzend: ‘Daarom ben ik tijdens het WK altijd voor Nederland.’
Na te zijn doorgereisd naar Nederland kreeg hij te horen dat hij terug moest naar Polen: de zogeheten Dublin-regel bepaalt dat je asiel moet aanvragen in het land waar je Europa binnenkomt. ‘Maar ik heb ook gelezen over Polen, daar hebben ze juist een hekel aan queer mensen’, aldus Kevin, die nog nooit van de Dublin-regel had gehoord. ‘Dus ben ik hier in Nederland onder de radar verdwenen.’
Hij zwierf een tijdlang op straat en kreeg toen in Amsterdam een bed in de opvang voor ongedocumenteerden. Na anderhalf jaar verloopt een Dublin-claim en wordt het land waar je verblijft verantwoordelijk voor de asielaanvraag. Dus reisde Kevin vanochtend opnieuw naar Ter Apel. ‘Ik ben nu niet meer ongedocumenteerd’, zegt hij, en toont zijn IND-aanmeldformulier met daarop naam en foto. ‘Maar ik slaap vannacht misschien wel weer buiten.’
Kevin zit met drie andere Oegandese queers onder een partytent. ‘Dit is nu onze familie’, zegt Harriët (45), die enkele dagen eerder van Oeganda naar Nederland vloog. Zij heeft een bed bij het COA, maar komt af en toe naar het grasveld om te kletsen. Harriët vertelt dat ze op haar 16de moeder werd na een verkrachting. ‘Ze verkrachten lesbische vrouwen om ze te genezen.’ De 23-jarige man naast haar fluistert dat hij bang is.
Plotseling klinkt er een alarm. Telefoons lichten op en verspreiden een indringende toon. ‘Dit is een test, niet schrikken’, roept een vrijwilliger van het Rode Kruis in het Engels. Hoewel niemand blijk geeft van paniek, loopt ze alle tenten af. ‘Dit gebeurt in Nederland op elke eerste maandag van de maand, er is niks aan de hand.’
Onder een partytent vlakbij de poort zit een groep Palestijnen uit Gaza. Ze hebben allemaal een oranje polsbandje: dat betekent dat ze geen bed hebben binnen en dus recht hebben op het eten dat het Rode Kruis drie keer per dag uitdeelt. Ze hebben hun sneakers netjes naast elkaar gezet aan de rand van de isolatiedekens. De macht der gewoonte: thuis doen ze ook hun schoenen uit bij de voordeur. Op hun aanmeldformulieren staat ‘nationaliteit onbekend’. Palestina komt niet voor in de IND-systemen, want Nederland erkent de Palestijnse staat niet.
Palestijnen vormen momenteel de grootste groep onder de mensen die voor het eerst asiel aanvragen in Nederland, zo blijkt uit cijfers van de IND. In de eerste twee maanden van het jaar zijn 750 mensen geregistreerd met ‘nationaliteit onbekend’, bijna vijf keer zoveel als in dezelfde periode vorig jaar.
Volgens asielminister Van den Brink is 98 procent van hen Palestijns, zo zei hij vorige week in antwoord op Kamervragen, 84 procent komt uit Gaza.
Zij verlieten Gaza bijna allemaal al voor de Hamas-aanslag in 2023. Want ook toen leefden ze al onder het juk van Israël. Sinds de aanslag en het daaropvolgende genocidale geweld is het vrijwel onmogelijk geworden om Gaza te ontvluchten. Wat verder opvalt is dat ongeveer 70 procent van de Palestijnen die nu hier asiel aanvraagt al een asielstatus in Griekenland heeft.
Ook de Palestijnse Rami (28) reisde al in 2021 via Turkije met een bootje naar Griekenland. Daar kreeg hij vrij snel een asielstatus om er vervolgens achter te komen dat hij daar weinig aan had. ‘Je krijgt in Griekenland geen onderdak’, vertelt hij. Zonder werk is het niet mogelijk woonruimte te huren en zonder adres is fatsoenlijk werk vinden onmogelijk. ‘Je kunt je hooguit voor een hongerloon laten uitbuiten op de zwarte markt terwijl je op straat leeft.’
Rami ging daarom naar Duitsland en deed daar een nieuwe asielaanvraag. De procedure duurde bijna vier jaar, in die tijd werkte hij bij pizzafabriek Freiberger. Voorzichtig, om het papier niet te kreuken, haalt hij een aanbevelingsbrief uit zijn tas. ‘Wij zijn het grootste pizzabedrijf ter wereld’, staat in de brief waarin Rami uitvoerig wordt geroemd om zijn werklust en zorgvuldigheid. ‘Door zijn vertrek zijn wij een goede werknemer kwijt.’ Want Duitsland besloot vorige maand dat Rami vanwege de Dublin-regel terug moest naar Griekenland.
De Palestijnse Mohamed (38) mengt zich in het gesprek. Ook hij begon zijn reis door Europa in Griekenland, ook hij ging vervolgens door naar Duitsland om daar asiel aan te vragen en te werken. Ook hij kreeg te horen dat hij terug moet. ‘In Griekenland kan ik mijn vrouw en drie kinderen niet uit Gaza halen’, zegt hij. De Griekse eisen voor gezinshereniging zijn zo streng dat het de facto onmogelijk is. Ook omdat ngo’s die vluchtelingen financieel en juridisch bijstaan grotendeels zijn wegbezuinigd.
‘Kijk’, zegt Mohamed, die het groene stressballetje waar hij doorlopend in knijpt even weglegt om zijn telefoon te openen. Hij toont foto’s van verminkte lichamen, bedekt met bloed en gruis. ‘Dit is mijn vader’, zegt hij en bladert verder door de foto’s die hij van een familielid geappt kreeg. ‘En dit is mijn moeder.’ Mohamed vertelt dat hij al in Griekenland was toen ze door Israël werden gedood. Zijn vrouw en kinderen leven nog. ‘Maar nu ik geen geld kan sturen, weet ik niet voor hoelang nog.’
Rami en Mohamed hopen op asiel in Nederland – en tot voor kort zouden ze goede kans hebben gemaakt. Want vanwege de erbarmelijke omstandigheden in Griekenland mocht de IND alleen zelfredzame vluchtelingen terugsturen, de rest kreeg hier een normale asielprocedure. Maar vorige week liet Van den Brink weten dat de IND zaken van Griekse statushouders niet meer inhoudelijk behandelt ‘in afwachting van goede afspraken over terugkeer en opvang met Griekenland’.
Om een uur of een gaat de poort open. COA-medewerker Marjon Kroes (60) komt naar buiten met een namenlijst. De mannen snellen op haar af en drommen om haar heen. Ook Rami en Mohamed springen op. ‘Zij bepaalt wie er naar de vingerafdrukken gaat’, legt Rami uit.
‘Naar de vingerafdrukken’ is de term die op het grasveld wordt gebruikt voor de gang naar de Dienst Identificatie en Screening Asielzoekers (Disa). Tijdens deze stap, die volgt op de aanmelding bij de IND, worden dus vingerafdrukken afgenomen. Daarnaast worden foto’s gemaakt, documenten op echtheid gescreend en wordt bepaald of iemand hier asiel mag aanvragen of als ‘Dublin’ wordt aangemerkt.
‘Mustafa?’ Kroes kijkt om zich heen. ‘Muuustafaaa, waar ben je?’ zingt ze. Van achter in het veld komt een slaperig ogende man aan gestommeld. Dan klinken ook de namen van Rami en Mohamed. Rami pakt zijn rugtas, Mohamed zijn rolkoffer en de plastic tas met slaapzak die hij van het Rode Kruis kreeg. ‘You have a room’, zingt Kroes. Want, zo blijkt, na hun bezoek aan de Disa krijgen ze een bed.
Halverwege de middag zit de Syriër Mahdi (39) aan de rand van het veld te kijken hoe de pendelbus uit Emmen steeds nieuwe asielzoekers brengt. Mahdi heeft geen oranje polsbandje meer. De slaapplaatsen binnen worden verdeeld op volgorde van aanmelding, Mahdi kreeg na zes dagen wachten een bed. Nu is hij op bezoek bij vrienden die nog wel op het gras verblijven.
Hij ontvluchtte Syrië op de dag dat dictator Bashar al-Assad viel. ‘Ik ben sjiiet, en al toen de troepen van Jolani (de jihadistische rebellenleider, red.) oprukten, ontving ik dreigementen dat ze zouden gaan afrekenen met sjiieten.’ Hij vertrok met zijn vrouw en drie dochters naar het zuiden van Libanon, waar ze een huis bouwden.
Maar in de Israëlische vernietigingscampagne zijn sindsdien complete dorpen van de kaart geveegd, waaronder Mahdi’s huis. Hij vertrok via Irak en Egypte naar Libië. ‘Ik zat dertig uur op een bootje naar Italië’, vertelt hij. Zijn vrouw en dochters zijn in Libanon noordwaarts gevlucht en hopen dat ze Mahdi snel achterna kunnen reizen. Hen direct meenemen was geen optie: ‘De reis kost 10 duizend euro per persoon en is bovendien levensgevaarlijk.’
Volgens Mahdi staat Nederland in Syrië bekend als een goed land om naartoe te vluchten. ‘Op sociale media gaat rond dat Nederlanders vriendelijk zijn’, zegt hij. Maar deze dagen ziet hij ook een andere kant. ‘Soms rijden er auto’s langs met mensen die hun middelvinger opsteken en ons uitschelden.’ Hij haalt zijn schouders op. ‘Ik ben het gewend, in Syrië was de haat ook groot.’
Hij schrok wel toen vorige week een foto van hem opdook op de Duitse Arabischtalige nieuwspagina G100. Hij is te zien op het gras in Ter Apel, bij een bericht over het gebrek aan humanitaire opvang. Hij schrok vooral van de honderden negatieve reacties op Facebook. ‘Waarom zouden ze menselijk behandeld moeten worden?’, schrijft iemand. ‘Ze maken de plek walgelijk met hun vuiligheid, ze willen de wereld islamiseren. Ze moeten terug naar Syrië.’
Er stopt weer een bus, een Afrikaans gezin stapt uit. Mahdi kijkt naar de vier kleurig geklede kinderen. ‘Mijn dochters zijn 12, 7 en 2 jaar oud’, zegt hij en staart een tijdje voor zich uit. ‘Ik weet dat Syriërs niet veel kans meer maken op asiel in Nederland. Maar ik probeer het gewoon. Ik heb hoop dat het lukt.’
Vanuit zijn ooghoek volgt hij een groep Tunesiërs die schreeuwend en ruziënd over het terrein loopt. Net als veel anderen op het gras stoort Mahdi zich aan deze zogeheten veiligelanders. ‘Ze stelen telefoons’, vertelt hij. ‘Ze drinken en blowen en geven ons allemaal een slecht imago.’
Het avondeten is gearriveerd, er is penne en lasagna. ‘Wie wil er nog een toetje?’, roept Rode Kruis-vrijwilliger Emmy Jansen (60) terwijl ze met een tray yoghurtjes over het terrein loopt. Ze zorgt dat overlastgevers als laatsten aan de beurt komen. ‘Ze stelen’, zegt ook zij. ‘En ze gooien andermans waterflesjes leeg om statiegeld te innen.’
Tijdens het avondeten komt het verlossende nieuws: er staan voor vanavond 150 bedden klaar in Tweede Exloërmond, een kleine Drentse gemeente op slechts een kwartiertje rijden. De afgelopen weken zijn verschillende gemeenten te hulp geschoten door nachtopvang te regelen. De mannen worden steeds ’s avonds met een bus opgehaald en ’s ochtends vroeg weer teruggebracht.
Om half negen staan de mannen met oranje polsbandjes in de rij voor de eerste bus naar de nachtopvang, ook de Oegandese Kevin en zijn 23-jarige landgenoot sluiten aan. Een man met een paniekerige blik in zijn ogen klampt vrijwilliger Jansen aan. Hij vertelt over zijn kinderen in Gaza, dat ze hulp nodig hebben, dat hij bijna doordraait van angst en zorgen. ‘Dit is zo frustrerend’, zegt Jansen verdrietig nadat hij is weggelopen. ‘Je hoort al die verhalen en kunt niks doen.’
De bus rijdt in de avondschemer door de uitgestrekte weilanden naar Tweede Exloërmond. Daar heeft het Rode Kruis de lokale sporthal omgebouwd tot nachtopvang. De vluchtelingen worden via een achteringang naar binnen gebracht, iedereen krijgt een slaapzak en een douchesetje. ‘Ik ben moe en gestrest’, zegt Kevin, die direct een bed opzoekt. Op de wanden tussen de stapelbedden staat ‘welterusten’ in verschillende talen.
Burgemeester Jan Seton (CDA), gestoken in een blauw pak met stropdas, kijkt tevreden toe hoe de mannen zich installeren. ‘De komende drie nachten zijn ze welkom hier’, zegt hij. ‘We laten Ter Apel niet in de kou staan, het zijn buren in nood.’ Maar eigenlijk vindt hij het vreselijk dat ‘dit gesleep met kwetsbare mensen’ nodig is. ‘Ook andere gemeenten in Nederland zouden eindelijk eens hun verantwoordelijkheid moeten nemen.’
Op dat moment is er nieuws uit Brussel. De EU-lidstaten en het Europees Parlement geven een klap op de laatste details van het migratiepact. Afgewezen asielzoekers mogen deze zomer al naar zogeheten terugkeerhubs buiten Europa worden gestuurd. Rechtse partijen bejubelen het akkoord, de Groenen noemen het een ‘historische tegenslag voor de fundamentele rechten van verbannen mensen’.
Dinsdag bij het ochtendgloren blijkt dat niet iedereen op tijd in Ter Apel was voor de nachtopvang: drie Palestijnen hebben de nacht op het gras doorgebracht. Het was koud, ze zijn moe. De afgelopen jaren woonden ze in België, vertellen ze. Ook zij zijn teruggestuurd naar Griekenland, ook zij zijn ten einde raad omdat ze daar niet kunnen werken en geen kans maken op gezinshereniging. ‘Waarom ziet niemand ons als mensen?’, roept Ahmed (28) met tranen van frustratie in zijn ogen. ‘Ze noemen ons asielshoppers. Maar we zijn mensen en onze kinderen gaan dood van de honger.’
Dan komt een andere Palestijn aangerend. ‘Het IND-kantoor is open, we kunnen ons aanmelden’, roept hij en pakt zijn rolkoffer. Verderop kruipen de Soedanezen Ahmed (35) en Al-Tayeb (24) uit hun slaapzakken, ook zij kwamen vannacht pas laat aan. Ze wrijven de slaap uit hun ogen en zoeken op het terrein naar halfvolle waterflesjes om hun gezichten te wassen. ‘Ik kom uit Darfur’, zegt Al-Tayeb zacht. ‘Het is daar oorlog.’
De bus uit Tweede Exloërmond is inmiddels ook gearriveerd. Kevin installeert zich op de plek waar zojuist de Palestijnen nog lagen. Hij kruipt in een van de achtergelaten slaapzakken en maakt zich op voor weer een dag in het gras. ‘Ik weet niet of ik vandaag naar binnen mag’, zegt hij gelaten. ‘Ik hoop het.’
Voor dit artikel werkte de Volkskrant samen met de uit Syrië afkomstige tolk en journalist Hisham Arafat.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant