Home

Tussen bloemen en trompetten oefent theatermaker Sacha Muller zijn eigen afscheid: ‘Alsof ik alleen op een bootje zit dat kanker heet’

Theaterwandeling Hoe bereid je je voor op een dood die komt, maar waarvan niemand weet wanneer? Theatermaker Sacha Muller besloot het niet alleen te bedenken, maar ook te oefenen. Met een stoet door Amsterdam-West, een bootje op het water en een begrafenis in een kerk.

Theatermaker Sacha Muller, ongeneeslijk ziek, wordt gedragen in de rouwstoet, in theaterproject ‘De Stoet’.

Op de neus van Sacha Muller (42) prijkt een rode clownsneus. Hij zit op een houten plank die door zijn theatergezelschap op de schouders wordt gedragen. Een acteur draagt een gele hoed, een ander een bolhoed. Een klarinet en een trompet schallen door de straat. Bloemen steken uit manden en jaszakken. Het lijkt even op een carnavalsoptocht.

Dan klinkt Mullers stem door de koptelefoons die aan het publiek zijn uitgedeeld. „Dit is mijn afscheid”, zegt hij. „Tenminste, dit is hoe ik het me voorstel.”

Het is een regenachtige middag in Amsterdam-West. De Stoet, een theaterproject op initiatief van Adelheid Roosen (theatercollectief Female Economy) en in regie van artistiek leider Katrien van Beurden (internationaal spelerscollectief Troupe Courage), trekt verder door de wijk. Langs portieken en geparkeerde fietsen, langs mensen die hun boodschappentas even neerzetten om beter te kunnen kijken. Kinderen wijzen, fietsers remmen af.

‘De Stoet’ loopt door Amsterdam. De grote pop (door Theater Pompidou) verbeeldt Sacha’s moeder.

‘De dood zit naast me in bed’

In 2019 kreeg Muller te horen dat hij kanker heeft. Lymfeklierkanker, vertelt hij later, „Een vorm van kanker die nooit weg zal gaan.” Als de ziekte op een gevaarlijke plek groeit, moet hij opnieuw worden behandeld met chemotherapie. „Ik ben ongeneeslijk ziek. Ik heb alvast een eindrekening gekregen, er staat alleen nog geen datum op.”

Op dit moment voelt hij zich „hartstikke fit en sterk”. Maar de dood is niet meer abstract. „Hij zit naast me in bed. Hij loopt achter me in de supermarkt. Ik weet alleen niet wanneer hij toeslaat.”

Via de koptelefoon vertelt Muller hoe hij het zijn theatergroep vertelde. Dat hij ongeneeslijk ziek is. Niet bang voor de dood, wel voor het afscheid. „Sacha, dat gaan we samen oefenen”, zeiden ze.

Dat is wat er deze middag gebeurt. Muller oefent zijn afscheid, midden in de stad. „Met deze stoet oefen ik de laatste tweeënhalf uur van mijn leven”, zegt hij. „Samen met mensen die al jaren hebben geoefend hoe ze zich moeten verhouden tot de dood.”

Daarmee doelt hij op zijn medespelers: mensen uit onder meer Palestina, Afghanistan, Irak en Syrië. Voor hen is rouwen een ervaring die zich in het lichaam heeft vastgezet.

Theaterwandeling ‘De Stoet’.

Geboren met de dood

Na een tijd lopen houdt de stoet stil bij een boom. Mensen vormen een halve cirkel. Acteur Mustafa Staiti (40) klimt omhoog, tussen de takken. Als kind deed hij dat ook, vertelt hij: klimmen in olijfbomen in Jenin, waar hij opgroeide. Boven leek de wereld lichter. Beneden waren checkpoints, geweren, geweld. „De dood is mij niet vreemd”, zegt hij. „Ik heb zoveel mensen verloren.”

Muller leerde hem kennen in 2013, toen zijn theatercollectief Palestina bezocht. De twee werden vrienden. „Hij is mijn zielsverwant”, zegt Staiti. Toen Muller hem vertelde dat hij ging sterven, was hij in shock. Maar er was ook iets anders. „Dit is de eerste keer dat ik een normale dood zie”, zegt hij. „De eerste keer dat ik echt afscheid kan nemen. Dat ik iemand kan vasthouden, verdriet kan delen, tijd heb om het te verwerken.”

Dan: „In Palestina worden we geboren met de dood en moeten we daarmee leren leven. Jullie worden geboren met het leven en moeten leren sterven.”

Leren omgaan met rouw en sterfelijkheid is, in andere woorden, de gedachte achter De Stoet. Roosen wilde de begrafenisstoet terugbrengen in het straatbeeld, nadat haar theaterlevensvriend George Groot overleed. „En die theaterlevensvriend was ik voor Katrien”, zegt Muller, over artistiek leider Van Beurden van Troupe Courage.

Overal in de voorstelling zit ademruimte, geïnspireerd op de Italiaanse theatervorm Commedia dell’Arte, die in de zestiende eeuw opkwam als afleiding van pandemieën, oorlog en crisis. Zodra een verhaal te zwaar dreigt te worden, blaast Joe Sinduhije (29), oud-leerling van Muller, er lucht in met een megafoon die is versierd met bloemen. Steeds opnieuw roept hij: „Karibu!” – Swahili voor ‘welkom’.

Acteur Mustafa Staiti (40) van Troupe Courage, vriend van Sacha Muller.

Het bootje dat kanker heet

De stoet komt weer in beweging. Twee jongens op fatbikes kijken nieuwsgierig naar de groep. „Overlast!”, roepen ze, half grappend. Ze blijven eerst op afstand, draaien rondjes om de stoet heen en rijden een stukje vooruit. Dan sluiten ze toch aan.

Bij het water houdt de groep opnieuw stil. Er ligt een klein bootje aangemeerd. Muller stapt erin. Terwijl de rest achterblijft op de kade, drijft hij langzaam weg.

Vanuit het bootje richt hij zich tot zijn moeder (hier verbeeld door een metershoge pop), die op vierenveertigjarige leeftijd overleed. „Hoe doe ik dit, mam?”, vraagt hij. „Doodgaan? En waarom is het zo eenzaam?”

Met de stem van het kleinste jongetje in hem vervolgt hij: „Ik had zo graag gewild dat je hier was. Dat je me vast kon houden. Dat ik op je schoot zou mogen huilen.”

Sacha Muller reikt naar zijn overleden ‘moeder’, verbeeld door een metershoge pop.

Even kijkt hij naar de mensen op de wal. „Het voelt alsof ik op een klein bootje op zee zit dat kanker heet.”

Aan de kade staan vrienden, theatermakers, publiek en nieuwsgierige voorbijgangers. Mensen die hem al jaren kennen en mensen die hem pas een uur geleden voor het eerst zagen. „Ik was bang dat mensen van me zouden wegdrijven”, zegt Sacha. „Maar ze staan hier, aan de kade. Met handen die weten wat dragen is.”

Begrafenis van man die nog leeft

De stoet loopt verder, richting de Jeruzalemkerk. Onderweg krijgt iedereen een plastic bloem uitgereikt. Pas later wordt duidelijk waarvoor die bedoeld is. Een paar uur eerder waren de meeste mensen nog vreemden voor elkaar. Nu lopen ze samen naar de begrafenis van een man die nog leeft.

Binnen ruikt het naar natte jassen en bloemen. Muller wordt, begeleid door kamerkoor Cappella Amsterdam en rietblazerskwintet Calefax, op zijn houten plank naar binnen gedragen. Vanaf dat plateau kijkt hij de zaal rond, in zijn ogen een angst die buiten het spel lijkt te vallen. De acteur heeft plaatsgemaakt voor een jongetje dat veel te veel van het leven houdt om het achter zich te laten, maar nu toch midden in zijn afscheid zit.

Het afscheid is liefdevol. Vrienden zingen, bidden en lezen gedichten voor. Soms wordt het confronterend. Vogelgeluiden vullen de kerk. In het zwart gehulde zangers zingen hem teksten toe die hem angst aanjagen. Dan wordt het Muller te veel. Hij probeert weg te rennen.

Zijn vrienden vangen hem op. Ze slaan hun armen om hem heen en brengen hem terug naar de plek waar zijn kist zal liggen. Mustafa verliest hem geen seconde uit het oog.

Heeft hij zijn echte begrafenis nu al vormgegeven? Niet helemaal, zegt Muller, al heeft hij er veel over nagedacht. Maar als het zover is, mag het lijken op de stoet. „Ik wil dat er gedanst wordt, dat er gelachen wordt én dat er ruimte is voor een traan.”

De Stoet, 5 t/m 21 juni 2026, Plein 40-45 (Amsterdam-West). Inl./tickets: femaleeconomy.nl

Theater

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next