Home

De onervaren commissieleden krijgen weinig zelfreflectie uit de eerste zeven getuigen in de enquêtecommissie corona

Parlementaire enquête corona De eerste week van de openbare verhoren van de coronacommissie zitten erop. Veel nieuws kwam er niet naar boven, wel was irritatie merkbaar tussen de getuigen en de commissie.

De parlementaire enquêtecommissie over het coronabeleid.

Het was nog niet heel expliciet, maar tussen de regels door leek de boodschap van Jaap van Dissel duidelijk: de maatschappelijke, economische en sociale consequenties hadden moeten worden meegewogen bij het nemen van de verregaande coronamaatregelen. Niet binnen het Outbreak Management Team (OMT), zei de oud-voorzitter van dat adviesorgaan, want „daar hoort het niet thuis. Dat was niet onze expertise. Maar wij waren er zeer sterk voorstander van dat het kabinet het wel zou meewegen”.

Of het kabinet dat voldoende heeft gedaan, wilde Van Dissel niet zeggen. Wel wees hij op het Maatschappelijk Impact Team, de tegenhanger van het OMT, dat in september 2022 werd opgericht door het kabinet en adviseerde over de sociaalmaatschappelijke en economische gevolgen. Van Dissel, een van de hoofdrolspelers uit de coronacrisis: „Op dat moment waren we ongeveer al aan het afsluiten. De vraag was: wie doet wanneer het licht uit?”

De opmerkingen van Van Dissel waren misschien de meest kritische tijdens de eerste openbare verhoren van de parlementaire enquêtecommissie corona. Zeven van de 47 getuigen, die onder ede hun verhaal deden, zijn langsgekomen – er zijn nog acht weken te gaan. Echt nieuwe feiten leverden de verhoren tot nu toe niet op, veel spannende momenten evenmin. De inhoud van de gesprekken liep sterk uiteen, van de rol van de Tweede Kamer (met oud-Kamervoorzitter Arib) tot de verspreiding van het virus (viroloog Marion Koopmans) en de ervaringen met de eerste coronaweken in het crisisgebied Noord-Brabant (Jack Mikkers, burgemeester van ‘s-Hertogenbosch).

Tot nu toe weinig zelfreflectie

Toch zijn wel enkele lijnen te onderscheiden. Zo is van zelfreflectie op de eigen rol in de pandemie nog weinig te merken, ook al is het zes jaar na de start ervan. Geregeld werden vragen doorgeschoven („Daarvoor moet u toch echt bij de minister-president/Hugo de Jonge/de heer Van Dissel zijn”). Veel getuigen maakten consequent onderscheid tussen wat toen bekend was en „de kennis van nu.” Oud-minister voor Medische Zorg Bruno Bruins (VVD) zei: „Ik blijf liever bij het verstand van toen. Met de informatie die je op dat moment had.” Het kabinet had in de begintijd – Bruins viel na drie weken coronapandemie overbelast uit – gedaan wat nodig was, zo vond hij.

Dat vond ook Ernst van Koesveld, destijds directeur-generaal Langdurige Zorg bij het ministerie van VWS. Het landelijke bezoekverbod voor ouderen in verpleeghuizen noemde hij „een loodzwaar maar nog steeds verstandig besluit”. Al snel tijdens de pandemie bleek dat kinderen van verpleeghuisbewoners soms amper afscheid konden nemen van hun ouders als die stierven. Er was in verpleeghuizen aanvankelijk ook een tekort aan beschermingsmiddelen, zoals mondkapjes en schorten – bij de verdeling ervan kwamen zij na de ziekenhuizen. Van Koesveld ontkende dat de langdurige zorg volledig „ondersneeuwd” raakte door de overvolle ziekenhuizen. „Wij waren hier dag in dag uit volledig mee bezig.” Hij maakte een vergelijking met de media en de politiek, waar „meer aandacht was voor de acute zorg”.

Jan Kluytmans tijdens het verhoor.

Khadija Arib loopt binnen bij de openbare verhoren.

Jaap van Dissel tijdens zijn verhoor.

OMT had geen oog voor neveneffecten

Hoogleraar microbiologie Jan Kluytmans was wel kritisch op het OMT waar hij zelf deel van uitmaakte. Hij zei, net als Van Dissel een paar dagen later, dat het OMT vooral oog had voor de medisch-epidemiologische kant. Het OMT had nauwelijks kennis over neveneffecten, zei Kluytmans, alleen „zijdelings”. Hij adviseerde bij een volgende crisis gebruik te maken van een „breder OMT”.

Kluytmans wees er ook op dat in die eerste weken de urgentie van de crisis nauwelijks buiten zijn eigen provincie Noord-Brabant doordrong, omdat bijvoorbeeld in Groningen bij onderzoek geen enkele besmetting werd gevonden. Ook bij het RIVM drong de spoed nog niet goed door, zei hij. De Tweede Kamer was evenmin voorbereid op de coronacrisis, vertelde oud-Kamervoorzitter Arib. „Er was geen crisisplan hoe we als Tweede Kamer met een pandemie moesten omgaan. Er waren alleen crisisplannen voor bijvoorbeeld cybercrime, veiligheid en terrorisme.” Daarom was de chaos groot in de eerste weken en wilden veel Kamerleden uit angst voor besmetting niet naar de Kamer komen. Arib betwijfelde overigens of een crisisplan zin zou hebben gehad: „Je kan allerlei plannen en protocollen hebben, maar je hebt te maken met een crisis en maatregelen die direct ingaan. Dan ga je niet eerst kijken wat er in een plan staat.”

Commissie heeft het moeilijk

De enquêtecommissie zelf moet duidelijk nog warmdraaien. Commissielid Annelotte Lammers (Groep Markuszower) leek haar vragen vaak voor te lezen en vroeg zelden door. Dat gold soms ook voor de rest van de commissie, bijvoorbeeld toen het ging over de ‘indam-strategie’ van het virus. Indammen was volgens oud-minister Bruins in het begin het doel van het kabinetsbeleid – een strategie die al snel werd vervangen door ‘gecontroleerde verspreiding’. Sowieso had de commissie het moeilijk met Bruins, die defensief oogde. Zijn interview duurde minder dan twee uur, terwijl voor de verhoren drie uur staat en die tijd meestal volop wordt benut. Het lukte de commissie zichtbaar niet om Bruins kritischer te laten reflecteren.

Ook bij Van Dissel had de commissie het moeilijk. Hij gaf meer college dan antwoorden en nam de regie van het verhoor bijna over met opmerkingen als: „Ik denk dat u bedoelt dat (…)” en „Ik denk dat u dat zo gaat vragen dus ik geef zelf al een voorbeeld” en „Ik denk dat ik u moet corrigeren.” Op de vraag of er voldoende rekening is gehouden met de niet-medische effecten van de coronamaatregelen, kaatste hij de bal terug: „Dat is uw taak om uit te zoeken.”

De samenstelling van de commissie zit daarbij in de weg. Er zitten geen zwaargewichten in. Op twee na (voorzitter Daan de Kort van de VVD en GroenLinks-PvdA-lid Songül Mutluer) heeft de commissie nauwelijks politieke ervaring. Ook zitten vier van de vijf leden net een paar maanden in de commissie en hebben ze dus alle besloten voorgesprekken en het onderzoeken van documenten de afgelopen twee jaar gemist. Alleen De Kort is er sinds het begin, februari 2024, bij.

Arib gaf de commissie aan het eind van haar verhoor de boodschap mee niet de verkeerde insteek te kiezen. Ze wees op de nadruk die lijkt te worden gelegd op „lessen trekken en vooruitkijken” – vaak herhaald door de voorzitter. Arib: „Ik mis de nadruk op waarheidsvinding en verantwoording afleggen. Hoe zijn besluiten tot stand gekomen? Wie is verantwoordelijk voor wat? Verantwoording is enorm belangrijk, zeker als het gaat om corona en de impact daarvan op burgers. Het wantrouwen is al zo groot.”

Volgende week kan de commissie haar boodschap ter harte nemen en toepassen op de tweede hoofdpersoon uit de crisis: dan komt onder meer oud-premier Mark Rutte (VVD) langs.

Corona-enquête

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next