Wat heeft de vloer boenen gemeen met een theeceremonie? De Japanse ontspullingsgoeroe Marie Kondo schreef een nieuw boek en deelt haar tips voor een opgeruimde geest.
Het is niet te zien dat Marie Kondo (41) al een paar weken aan het toeren is om haar nieuwste boek Brief uit Japan wereldwijd onder de aandacht te brengen. Alles aan haar is ongekreukt: haar witte trui, de gebroken witte rok, haar kapsel met de strakke pony waarin precies anderhalve centimeter naar links een zorgvuldig aangebrachte scheiding zit, zoals bij de vrouwenfiguren in menige mangastrip.
In de bibliotheek van haar hotel in Amsterdam zoekt ze zorgvuldig naar een geschikte plek voor het gesprek. Ze kiest de stoel in het midden van de lange tafel, met een spiegel tegenover haar. De tolk mag schuin rechts van de spiegel plaatsnemen, voor de journalist is er, na een zachte handdruk en een buiging, het plekje aan de linkerkant.
Marie Kondo kennen we als opruimgoeroe. Sinds haar eerste boek The Life-Changing Magic of Tidying Up in 2014 uitkwam, maakte ze wereldwijd furore met haar methode die ze KonMari noemde. Zo leerden haar vele lezers (tien miljoen verkochte boeken in 42 talen) niet alleen ‘de verticale’ vouwtechniek, het opruimen ‘per categorie’ – eerst kleding, dan boeken, papieren en dan de restcategorie komono – maar vooral om je af te vragen of je nog wel blij wordt van een voorwerp door het doen van de spark joy-test. Zo ja: houden. Zo nee: weg ermee. En niet te vergeten: het uitspreken van dankbaarheid voor de sokken die uiteindelijk de deur uitgaan.
Achter haar op het oog vooral praktische tips en trucs zit een op de shintotraditie en het concept van het animisme gebaseerde filosofie, waarin ze zich met de jaren steeds verder verdiepte. Maar het waren ook haar drie jonge kinderen die maakten dat haar opruimregime minder rigide werd en vooral een richtlijn werd voor een goed en waarachtig leven. Dat vond zijn weerslag in Brief uit Japan, waarin ze de belangrijkste principes uit haar eigen leven optekende, die op hun beurt weer hun weerslag vinden in de waarden van de Japanse cultuur met zijn gebruiken, tradities, kunsten en gevoeligheden.
Het is, voor Kondo’s doen, een opmerkelijk persoonlijk boek geworden. Ze vertelt over haar kinderen, haar ouders, haar echtgenoot en haar oudere broer, die haar ooit op de rand van waanzin bracht door zijn van spullen uitpuilende kamer. Was het echt zo erg? ‘Mijn broer was iemand die een intense passie heeft voor anime, manga en videogames en alles wat te maken heeft met populaire cultuur. Zulke mensen zijn grote verzamelaars. Al kwam ik zelden in zijn kamer, de hoeveelheid spullen daar gaf me stress. Ik voelde de energie en ons huis verloor voor mijn gevoel zijn balans.’
Kondo moest op haar handen zitten, want zijn kamer was verboden terrein voor haar. ‘Toen ik van opruimen mijn beroep maakte, ging ik zien dat het niet zozeer bij hem lag, maar dat er iets bij jezelf ten grondslag ligt wanneer je zo bezig bent met de ander: je moet eerst je eigen huis, je eigen lades, je eigen stof opruimen, dan vermindert de ergernis en kun je anderen helpen.’
In de Netflix-serie Tidying Up with Marie Kondo (en het vervolg, Sparking Joy with Marie Kondo) kwam ze bij mensen thuis en hielp ze hun overvolle ruimtes uit te mesten. Het heeft iets onweerstaanbaars om haar, de ongenaakbare Japanse, bezig te zien in de huishoudens van mensen die van alles te veel hebben. Het enige dat er soms ontsnapt uit haar neutrale voorkomen, is een giechel. Maar ze gaat vooral aan de slag, orde scheppen in de chaos, het leven van de wanhopige hoarder een beetje beter maken, want een ontspuld huis is de basis voor een opgeruimde geest.
Na tien jaar in de Verenigde Staten is Kondo terug in Japan. Met haar gezin woont ze in een buitenwijk van Tokio. Met drie kinderen heeft ze de teugels van haar eigen opruimprincipes een beetje moeten laten vieren. Al leert ze haar kinderen, net als zij van haar moeder leerde, dat een opgeruimd huis het begin is van alles. Haar 4-jarige zoon hangt zijn kleren op een haakje voor hij gaat slapen, haar 10-jarige dochter kan al behoorlijk vouwen, ‘en ondertussen voeren we de diepste gesprekken’.
‘Ik heb het naar mijn zin gehad’, zegt Kondo over haar jaren in Amerika. ‘Ik heb veel geleerd over hoe het is om in een andere cultuur te leven. Ik hield vooral van het vrije: mensen zijn er losser en vrolijker dan in Japan. Van een tijd in een ander land verblijven, leer je dat er andere manieren zijn om te leven. Maar Japan is toch thuis.’
Dat ‘thuis’ zit in al haar vezels en dat draagt ze uit. Ook in haar favorieten: het zijn louter Japanse tips (met één uitstapje naar Van Gogh; al roemt ze hem vooral om zijn Japanse signatuur). Maar vooral zijn haar favorieten, net als het nieuwe boek, een oproep voor een aandachtig leven.
‘Eigenlijk wilde ik ‘opruimen’ noemen, maar dat is evident. Trouwens: een theeceremonie en opruimen liggen in het verlengde van elkaar. Op de middelbare school zat ik bij een club die zich aan de kunst van de theeceremonie wijdde. Daar leerde ik dat alles wat ermee te maken heeft, gekoesterd moet worden. Elke beweging en elk gebaar, omdat alles rondom de ceremonie betekenis heeft. Dat gaat verder dan het drinken. Je mag geen haast hebben en niets mag lukraak gebeuren.
‘In Japan is thee soms net hogere wiskunde, van het soort thee, tot de temperatuur van het water, tot de manier van opschenken, het trekken. Bij thee horen zoetigheden – dat was op de middelbare school stiekem de reden dat ik bij deze club ging. Als ik thuis thee maak, serveer ik er ook altijd iets zoets bij. Het liefst van Thoraya, een bedrijf dat vijfhonderd jaar geleden werd opgericht in Kyoto en waar nog steeds de lekkerste zoetigheden vandaan komen. Mijn favoriet blijft de yōkan, een traditionele, meestal van rode bonen gemaakte lekkernij.’
‘Boeddhisten eren hun goden in tempels, in het Japanse shintoïsme heten deze heilige plaatsen shrines. Als ik tijd heb, ga ik er graag heen. Ik heb een favoriet, de Izumo Taisha, niet toevallig ook de plek die ik bezocht toen ik nog single was. Het is een van de oudste shintoheiligdommen in Japan en de god die wordt vereerd is Okuninushi no Okami, de god van goede relaties. Dan bedoel ik niet alleen romantische relaties, maar ook andere connecties zoals werk en vriendschap. Al was het frappant dat ik vlak na mijn bezoek, ik was toen begin twintig, Takumi leerde kennen die later mijn echtgenoot werd. Ik ga er nog steeds graag naartoe, vooral in periodes dat ik te veel hooi op mijn vork heb genomen. Je voelt in deze shrine een sterke, mannelijke energie. Wat dat betreft is deze bijzonder; in Japan worden in shrines vaker vrouwelijke goden vereerd.’
‘Ik hou van wit. Ik draag bijna altijd witte kleding en ook in mijn interieur speelt wit de hoofdrol. Vooral wanneer mijn hoofd druk is, helpt het om mijn geest te kalmeren. In Japan vertegenwoordigt de kleur wit de lege ruimte: de ruimte tussen de dingen. Mijn waardering voor wit is met de jaren gegroeid. Vroeger kon ik nog weleens vallen voor kleding met een patroon of een felle kleur. Daar zul je me nu niet snel meer in tegenkomen.’
‘Vloeren boenen is de basis van alles. In Japan leren kinderen dat al op de basisschool. Je krijgt een kleine witte doek, die maak je nat in een emmer water, je wringt hem uit, je poetst een stuk vloer en dan herhaalt het zich: de doek in het water, het wringen, het poetsen. Ik heb er veel jeugdherinneringen aan, hoe we de vloer van ons klaslokaal aan het einde van de dag op deze manier schoonmaakten. Ook dit helpt weer om je geest te reinigen. Op deze manier leer je als kind al hoe je de transitie maakt van de schooldag naar wat erna komt. Het is een belangrijk ritueel. Ik heb in mijn tienerjaren lang in een tempel gewerkt. De eerste taak die je daar krijgt, is het schrobben van de vloeren. Voor monniken is meditatie niet alleen op een kussen zitten, het zit ’m in alles: in lopen, in praten, in eten én in schoonmaken. In een schone omgeving kun je je geest verder onderzoeken en opruimen.’
‘Onsens, de natuurlijke hete baden van Japan, laten goed zien hoe belangrijk gastvrijheid is in onze cultuur. Vanaf het moment dat je een badhuis binnenkomt, krijg je een koninklijke behandeling en voel je je gezien, gewaardeerd en wordt er voor je gezorgd. Mijn favoriet is Aso, in Kumamoto, waar het water wordt verwarmd door de nabijgelegen vulkaan. Op welk moment van de dag je je ook in het water laat zakken – ’s nachts onder de sterrenhemel of bij zonsopgang wanneer alles baadt in een oranje gloed – het is altijd een transcendente ervaring, waarbij je niet meer weet waar jij ophoudt en de natuur begint. Hot springs zijn niet overal, in Amerika nam ik vaak een warm bad, maar dan loste ik daarin het liefst het zout op van Japanse onsens.’
‘Dit weekend ben ik even het Van Gogh Museum binnengeglipt en zag ik voor het eerst zijn schilderij Amandelbloesem in het echt. Het is mijn favoriete schilderij van hem, mede door die duidelijke Japanse invloeden. Als je kijkt naar hoe hij de takken heeft geschilderd, daarin heeft hij echt de Japanse geest gevangen. Van Goghs kleurgebruik is ongeëvenaard. Zijn blauw is voor mij de reflectie van zijn diepste wezen. Ik heb in mijn huis ook beeldende kunst, waaronder een werk van Stanislaw Wyspianski, een Poolse kunstenaar die enkele impressionistische werken maakte. Ik hou trouwens ook erg van Brits antiek. Met mate, zul je begrijpen.’
‘De techniek van urushi, een lakmethode die wordt gebruikt voor bowls, koppen, borden en eetstokjes is zeer arbeidsintensief. Het is een proces waarbij tientallen lagen natuurlijke lak van de Japanse lakboom worden aangebracht. Elke laag moet een dag drogen en vaak is men tweehonderd dagen bezig met een voorwerp. Daarna moet er nog geschaafd worden en patronen aangebracht. De kunst van het op deze manier lakken bestaat al honderden jaren. Het mooie is ook dat de tijd het lakwerk alleen maar mooier maakt. Ook vandaag de dag is het nog een populaire kunstvorm. In Naoshima, een eiland voor de kust van Japan dat geheel gewijd is aan hedendaagse kunst, vind je het mooiste lakwerk van het land.’
‘Voordat je in Japan samen gaat eten, houd je elkaars handen even vast. Ik realiseer me dat het nogal een abstracte tip is. Maar met dit eenvoudige gebaar zeg je dank je wel tegen de personen met wie je aan tafel zit en tegen degene die de maaltijd heeft bereid. Ik doe het altijd met Takumi en onze drie kinderen. Je spreekt er ook je dankbaarheid mee uit voor het eten zelf, voor de ingrediënten en daarmee dus voor de boeren die ervoor hebben gezorgd dat wat er op je bord ligt, kon groeien en is geoogst.
‘We leren dit van jongs af aan en het is heel krachtig, want het helpt om telkens opnieuw te kijken naar dingen die vanzelfsprekend zijn of kunnen worden als je ze geen aandacht geeft. Je moet het niet zien als een gebed, het is een expressie van waardering: er staat eten op tafel en samen met de mensen om wie je geeft, deel je het voedsel en de tijd die je met elkaar hebt.’
‘In Japan heb je net als in Engeland een sterke tuintraditie – al zijn die twee niet te vergelijken. Echte Japanse tuinen bestaan alleen uit rotsblokken, klein en groot, en wit zand. Het is eenvoudig, maar er zit een grote schoonheid in. Het grappige is dat het er heel simpel uitziet, maar het gaat om hoe de rotsblokken zijn geplaceerd, daar zit een ingewikkelde formule achter. In de beroemdste tuin, de Ryoanji in Kyoto, liggen vijftien perfect geplaatste rotsblokken. Maar de ironie is dat je ze, van welke kant je ook kijkt, nooit alle vijftien tegelijk kunt zien. In die tuin zit ook het concept van wabi-sabi, de schoonheid van de imperfectie.’
9 oktober 1984 Geboren in Osaka, Japan.
2003 Begon op 19-jarige leeftijd haar eigen opruimadviesbureau.
2014 Publicatie van The Life-Changing Magic of Tidying Up.
2015 Nederlandse vertaling Opgeruimd. Door Time Magazine uitgeroepen tot een van de honderd invloedrijkste mensen ter wereld.
2019 Netflix-serie Tidying Up With Marie Kondo, veroorzaakte een wereldwijde opruimhype.
2021 Sparking Joy With Marie Kondo (Netflix).
2025 Publicatie van Letter from Japan, waarin ze deelt hoe de Japanse cultuur haar visie op een betekenisvol leven heeft gevormd.
2026 Nederlandse vertaling Brief uit Japan.
Kondo is getrouwd en woont met haar echtgenoot en drie kinderen in Tokio.
Onze gids dit weekeinde is een rubriek in Volkskrant Magazine waarin een bekend persoon (op velerlei terreinen) uit binnen- of buitenland ons gidst langs zijn of haar favorieten.
Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant