Het 'kansrijk adviseren' waarbij leerlingen uit groep 8 bij twijfel naar een 'hoger' middelbareschoolniveau mogen schiet zijn doel voorbij. Dat zeggen vmbo- en praktijkonderwijsscholen tegen NU.nl. Het leidt regelmatig tot zorgen in plaats van kansen.
Deze maand horen vermoedelijk duizenden brugklassers dat ze niet op hun schoolniveau mogen blijven. Het gevolg: teleurgestelde kinderen, schoolwisselingen en scholen die daar niet op zijn berekend.
Kansrijk adviseren begon in coronatijd en is sinds het schooljaar 2023-2024 beleid. Het geeft leerlingen de kans zich te bewijzen. Stel dat een groep 8-leerkracht twijfelt tussen vmbo-t- en havo-advies en een kind bijvoorbeeld de doorstroomtoets verrassend goed maakt, dan moet de leerkracht in principe havo adviseren.
Ongeveer 20 procent van de achtstegroepers krijgt het voordeel van de twijfel. Maar lang niet elk kind redt het op het optimistisch geadviseerde schoolniveau, zien de koepels van vmbo- en praktijkonderwijsscholen. Dat heeft grote gevolgen voor zowel de leerling als de school waar ze naar moeten overstappen.
"Voor de kinderen is het natuurlijk dramatisch. Ze 'mochten' naar de havo, maar na een jaar 'moeten' ze alsnog naar het vmbo. Zo voelt het voor ze: alsof ze hebben gefaald", zegt Arjen Daelmans, voorzitter van Stichting Platforms VMBO. "Het betekent vaak ook wennen aan een nieuw schoolgebouw, een andere schoolcultuur met andere regels en je plek vinden in een nieuwe klas."
Als een leerling van vmbo naar praktijkonderwijs gaat, moet hij of zij vaak praktische vaardigheden bijspijkeren, vult voorzitter Nicole Teeuwen van de Sectorraad Praktijkonderwijs aan. "In het praktijkonderwijs leren leerlingen bijvoorbeeld al snel behoorlijk wat horecavaardigheden. Terwijl een van het vmbo afkomstige leerling misschien helemaal nog niet heeft geleerd hoe hij een ui moet snipperen, tomaten moet snijden en soep moet koken."
De golf aan zijinstromers brengt scholen in een lastig parket. Teleurgestelde kinderen op hun nieuwe school verwelkomen, wegwijs maken en begeleiden kost leraren tijd en moeite.
"Er zijn ontzettend veel gesprekken nodig om leerlingen en ouders te motiveren voor zo'n overstap", vertelt Teeuwen. Ook hebben docenten soms de handen vol aan de onrust die ontstaat wanneer een nieuwe leerling de sociale dynamiek van een klas opschudt.
Omdat er het hele jaar door nieuwe leerlingen binnendruppelen, puzzelen veel scholen met onder meer bijles, aangepaste lessen, roosters, klassengrootte en vacatures. Dat kun je zien in de afbeelding hieronder. Volgens Teeuwen zijn de gevolgen zelfs zo groot dat het praktijkonderwijs voor het eerst in jaren moeite heeft om vacatures in te vullen. Het werk is ingewikkelder en daardoor onaantrekkelijker geworden en het ziekteverzuim stijgt.
Een van de vele zijinstromers is de dertienjarige Nolan. Op de basisschool wezen veel van zijn toetsmomenten voornamelijk richting vmbo, maar dankzij een verrassend goed toetsresultaat in groep 8 mocht hij naar de havo. Een havo/vwo-brugklas zelfs. "Zijn cijfers waren daar vorig jaar steeds kantjeboord: een 5,6, een 5,3, een 5,8…", vertelt zijn vader Dennis Rijntjes. Nolan moest basketbaltrainingen gaan afzeggen om te leren voor toetsen. "Hij werd er niet gelukkiger van."
Algauw bleek 2-vmbo een logischer vervolg van zijn schoolloopbaan dan 2-havo. "Dat waren wel pittige gesprekken voor hem. Bovendien moest hij wéér in een nieuw schoolgebouw beginnen en wéér integreren in een nieuwe klas."
Toch pakte de overstap goed uit: Nolan is op het vmbo rustiger en minder gespannen. Maar bij zijn volgende kind zou Rijntjes niet meer zomaar akkoord gaan met een optimistischer schooladvies "op basis van één toets en één gesprek".
Er zijn geen exacte cijfers van hoeveel kansrijk geadviseerden het niet redden. Maar zoals je in onderstaande grafiek kunt zien, verwelkomde het praktijkonderwijs vorig jaar bijvoorbeeld bijna 30 procent meer leerlingen uit 1-vmbo dan in 2020. En in een recente peiling gaven in totaal 130 ondervraagde vmbo-scholen aan dat zij gemiddeld 23 zijinstromers per jaar hebben. Dat is per school bijna een hele klas erbij.
Overstappen van vwo naar havo lijkt minder aan de orde, mede door de vele havo/vwo-combinatieklassen in jaar 1 en 2.
Maar kansrijk adviseren is natuurlijk niet voor niets bedacht. Sommige kinderen worden immers onderschat door hun meester of juf, vooral als ze een migratieachtergrond hebben of uit een gezin met een lagere sociaaleconomische status komen. Zij worden juist geholpen met een optimistischer advies.
De Onderwijsraad benadrukt dat de meeste kansrijk geadviseerden het wél redden op het uitdagender niveau, maar is ook kritisch. "Elk kind verdient de kans om zich te ontwikkelen", vindt Louise Elffers. Zij is Onderwijsraad-voorzitter en bijzonder hoogleraar Kansengelijkheid in het Onderwijs. "Maar door kansrijk adviseren krijgen scholen te maken met andere typen leerlingen dan voorheen. Dat vergt andere begeleiding. Anders pak je de kansenongelijkheid nog steeds niet echt aan."
De Onderwijsraad pleit sowieso voor minder vastomlijnde 'hokjes' direct na groep 8. Elffers wil graag "brede scholengemeenschappen" met verschillende leerroutes. "Met daarbinnen heel veel flexibiliteit."
Bij sommige vakken kun je leerlingen in de eerste jaren nog prima bij elkaar houden, noemt ze als voorbeeld. "En bij bijvoorbeeld Nederlands en wiskunde kun je ze dan indelen in niveaugroepen." Op zo'n school zou het makkelijker zijn voor leerlingen om verschillende niveaus uit te proberen en zo nodig van schoolniveau te wisselen.
Staatssecretaris Judith Tielen (Onderwijs) laat in een reactie weten: "Ik ben met scholen, onderwijsinstellingen en andere betrokkenen in gesprek over hoe we de overstap van basis- naar voortgezet onderwijs kunnen verbeteren. Mij is al wel duidelijk geworden dat er niet één simpele oplossing is om ervoor te zorgen dat iedereen na de basisschool direct in de juiste, passende richting instroomt."
Source: Nu.nl algemeen