Kookboekenmaker Yvette van Boven maakt een seizoensrecept en geeft suggesties om iets met de restjes te doen. Deze week: ouderwetse rijstpudding zonder haast.
is kok, presentator en kookboekenschrijver. Voor Volkskrant Magazine bedenkt ze wekelijks een seizoensrecept.
Wat is dat toch met tijd? Dan staat ze zomaar ineens stil, en op een ander moment gaat alles zó snel dat je voor je het weet al weer halverwege het jaar zit.
Ik liep de afgelopen tijd enorm tegen de klok aan. Een vriendin werd 40, een andere 50, mijn moeder is bijna jarig en tikt zonder pardon alweer een enorm hoog getal aan. Zo. Zonder dat ik met mijn ogen knipperde.
Zelf was ik een tijdlang ‘halverwege de 50’, maar nu kruip ik toch langzaam richting de 60. 60! Zie je het voor je? Idioot. Nou ja, ik overdrijf graag. Zó ver is het voorlopig nog niet. Maar toch. Als ik zo blijf hollen, merk ik niets van wat er onder mijn handen verstrijkt.
‘Wat een lange reis’, zeggen mensen vaak als ze horen hoe wij vrij traag steeds naar huis reizen. Maar dat is maar tijd. En juist onderweg lijkt die zich heel anders te gedragen, want daar staat ze vaak even stil. Ik vind reizen fantastisch. Even niets. Ik werk wat, lees, brei verder aan een trui en luister tegelijkertijd naar een boek dat prachtig wordt voorgelezen via mijn oortjes. Het is een tijd die ik koester. Want voor je het weet begint de hele heisa weer.
Misschien begrijp ik daarom ook niet goed waarom mensen klagen over recepten die zoveel tijd kosten. Koester die uren. Als je ergens op móét wachten, duurt alles eindeloos. Heb je tijd nodig, dan is ze zo verdwenen. Tijd is een fickle bitch; een onbetrouwbare heks.
Onthaast voor uw fornuis. Een langzaam gegaard gerecht smaakt daar ook naar. Naar aandacht. Naar ingrediënten die liefdevol in elkaar kruipen. Tijd kun je eten, ja proeven zelfs.
Daarom een gerecht deze week dat verplicht vertraagt: een recept dat teruggaat in de tijd. Good old Welsh rice pud. Langzaam in de oven gegaard. Liefst van volle melk. Liefst die van Jersey-koeien. Met een dikke roomlaag die vanzelf boven komt drijven.
Serveer er kersen bij, ook gebakken, tot ze traag en sexy openbarsten in hun eigen sap. Met szechuanpeper erdoor. Liefst groene. Maar zwarte peper keur ik ook goed.
Dan bent u koning. Keizer van het geduld. Wij kunnen dit, u en ik. Langzaam eten hè.
Voor 4-6 personen, bereiden: 20 min. bakken: 1,5 uur
Voor de pudding
100 gram ronde rijst: risotto-, sushi- of dessertrijst
1 liter volle melk
1 eetl. vanille-extract
100-150 gram crème fraîche
75 gram kristalsuiker
flinke klont boter
snuf versgeraspte nootmuskaat
snuf zeezout
Voor de kersen
350 gram kersen, ontpit en gehalveerd
75 gram kristalsuiker of honing
1 theel. (liefst groene) szechuanpeper, grof gekneusd in de vijzel
snuf zeezout
optioneel: roze peperbessen, iets fijngewreven
Verwarm de oven voor op 175 graden. Verwarm de melk met de crème fraîche en het vanille-extract. Vet een ovenschaal royaal met boter in en strooi de rijst met de suiker en een snuf zout op de bodem. Schenk de hete melk erover en roer alles even door. Rasp er een beetje nootmuskaat over. Zet de schaal op een bakplaat en bak de pudding rustig 1,5 uur tot de rijst zacht is en de bovenkant diep goudbruin en opgebold.
Schep intussen de kersen met de suiker, zout en szechuanpeper in een kleinere ovenschaal. Rooster ze de laatste 20 tot 25 minuten mee in de oven tot de kersen zacht worden en er een knalrode siroop ontstaat. De kersen moeten nog wel een beetje hun vorm houden.
Serveer de warme rijstpudding met de geroosterde kersen en al hun sap eroverheen. Wrijf er wat roze peperbessen over stuk.
Opmaaktip
Dit is het beste ontbijt uit uw leven. Kan zelfs zo koud uit de koelkast worden opgelepeld als u weinig tijd hebt.
Dit is een rubriek uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant