Een maritieme drone ontplofte vrijdag in de Roemeense haven van Constanta, en vorige week raakte een Russische drone een flatgebouw in het Roemeense Galati. Talrijke incidenten langs de oostgrens van Europa tonen hoe poreus de Navo-grens is wanneer de droneoorlog in Oekraïne escaleert.
is correspondent Centraal- en Oost-Europa van de Volkskrant. Hij woont in Warschau.
Een dikke rookpluim kringelde vrijdag boven de kades van Constanta, de grootste haven van Roemenië. ’s Ochtends werd daar een ‘maritieme drone’ ontdekt, een onbemand vaartuig met explosieven, dat rond half 11 ontplofte. Er vielen geen gewonden. Het omliggende gebied, waar zich onder meer een olieterminal bevindt, was geëvacueerd.
Later op de dag meldde de Oekraïense marine dat het om hun drone ging, die was afgedreven nadat Rusland het signaal van de drone had verstoord. De Oekraïners zeggen informatie te hebben verstrekt aan Roemenië over de drone. Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, zei vrijdag dat ‘de Russische oorlog tegen Oekraïne een directe bedreiging vormt voor landen aan onze oostgrens.’
Het is de tweede keer in korte tijd dat de gevolgen van de oorlog in Oekraïne zich ook in Navo-lidstaat Roemenië laten voelen. Op vrijdag 29 mei raakte een Russische drone het dak van een flatgebouw in de stad Galati. Twee bewoners liepen daarbij brandwonden op; het was voor het eerst dat een Russische drone burgers verwondde in Navo-gebied.
Meer dan duizend kilometer noordelijker, in de Baltische Staten, ging in mei regelmatig het luchtalarm af. De Litouwse regering dook in de schuilkelder, drones landden in Letland of werden boven Estland neergehaald. Deze projectielen zijn afkomstig uit Oekraïne, dat steeds succesvoller Russische infrastructuur weet te raken. Afgelopen woensdag troffen ze doel bij de olieterminal van Sint-Petersburg. Boven de Baltische Staten klonken opnieuw sirenes.
Deze incidenten zijn meer dan de som der delen. Ze tonen aan dat het verloop van de oorlog direct weerslag heeft op de rest van oostelijk Europa, waar veel landen aan Rusland of Oekraïne grenzen. Deze langgerekte strook vormt ook de oostgrens van de Navo. Het militaire bondgenootschap en de betroffen lidstaten zoeken naar manieren om zich te weren tegen incidenten waarbij de droneoorlog overslaat richting het westen.
Russische drones zijn geen zeldzaamheid in Roemenië. Galati ligt aan de Donau, iets oostelijker langs de rivier liggen de Oekraïnse havens Reni en Izmail, regelmatig doelwit. Sinds de grootschalige invasie begon, zijn rondom de Roemeense rivierdelta 47 keer drones of fragmenten daarvan aangetroffen, waarvan twaalf gedurende dit jaar.
Maar in Galati is vorige week een nieuwe grens overschreden. Volgens de Roemeense president Nicusor Dan was dit ‘het ernstigste incident sinds het begin van de Russische agressie-oorlog tegen Oekraïne’ en vraagt het om ‘een stevige reactie’. In het Roemeense dagblad Adevarul opperde een veiligheidsanalist dat er inmiddels sprake is van een ‘oostfront’ in plaats van een ‘oostflank’.
Zo ver wil Cristian Vlas, een Roemeense analist van conflictmonitor Acled, niet gaan. ‘We zien wel een verhoogd risico op provocaties vanuit Rusland, zoals vorig jaar in Polen.’ Afgelopen september vlogen meer dan twintig Russische drones het zuidoosten van dat land binnen, waar het als een doelbewuste provocatie van Rusland werd gezien.
Het is onduidelijk of de drone opzettelijk in Galati insloeg of dat het een gevolg was van een aanval op Oekraïne. President Vladimir Poetin zei dat ‘niemand de herkomst van de drone kan kennen’. De Roemeense minister van Defensie benadrukte dat bij drones met een explosieve lading ‘het de plicht is van degene die hem lanceert om het traject te controleren’. Vlas: ‘Er is veel onbekend. Maar zelfs als bewezen wordt dat het een ongeluk was, is het duidelijk dat Rusland er geen moeite mee heeft dat zijn drones dieper in Navo-gebied geraken.’
Uiteindelijk sloot Roemenië als reactie het Russische consulaat in Constanta en verklaarde het de Russische consul tot persona non grata. Maar het land beriep zich niet op artikel 4 uit het Navo-verdrag – een spoedberaad van de lidstaten – wat de Poolse premier Donald Tusk vorig jaar september wel deed.
Eén reden is dat de Navo op 10 juni al een bijeenkomst heeft en Roemenië het dan op de agenda zet. Maar er zijn meer verklaringen voor de behoedzaamheid in Boekarest, ziet analist Vlas. ‘Over het algemeen probeert de Roemeense regering Rusland niet te veel te provoceren.’ Bijvoorbeeld uit angst voor represailles die de Roemeense exploitatie van gas voor de kust van de Zwarte Zee kunnen raken.
Daarnaast is de Roemeense politiek instabiel: in mei viel de regering. ‘De interim-regering is zwak, er is continu conflict en allesbehalve consensus over defensie’, zegt Vlas. Zo grijpt de radicaal-rechtse oppositie de inslag in Galati vooral aan om politieke tegenstanders aan te vallen in plaats van Rusland te veroordelen.
In de Baltische Staten zijn het overwegend Oekraïense drones die voor beroering zorgen. Een reeks incidenten in maart en mei zetten de boel op scherp. Beelden van de Litouwse regering in een schuilkelder gingen de wereld over, nadat een drone hoofdstad Vilnius was genaderd. Een drone-inslag in het Letse Rezekne leidde tot het ontslag van de defensieminister en vervolgens de val van het kabinet. Die coalitie was al geen gelukkig huwelijk, het drone-debacle gaf het laatste zetje.
Dat de Baltische staten nu zo vaak te maken krijgen met die drones is een gevolg van de verheviging van Oekraïense aanvallen op doelen in de omgeving van Sint-Petersburg, zegt Bartosz Chmielewski, onderzoeker Baltische Staten bij het Centrum voor Oostelijke Studies, een denktank in Warschau. ‘Rusland verstoort de elektrische signalen van Oekraïense drones waardoor ze van koers raken. De Baltische Staten lijden daar vervolgens onder.’ Volgens militaire deskundigen is de technologie niet geavanceerd genoeg om ze doelgericht naar een ander doelwit te sturen, zegt Chmielewski.
Er ontstond enige spanning nadat een Estse energiecentrale werd geraakt, maar over het algemeen blijft de relatie tussen deze drie landen en Oekraïne goed, zegt Chmielewski. Zo veroordeelden ze gezamenlijk Russische desinformatie dat de landen een springplank zouden zijn voor Oekraïense aanvallen. ‘Het verhaal van de autoriteiten in de Baltische Staten is: als Russische doelen worden geraakt, is dat in principe goed voor onze veiligheid.’ De schuld van de escalatie wordt bij Rusland gelegd.
Het is niet ‘het nieuwe normaal’, benadrukt Chmielewski. ‘Maar het zal wel vaker gebeuren.’ De reactie van de Navo is goed gecoördineerd, zegt hij. Zo monitoren de straaljagers die in de Baltische Staten staan opgesteld het luchtruim en grijpen die in wanneer nodig, zoals bij het neerhalen van een drone boven Estland begin mei.
Maar het Roemeense voorbeeld laat zien dat deze aanpak ook tekortkomingen kent. Zo was in Galati de reactietijd kort: de drone was voor inslag slechts vier minuten in het Roemeense luchtruim. Een hooggeplaatste militair zei nadien dat de luchtmacht niet kon handelen omdat de drone eerst nog boven Oekraïens gebied vloog. En omdat Galati stedelijk gebied is, wilden straaljagers niet ingrijpen wegens gevaar voor extra schade.
Dit is in feite een voortzetting van de discussie die in Polen ontstond na de drone-incursie in september. Destijds was er ook nog kritiek op de hoge kosten van straaljagerinzet tegen spotgoedkope drones. Navo-landen zullen, behalve naar een houding tegenover deze incidenten, ook op zoek moeten naar een effectievere manier om drones te onderscheppen. ‘Dit is een wake-upcall’, zegt analist Cristian Vlas. ‘Tenminste, dat zou het moeten zijn.’
Source: Volkskrant