In een idyllisch landschap achter een dijk aan het IJsselmeer is Cornelie dag in dag uit aan het werk bij haar vierkante vuurtoren, het hele jaar rond. Ze leeft er zelfvoorzienend, tussen de geiten, appelbomen en orchideeën.
Wie het afgelegen eldorado van Cornelie – ze gaat al lang bij voorkeur zonder achternaam door het leven – mag betreden, doet er wijs aan voor vertrek niet te douchen met zeep en ook niet parmantig met parfum te spuiten. Want dan weten de bijen uit haar bijenkasten je onherroepelijk te vinden en laten ze je hun paniek nog een week lang voelen. ‘Ze raken gealarmeerd door de onbekende geuren, daarom gebruik ik zelf nooit zeep’, vertelt Cornelie, getooid in haar imkerpak, terwijl ze voorzichtig een honingraat vol zoemende bijen uit een groene bijenkast trekt. De celletjes zijn gevuld met ingedikte honing en door de werkbijen zorgvuldig afgedekt met een waslaag. Meer raten blijken vol. ‘Ik kan dus gaan slingeren’, zegt ze – imkertaal voor het eruit halen van de honing.
Het wordt de eerste honingoogst van het seizoen, van de al vijftig jaar lang zelfvoorzienend levende Cornelie. Sinds vijfendertig jaar leidt ze haar ideale levensstijl in en rond It Tointsje, een kleine vierhoekige vuurtoren achter een dijk aan het IJsselmeer in het Friese Workum. In het huisje dat aan de toren is vastgeplakt waan je je, door de eenvoud van enkele houten meubelen, petroleumlampen en een houtkachel, in 1900.
Wat voor een buitenstaander oogt als een paradijselijk bestaan op een magische plek, is voor de bewoner vooral hard werken, dag in dag uit, het hele jaar door. De vier seizoenen rond de vuurtoren zijn mooi in beeld gebracht door fotograaf Loek Buter, die er in samenwerking met de kleinzoon van Cornelie in 2020 overleden partner Reid een boek over heeft gepubliceerd, De Vuurtoren rond. De fotograaf kwam al op het erf toen Reid nog leefde. Sinds zijn overlijden zaait, wiedt, oogst, zaagt, timmert, schildert, repareert, voert, schrobt en hakt Cornelie alleen. Ze fixt alles, maar regelt af en toe een paar extra handen. Ze mist het vooral om niet meer met Reid te kunnen overleggen. Het bijltje erbij neergooien na zijn dood heeft ze geen seconde overwogen.
‘Ik zou niet weten waarom ik anders zou leven. Als mens zijn we onderdeel van de natuur en zo wil ik leven, meebewegend met de seizoenen, zonder overbodige luxe en verspilling’, zegt ze op het platte dak van de vuurtoren, waar de wieken van een windmolen draaien en zonnepanelen warmte opvangen. Bij weinig zon en wind, wat regelmatig voorkomt, is er te weinig energie opgewekt om de stofzuiger te gebruiken en gaat haar huishoudelijke hulp met stoffer en blik aan de gang. Grondwater uit de put gebruikt Cornelie voor de afwas, het doorspoelen van het toilet en om zich mee te wassen; gezuiverd regenwater om te drinken en mee te koken.
Vanaf de toren met zijn gedoofde vuur, zijn de geiten en bokken te zien, de schapen, kippen en talrijke huisjes die Reid, architect van beroep, eigenhandig heeft ontworpen en gebouwd, elk met zijn eigen functie: er is een schapenschuur, een wolhuisje, een vissershuisje, een gereedschapsschuur. Het fraaie bokkenhok met zijn puntdak heeft Cornelie vorig jaar eigenhandig getimmerd. ‘Ik heb het vaak genoeg van Reid afgekeken om het zelf te kunnen’, zegt ze.
Ze begint elke dag met een rondgang door de tuin, langs dieren, gebouwen, de kas en vijfhonderd vierkante meter moestuin. IJspegelradijsjes en groene asperges zijn haar eerste groenteoogst dit voorjaar. Rucola en talrijke verse kruiden zijn ook plukrijp. Voor het avondeten zal ze van deze ingrediënten een salade maken, bij de rösti die een logé heeft gemaakt van de laatste aardappelen van vorig jaar.
In het koude benedenhuis laat ze de restanten van haar wintervoorraad zien: twee kisten met een tiental appels, waar ze een paar rotte exemplaren uit vist, een kist aardappelen die beginnen uit te lopen, een handvol bieten in een emmer met zand, een bak uien en vijf gele pompoenen.
‘Zelfvoorzienend leven betekent dat je vaak dagen hetzelfde eet. De kunst is om planmatig te zaaien, zodat er altijd wat te oogsten valt’, zegt Cornelie. Naast groenten zijn er bessenstruiken, aardbeienplanten en kersen-, appel- en perenbomen. Met het zelf kaas maken van schapen- en geitenmelk is ze gestopt. Haar 73 levensjaren beginnen te tellen, merkt ze. ‘Alles gaat wat langzamer, en ik krijg steeds meer zin om af en toe even te gaan zitten.’
Als ze één eigenschap onontbeerlijk vindt om zelfvoorzienend te kunnen leven, dan is het doorzettingsvermogen. ‘Er gaat veel mis. Veel planten gaan dood of worden opgevreten door slakken. En er is altijd wel iets kapot dat je moet repareren. Daar moet je tegen kunnen. Zelf ben ik vrij laconiek, ik doe wat écht moet gebeuren, de rest komt wel.’
‘De Vuurtoren rond’, door Loek Buter en Jasper Hauser (€ 55), is uitgebracht in eigen beheer en te bestellen op devuurtorenrond.nl
Dit is een artikel uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant