De Europese Unie moet nieuwe leden sneller toelaten, om te laten zien dat Europese leiders echt achter uitbreiding staan. Dat is de belangrijkste boodschap die Europese leiders vrijdag hebben meegenomen naar de ‘Balkantop’ in Montenegro.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Eerder was hij correspondent in Oost-Europa en Zuidoost-Azië.
Op de top zaten alle Balkanlanden die zich hebben aangemeld voor toetreding. Behalve Montenegro zijn dat Servië, Albanië, Bosnië, Kosovo en Noord-Macedonië. Allemaal werken ze op hun eigen tempo aan toetreding. Servië geldt daarbij als de grootste stoorzender, door zijn dwarse houding en zijn goede betrekkingen met het Rusland van Vladimir Poetin.
Gastheer Montenegro is van die groep de sterkste kanshebber: het landje van amper 600 duizend inwoners werkt hard om zo snel mogelijk klaar te zijn voor integratie in het Brusselse blok. Het heeft achttien jaar geleden al zijn aanvraag voor de EU ingediend.
Door de Russische invasie in Oekraïne in 2022 is de druk op een snellere uitbreiding van het blok vergroot. Europa wil verhinderen dat bijvoorbeeld de Balkanstaten overlopen naar het Russische blok, of dat Europese landen terechtkomen in de invloedsfeer van China.
Daarom heeft de voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, vrijdag aangedrongen op een versnelling van de procedures. Maar snel betekent bij de EU nog altijd een lange tijd. De aspirant-leden moeten hun wetgeving aanpassen, en bij elke stap die ze zetten hebben ze toestemming van alle 27 huidige EU-lidstaten nodig. Ook moeten binnenlandse hordes worden genomen, die eveneens veel tijd kunnen vergen.
Montenegro streeft desondanks naar razendsnelle toetreding in 2028. Von der Leyen wilde daar niet op ingaan, maar erkende wel dat Montenegro eerder aan de beurt zal zijn dan andere landen in de Balkan. Het Montenegrijnse lidmaatschap is ‘binnen bereik’.
En dan nog moet het sneller kunnen. De Duitse bondskanselier Friedrich Merz wees er vrijdag op dat er al 13 jaar geen enkel nieuw land lid is geworden van de EU.
Frankrijk en Duitsland grepen de ‘Balkantop’ in de Montenegrijnse plaats Tivat aan om aan te dringen op een ‘gefaseerde integratie’ van nieuwkomers. De Franse president Emmanuel Macron zei tegen journalisten dat Frankrijk en Duitsland een voorstel voor zo’n ‘versterkt gefaseerd integratieproces’ hadden ingediend.
Landen die al gedeeltelijk gelijk oplopen en aan bepaalde criteria van Europa voldoen, zouden voor die gedeelten in ‘blokken’ lid moeten kunnen worden. Ze zouden bijvoorbeeld kunnen deelnemen aan bijeenkomsten van de Europese Raad van EU-leiders.
Met name de Servische leider Aleksandar Vucic heeft zo’n ‘halfweg’-traject al eerder geopperd. Servië is een van de landen waarvoor een volledig lidmaatschap nog heel ver weg lijkt. Vucic deed onlangs het voorstel om landen sneller toe te laten tot de gemeenschappelijke Europese markt en tot het Schengengebied, als zij dan hun vetorecht inleveren.
De lange duur van de toetredingsperiode knaagt aan de bereidheid van de bevolking: in Servië, dat toch al worstelt met zijn verhouding met Rusland, zou de publieke steun voor toetreding tot de EU al zijn gedaald tot onder de 50 procent.
Buiten de Balkan wil vooral Oekraïne dolgraag lid van de EU worden, om een extra bescherming te hebben tegen de Russische agressie. Bondskanselier Merz stelde vrijdag voor om landen als Oekraïne alvast de status van ‘geassocieerd lid’ te geven, met toegang tot elke EU-top en tot ministeriële vergaderingen, maar dan zonder stemrecht. Dat zou dan een tussenstap moeten zijn op weg naar een volledig lidmaatschap.
Brussel lijkt af te zien van de oude gedachte om alle Balkanstaten tegelijk toe te laten. Ook de Balkanlanden zelf, die als een miniblok hadden willen toetreden, lijken ervan doordrongen dat de landen daarvoor te verschillend zijn. Montenegro en het buurland Albanië zouden duidelijk vooroplopen in hun voorbereidingen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant