Nederlands elftal In 1994 speelde Oranje ook een WK in Amerika. Incidenten beheersten het toernooi, spelers hadden een lossere levensstijl dan nu en meereizende journalisten veroorzaakten opvallend veel problemen. Bondscoach Dick Advocaat hield moed: „Heel Nederland rekent op ons.”
Danny Blind en andere spelers op de het vliegveld in Orlando, na een ‘bommelding’.
Met 175 passagiers staan ze op de landingsbaan. Voetballers, trainers, journalisten, spelersvrouwen, een baby, sponsors, voetbalbestuurders en enkele fans. Het is midden op de dag, het beton is bloedheet. Nergens beschutting. Oranje-aanvoerder Ronald Koeman heeft de pijpen van zijn donkerblauwe trainingsbroek opgestroopt tot vlak onder de knieën.
Het is woensdag 6 juli 1994. Vanochtend om elf uur had de Boeing 727 van chartermaatschappij Express One moeten opstijgen van Orlando International Airport. Bestemming: Dallas, Texas, waar het Nederlands elftal over drie dagen de kwartfinale van het WK tegen Brazilië speelt. Maar dat was gerekend buiten Lex Muller, voetbalverslaggever van het Algemeen Dagblad – en de tamelijk humorloze inborst van Amerikaans vliegtuigpersoneel.
Bij het instappen was het die ochtend een chaos van jewelste geweest. Het vliegtuig zat ramvol. Passagiers én bemanning waren moe en geïrriteerd. De airconditioning was stuk en de lockers te krap om alle handbagage in kwijt te kunnen, waardoor fotografen en cameramensen hun apparatuur telkens op de stoel naast Muller zetten – ook al was die voor een stewardess. Toen Muller voor de zoveelste keer door haar gesommeerd werd om een tas weg te halen, ontglipte hem de sarcastische vraag: „Denk je dan dat er een atoombom in zit?”
Muller werd voor verhoor meegenomen door de FBI. De gezagvoerder riep passagiers op het vliegtuig te verlaten. En nu staan ze hier met z’n allen in de brandende zon, te wachten tot ze weer aan boord mogen. De brandweer is er, politiemensen houden wacht met machinegeweren. Een meter of driehonderd verderop ligt hun bagage op de landingsbaan uitgestald.
Een uur verstrijkt. Twee uur. Drie uur. Om de tijd te doden, ouwehoeren de internationals en hun entourage wat. De enkeling die in het bezit is van een mobiele telefoon, pleegt een belletje. Spits Ronald de Boer maakt van de gelegenheid gebruik om Ajax-coach Louis van Gaal, op het WK aanwezig als gast van een grote verzekeraar, voor te stellen hem eens op te stellen als rechtshalf – dat ging hem een paar weken geleden heel goed af, tijdens een oefenpotje van Oranje. Frank Rijkaard steekt een sigaret op.
Er wordt water uitgedeeld, maar er is niets te eten. Naar de wc kunnen de gestrande passagiers ook niet – ze staan op een verre uithoek van het vliegveld. Wil Michels, de vrouw van oud-bondscoach Rinus, houdt het niet meer en doet een plas in het gras naast de landingsbaan. Met een doek wordt ze discreet aan het zicht onttrokken door Truus Opmeer, in dienst van de verzekeraar en tegenwoordig bekend als Truus van Gaal.
Stafleden (onder wie assistent Rinus Israël) en spelers (zoals aanvoerder Ronald Koeman) wachten op het vliegveld van Orlando voor de vlucht naar Dallas.
Tot twee keer toe wordt het spannend. In de bagage van de verloofde van Oranje-verdediger Stan Valckx horen de FBI-mannen iets tikken. Als zij haar koffer met trillende handen heeft geopend, blijkt het om een eierwekker te gaan. En in het vliegtuig slaat een speurhond aan op een geur bij de locker tussen stoel 20 en 22, waar Ronald de Boer zit. Ook loos alarm: uit het kastje komt een poepluier van zijn elf maanden oude dochter Maxime.
Vier uur is er nu verstreken – en ze staan nog steeds op de landingsbaan.
In 1994 vond er, net als dit jaar, een WK voetbal plaats in de Verenigde Staten. Het Nederlands elftal was erbij. In het collectieve geheugen neemt dit toernooi een minder prominente plek in dan de WK’s van 1990 (het spuugincident tussen Rijkaard en Völler) en 1998 (Bergkamps wondergoal tegen Argentinië). Toch was het een veelbewogen eindtoernooi, waarin incidenten buiten het veld Oranje afleidden van het hoofddoel: goed voetballen. Opvallend vaak vervulden meereizende journalisten een hoofdrol.
NRC sprak met negentien hoofdrolspelers van het WK: spelers, trainers, stafleden, verslaggevers. Over het voetbal, maar vooral over de randzaken die zorgden dat het Nederlands elftal wellicht minder bereikte dan erin had gezeten.
Flipovers van opstellingen en wedstrijdbesprekingen van Oranje tijdens het WK 1994.
Flipovers van opstellingen en wedstrijdbesprekingen van Oranje tijdens het WK 1994.
Flipovers van opstellingen en wedstrijdbesprekingen van Oranje tijdens het WK 1994.
Flipovers van opstellingen en wedstrijdbesprekingen van Oranje tijdens het WK 1994.
Op zondagavond 29 mei gaat bij Dick Advocaat de telefoon. De bondscoach is twee nachtjes thuis in Voorburg, voordat hij morgen weer vertrekt naar het trainingskamp in hotel Huis ter Duin in Noordwijk – net als zijn spelers. Over negentien dagen begint het WK.
Aan de lijn is Ruud Gullit, sterspeler van het Nederlands elftal. Die komt meteen ter zake: hij stopt bij Oranje en gaat niet mee naar Amerika. Advocaat is verrast en vraagt naar de reden. Een duidelijk antwoord krijgt de bondscoach niet. „Slaap er nog een nachtje over”, zegt hij tegen Gullit.
Als Advocaat de volgende ochtend in Noordwijk zijn speler ziet arriveren, weet hij genoeg. Gullit draagt geen Oranje-trainingspak, maar een ruimvallend spijkerjack en een rood overhemd. Hij gaat weg.
Even later zit Gullit naast Advocaat in de perszaal van Huis ter Duin. Zijn schouders hangen omlaag, hij staart naar het tafelblad voor zich. Ook aan de verzamelde journalisten geeft hij geen verklaring voor zijn plotse vertrek. „Het is niet omdat ik niet kan voetballen”, is het enige wat hij erover kwijt wil. Na het WK volgt tekst en uitleg, zegt Gullit. Hij spreekt van „een verschrikkelijk moeilijke beslissing”.
Die avond is Gullit de opening van het achtuurjournaal, het nieuws staat de volgende dag op elke voorpagina. In 1994 is Gullit (31) nog altijd het gezicht van het Nederlandse voetbal. Charismatisch, goedgebekt. Aanvoerder van het team dat in 1988 Europees kampioen werd. Stervoetballer in Italië, eerst bij AC Milan, daarna bij Sampdoria. Het WK van 1994 is zijn laatste kans om wereldkampioen te worden. Nu is hij ineens weg.
Sterspeler Ruud Gullit kondigt zijn vertrek aan bij Oranje. Naast hem Dick Advocaat.
„Een klap”, noemt Advocaat het. De rest van de selectie is compleet overvallen. „Ruud heeft de spelersgroep in de steek gelaten”, zegt aanvoerder Ronald Koeman gepikeerd tegen verslaggevers. De spelers moeten verder, ze willen er niet te lang bij stilstaan – en dat doen ze ook niet.
Maar terugkijkend, zeggen veel toenmalig internationals, is Gullits afwezigheid wel van invloed geweest op hun prestaties in Amerika. Zonder het boegbeeld boezemt Oranje simpelweg minder vrees in bij tegenstanders. „Niet alleen vanwege zijn voetbalkwaliteiten, ook vanwege zijn uitstraling”, zegt Frank de Boer. „Als hij op het veld stond, keek de tegenstander daar wel even twee keer naar.”
Gullit zelf zou zijn vertrek uit Noordwijk jaren later „de slechtste beslissing uit mijn carrière” noemen. Maar waarom ging hij weg? Twee maanden na het WK komt hij met een verklaring: hij was het niet eens met de tactiek van Advocaat. Die wil op het WK klassiek Hollands spelen, aanvallend, met vleugelspelers. Geen goed idee, vindt Gullit. In de Amerikaanse hitte zal Oranje behoudender moeten spelen – bij voorkeur met twee spitsen. Zelf wil hij het liefst als vrije ‘nummer 10’ spelen, achter de spits. Niet als rechtsbuiten, de rol die Advocaat voor hem heeft bedacht.
Maar is dat het hele verhaal? Verklaart een meningsverschil over tactiek dat de altijd energieke en goedlachse Gullit er die ochtend in Noordwijk zó aangeslagen bij zit? Zowel Advocaat als zijn toenmalige assistent Bert van Lingen heeft het gevoel dat ze de ware reden nooit hebben gehoord, zeggen ze tegen NRC. Een gevoel dat ook onder oud-internationals leeft.
Gullit zelf heeft „geen behoefte” om te praten over 1994, zo laat hij NRC weten. Uit gesprekken met andere spelers, stafleden en journalisten valt wel een beeld te destilleren. Zijn vertrek draaide, zo zeggen zijn oud-collega’s, niet louter om tactiek. Het had ook, en misschien voorál, te maken met ego, gekrenkte trots en zijn plek in de pikorde.
Ten tijde van het WK was Gullit al twee jaar geen aanvoerder meer van Oranje. Gullit bedankte sinds 1992 twee keer voor Oranje – telkens keerde hij terug. In de tussentijd had zich rondom Advocaat, die als onervaren coach veel invloed gaf aan bepalende spelers, een nieuw clubje vertrouwelingen gevormd: oudgedienden Jan Wouters, Frank Rijkaard en Ronald Koeman, en steeds vaker ook Wim Jonk en Dennis Bergkamp. Gullit hoorde daar niet meer bij.
Hij ambieert geen leidende rol meer in het team, benadrukt Gullit bij aanvang van het trainingskamp in Noordwijk. Hij hoeft ook niet geraadpleegd te worden over de tactiek. Maar hij wil er toe dóén, wil zekerheid over zijn plek in het elftal. Dat Advocaat verder alles doet om het hem naar zijn zin te maken – Gullit krijgt een hotelkamer voor zichzelf – is niet genoeg.
„Ik vermoed dat hij zich niet gewaardeerd genoeg voelde”, zegt oud-radiocommentator Leo Driessen, die Gullit goed kent en ook in de VS was die zomer. „Hij ging niet als de onbetwiste vedette naar het WK.”
„De hiërarchie was veranderd”, zegt Jan Wouters. „Ruud had niet meer dezelfde positie als in 1988. En hij voelde ook wel, denk ik, dat hij niet meer kon brengen wat hij vroeger bracht.”
Na de persconferentie stapt Gullit in de garage van Huis ter Duin in een kleine rode Peugeot van een vriend. Ze rijden naar La Brochette, zijn favoriete restaurant in Amsterdam Buitenveldert. Nog dezelfde dag pakt Gullit op Schiphol een vliegtuig terug naar Italië. Journalist Frits Barend volgt hem tot aan de gate met een camera. „Ben je niet bang dat je spijt krijgt, Ruud?” vraagt Barend hem voordat hij de slurf inloopt. Hij omhelst Gullit en geeft hem een kus op zijn wang.
Bij aankomst op het vliegveld van Milaan wordt Gullit opgewacht door een journalist van De Gelderlander. Tegen hem zegt hij iets wat hij die ochtend niet op de persconferentie heeft gezegd, maar wel rijmt met het beeld dat zijn oud-teamgenoten hebben. „In Italië ben ik gewend alles met de coach te bespreken en ben ik zijn verlengstuk, zijn leider op het veld. In de Nederlandse selectie was ik een nummertje, ook in het overleg met de coach.”
Gullits carrière bij Oranje is ten einde.
Johnny Bosman, Jan Wouters, Ronald de Boer en René Froger doden de tijd met kaarten op het vliegveld van Orlando nade valse bommelding.
Wat zit John de Wolf daar toch te doen?
Frank de Boer kijkt geconcentreerd naar de handen van zijn collega-international. Ze zitten in de bus van hotel Huis ter Duin naar het trainingsveld van de lokale club SJC en spelen een potje poker. Een vast clubje hebben ze in Oranje: Rob Witschge, Bryan Roy, Aron Winter, Frank en Ronald de Boer. En John de Wolf, de snoeiharde Feyenoord-verdediger met woeste haardos, icoon van Rotterdamse onverzettelijkheid.
‘Five of a kind’, zo heet de pokervariant die ze spelen, met jokers toegevoegd aan het kaartendek. Ze spelen op hun hotelkamer, in het vliegtuig of in de bus naar trainingen en wedstrijden. Anders dan bij de oudere generatie voetballers, die klaverjassen om guldens en knaken, gaat het hier om serieuze bedragen: per potje soms wel meer dan duizend gulden. De onderlinge schulden worden netjes genoteerd en na afloop in contanten verrekend.
John de Wolf wint opvallend vaak, vindt Frank de Boer. En als hij wint, heeft hij bijna altijd een joker. Dus nu hij niet meedoet aan dit potje in de bus, heeft hij de tijd om zijn medespeler nauwkeuriger te observeren. Ineens ziet hij het: bij het schudden steekt De Wolf telkens achteloos een joker op vijfde positie in het kaartendek, zodat die kaart bij het delen op zíjn stapeltje belandt. De andere spelers hebben niets door.
Als Frank de Boer zijn bevindingen deelt met de andere pokeraars, zijn ze geschokt. Er zijn drie dingen die je als voetballer niet flikt bij je teamgenoten, zal De Wolf jaren later in zijn memoires schrijven: aan elkaars vrouw zitten, afgeven op de ander z’n kinderen en steken met kaarten. Die erecode heeft hij nu gebroken – en met name Rob Witschge is er kapot van. Zijn ploeggenoot De Wolf en hij komen bij elkaar over de vloer, rijden samen naar trainingen, leggen ook bij Feyenoord geregeld een kaartje.
De pokeraars besluiten De Wolf te confronteren met zijn bedrog, maar dat gaat minder goed dan gehoopt. Als ze hem op een hotelkamer in Noordwijk op heterdaad willen betrappen, vertellen de gebroeders De Boer, kan Bryan Roy zich bij de eerste de beste schudbeurt van De Wolf niet inhouden en begint tegen hem te schreeuwen: „Bedrieger! Je hebt gestoken!” De Wolf blijft ijzig kalm en ontkent alles. „Bewijs maar.”
Als de pokeraars aanvoerder Ronald Koeman in vertrouwen nemen, aarzelt die ook. Hij besluit Advocaat niet in te lichten, zo vertelt hij aan Andere Tijden Sport, om John de Wolf niet verder te straffen. Koeman herinnert zich niet of hij dat later in de VS wel heeft gedaan, zegt hij tegen NRC. „Waarschijnlijk niet.”
Het gevolg: als het Nederlands elftal anderhalve week voor het begin van het WK de oceaan overvliegt, zit valsspeler De Wolf nog steeds bij de selectie. Tijdens het trainingskamp in Toronto, Canada, is hij er gewoon bij. In de eerste dagen in Orlando, waar het Nederlands elftal zijn basiskamp heeft, ook. En als de selectie naar Washington D.C. vliegt voor het eerste groepsduel tegen Saoedi-Arabië, is De Wolf er nog steeds.
Op de staf na weet vrijwel iedereen bij Oranje er inmiddels van. „Niemand wilde meer bij hem aan tafel zitten”, zegt Frank de Boer.
Over wat er daarna gebeurt, lopen de herinneringen uiteen. Twee dagen voor de wedstrijd tegen Saoedi-Arabië, tijdens een oefenpotje in het Robert F. Kennedy Memorial Stadium in Washington D.C., voelt De Wolf plots een stekende pijn in zijn rechterkuit. Een lelijke blessure, oordeelt teamarts Frits Kessel: het WK van John de Wolf is voorbij. De volgende dag vliegt hij naar huis.
John de Wolf loopt een blessure op tijdens een training in Washington.
Dat is de lezing van John de Wolf zelf, in zijn memoires. Krantenstukken uit die tijd bevestigen zijn verhaal: verslaggevers zien hoe De Wolf op een karretje het stadion wordt uitgereden, fysiotherapeut Rob Ouderland spreekt tegenover journalisten van een „klassiek geval van zweepslag”.
De andere lezing? Die kuitblessure viel wel mee. Het was een elegant excuus om De Wolf op het vliegtuig naar Nederland te zetten, want als bondscoach Advocaat in de VS eindelijk van het kaartincident hoort, is de positie van De Wolf onhoudbaar. Dat is hoe Advocaat zelf het zich herinnert. „Met dat valsspelen ben je als speler niet geloofwaardig meer, dan moet je afscheid nemen”, zegt hij tegen NRC. „En met zo’n blessure komt het wat beter over.”
Het is ook de herinnering van meerdere oud-internationals. Frank de Boer, de man die De Wolf ontmaskerde: „Ik weet zeker dat het in scène gezet is. Het ging gewoon niet meer, hij moest weg.”
De tweede lezing zou ook het merkwaardige staartje van dit verhaal verklaren: twee weken later keert De Wolf terug naar de Verenigde Staten. Hij wordt van het vliegveld in Orlando gehaald door Oranje-persvoorlichter Rob de Leede. Na twee weken intensieve fysiotherapie in Nederland, verklaart De Wolf, is hij weer fit en wil hij graag mee naar de kwartfinale tegen Brazilië in Dallas. „Ik ben klaar voor Romário”, zo schrijft hij in zijn boek. Maar al snel krijgt hij te horen dat hij niet meer welkom is bij Oranje. De wedstrijd tegen Brazilië kijkt De Wolf op een hotelkamer in Orlando, samen met zijn vrouw.
Drie maanden na het WK komt De Wolfs bedrog in de openbaarheid, via De Telegraaf. Toch waren vrijwel alle meereizende journalisten al in Amerika op de hoogte van het incident, zo blijkt bij navraag. Ze hoorden het van spelers, met wie verslaggevers destijds veel nauwere banden onderhielden dan tegenwoordig. Sommige journalisten krijgen het nieuws niet hard, de meesten besluiten niets te doen met de brisante informatie. „Nee, dat verhaal brachten we niet”, zegt AD-verslaggever Lex Muller nu.
John de Wolf zou na het WK nooit meer voor Oranje spelen.
De terugkeer van De Wolf, hier op het vliegveld van Orlando (met zijn toenmalige partner), na behandeling van zijn blessure in Nederland.
Het vliegtuig is nog geen kwartier onderweg als achterin tumult ontstaat. Radioverslaggever Leo Driessen is spierwit en zit te trillen in zijn stoel. Hij lijkt ieder moment van zijn stokje te kunnen gaan. Collega-journalist John Volkers van de Volkskrant, die achter Driessen zit, rent door het gangpad naar voren om KNVB-arts Frits Kessel te halen.
De avond ervoor, maandag 20 juni, heeft het Nederlands elftal in Washington D.C. de eerste groepswedstrijd tegen Saoedi-Arabië gespeeld. Een tamelijk beroerde vertoning: de Saoedi’s zijn sterker dan gedacht, Oranje staat bij rust zelfs met 1-0 achter. In de 86ste minuut helpt de enigszins gelukkige kopbal van invaller Gaston Taument het team aan een benauwde zege.
Na afloop is er ook al iets met Driessen gebeurd. Volkers treft hem buiten het stadion aan in verwarde toestand, nauwelijks aanspreekbaar. Zit hij in een delier? Heeft hij gedronken? Volkers regelt dat hij naar het ziekenhuis wordt gebracht, samen met Frits Barend, waar ze hem na controle weer laten gaan.
Maar de volgende ochtend, in het vliegtuig vanuit Washington, is het dus opnieuw mis met Driessen. De commentator van NOS Langs de Lijn, zo weten al zijn collega’s, lijdt al jaren aan vliegangst. Die probeert hij doorgaans de kop in te drukken met een paar borrels. Dat zou ook zijn aanval van de avond ervoor kunnen verklaren.
Vlucht DL557 van Kiwi Airlines is om 08.15 uur opgestegen. Bestemming: Orlando, Florida, waar de Oranje-karavaan zijn uitvalsbasis heeft. De spelers en stafleden verblijven in een omheind golfresort in neoklassieke stijl aan Lake Nona. Het is er warm en vochtig, met bijna iedere dag tussen drie en vier uur ’s middags een tropische regenbui. Wanneer de internationals na de training een balletje slaan op de golfbaan of rondscheuren in een elektrisch golfkarretje, zien ze regelmatig alligators oversteken.
Journalisten en voetballers op dezelfde (charter)vlucht – dat is in 1994 de gewoonste zaak van de wereld. Sowieso zijn de banden tussen Oranje en de media in die tijd een stuk intiemer dan nu. Journalisten beschikken over het thuisnummer van spelers; met sommigen van hen duikt Leo Driessen weleens het nachtleven in. Op Lake Nona zijn de media in principe niet welkom, maar daar trekt niet iedereen zich iets van aan: aanvoerder Koeman nodigt tv-maker Harry Vermeegen uit om stiekem een potje te komen golfen.
Bondscoach Dick Advocaat met NOS-radioverslaggever Jack van Gelder op het vliegveld van Orlando, na de valse bommelding van sportjournalist Lex Muller.
De internationals hebben in die tijd een lossere levensstijl dan nu. Naast het pokerclubje is er een rokersclubje – Valckx, Koeman, Rijkaard, Peter van Vossen – van wie de meesten ook wel een pilsje lusten. In Lake Nona knijpt Valckx er soms ’s avonds laat tussenuit. Als de schoonmakers en het keukenpersoneel het park verlaten, kruipt hij bij hen achter in de auto. „Dan ging ik naar de uitgaansstraat van Orlando”, zegt Valckx. „Wat drinken in een bar, een beetje naar livemuziek luisteren. De Nederlandse supporters die ik tegenkwam, waren heel verwonderd dat ik daar rondliep.”
Dick Advocaat knijpt bewust een oogje toe. Laisser faire, dat is zijn motto buiten het veld. Om half tien ’s avonds vertrekt hij naar zijn kamer, wedstrijden voorbereiden met de technische staf. „Als je vier of vijf weken bij elkaar zit”, zegt Advocaat daar nu over, „moet je niet altijd alles willen zien en weten.”
Een epileptische aanval, constateert dokter Kessel in het vliegtuig. Hij laat een flesje sterke drank aanrukken uit de trolley van de stewardessen. Terwijl Volkers de trillende Driessen van achteren vasthoudt, giet Kessel een flinke slok bij hem naar binnen. Driessen bedaart enigszins. Toch besluit de gezagvoerder een noodlanding te maken op een militair vliegveld in Richmond, Virginia. Eerst vliegt hij nog wat extra rondjes om kerosine te lozen; landen met een volle tank is gevaarlijk.
Daar verdwijnt Driessen in een ambulance naar het ziekenhuis, waar ze, zegt hij nu, vochttekort constateren als gevolg van de hitte. Als hij de volgende dag wordt ontslagen uit het ziekenhuis, vertrekt hij naar huis.
Het Nederlands elftal moet in Richmond zeker anderhalf uur wachten voordat het vliegtuig weer kan opstijgen. Boos op Driessen zijn de spelers en stafleden niet, wel geïrriteerd door het oponthoud. Over vier dagen wacht België in het tweede groepsduel – ze willen zo snel mogelijk terug naar Lake Nona. En het is al de tweede keer dit WK dat meereizende journalisten zorgen voor gedoe in de lucht: tijdens de vlucht van Toronto naar Orlando, een week eerder, zijn opengeklapte laptops van verslaggevers gaan interfereren met de vliegtuignavigatie. Het gevolg: zestig kilometer uit koers en een uur vertraging.
Vier dagen na het incident met Driessen verliest Oranje in de bloedhete Citrus Bowl in Orlando met 1-0 van België. Het spel is beter dan tegen Saoedi-Arabië, Nederland heeft veel kansen, maar de goal valt aan de andere kant. De laatste en beslissende poulewedstrijd weet Oranje wél te winnen, 2-1 tegen Marokko, waarna in de achtste finale Ierland wacht.
In die wedstrijd laat de ploeg – in ieder geval één helft – voor het eerst overtuigend voetbal zien. Het wordt 2-0. Oranje naar de kwartfinale, tegen Brazilië. „Alle voorwaarden zijn aanwezig om het volgende week af te maken”, staat op een flipover die Advocaat in de dagen erna laat zien aan de selectie. „Heel Nederland rekent op ons.”
Een paar dagen later staan ze op de landingsbaan van Orlando, waar na bijna vijf uur wachten eindelijk een einde komt aan het oponthoud. Alle tassen zijn geïnspecteerd, de honden weer terug in de auto. Om 15.48 uur kan het Nederlands elftal opstijgen richting Dallas. De geplande middagtraining kan bondscoach Advocaat vergeten.
Lex Muller zit niet in het vliegtuig. Hij is meegenomen door de FBI naar een kantoortje. Met dank aan de Nederlandse consul in Florida, die stante pede voor hem naar Orlando is gekomen, komt hij met de schrik vrij. Ze sluiten een deal met de federale agenten: Muller verklaart dat het om een mislukte grap ging en de FBI zal geen gerechtelijke stappen tegen hem ondernemen.
De Oranje-spelers en hun staf reageren – net als bij de noodlanding met Driessen in Richmond – sportief. Ze vinden de reactie van de Amerikanen overtrokken. Advocaat faxt zelfs een handgeschreven brief van vier pagina’s naar de hoofdredacteur van het AD, waarin hij stelt dat „een dergelijke grap door ons allen in een Nederlandse groep gemaakt had kunnen worden”. Hij hoopt, schrijft Advocaat, „dat er geen verdere consequenties en/of sancties voor hem zullen volgen”.
Excuses in het Algemeen Dagblad voor de ‘bommelding’.
Journalist Lex Muller, verantwoordelijk voor de valse bommelding, tijdens een persconferentie.
Dat is ijdele hoop. In Nederland is het nieuws van de ‘bommelding’ overal – met volkswoede als gevolg. De brandweer wordt langs Mullers huis gestuurd, zijn vrouw en dochter ontvangen dreigtelefoontjes. ‘Oranje, sorry!’, kopt het AD een dag later in reuzeletters op het eigen sportkatern. Drie maanden later is Mullers carrière bij de krant voorbij.
Het WK van 1994 zal het laatste toernooi zijn waarop journalisten meevliegen met het Nederlands elftal. Dennis Bergkamp ontwikkelt mede door zijn slechte ervaringen op dit toernooi dusdanige vliegangst dat hij na het WK nooit meer zal vliegen.
„Tikje naar links nog, Wim… Nog een klein beetje… Ho, stop!”
De aanwijzingen van doelman Ed de Goeij bij het neerzetten van het muurtje klinken Wim Jonk vertrouwd in de oren. Ze doen dit vaak samen: De Goeij naast de doelpaal, Jonk bij de spelers.
Rob Witschge tackelt de Braziliaan Zinho in de kwartfinale.
In de tachtigste minuut van de kwartfinale heeft Jonk zojuist de Braziliaan Branco gevloerd. Een tactische overtreding, een meter of dertig van het doel. Een afstand waarvoor je niet eens een muurtje hoeft neer te zetten: wie schiet er van zo ver raak? Toch begint De Goeij meteen een muur te organiseren – en in dit soort situaties doe je altijd wat de keeper zegt. Branco, een linksbenige verdediger met een hard schot, staat zelf klaar bij de bal.
„Nu nog een beetje naar rechts, Wim!”
De tweede helft van Nederland-Brazilië is enerverend. Oranje is via een adembenemende remontada teruggekomen van een 2-0 achterstand – goals van Romário en Bebeto. Eerst maakt Dennis Bergkamp 2-1, even later gevolgd door de 2-2 van Aron Winter.
Oranje voelt dat het de overhand heeft. Ze zijn fitter dan de Brazilianen, laten voor het eerst op dit WK sprankelend voetbal zien. Ze kunnen winnen. En als ze de Brazilianen verslaan, ligt de weg naar de WK-finale open: in de halve finale wacht straks Zweden of Roemenië.
Het muurtje is klaar. Vijf man. Jan Wouters staat er zeker twee meter naast en laat zo een gapend gat. De scheids blaast. Branco neemt een aanloop, raakt de bal met de buitenkant van zijn wreef, op het ventiel. Met een lichte kromming, een beetje zwabberend, draait zijn vrije trap om de muur heen en langs Wouters.
De Goeij ziet de bal pas op het laatste moment komen – door zíjn muurtje. Hij duikt naar de linkerhoek, waar hij Branco’s schot had kunnen verwachten, maar is te laat. Via de binnenkant van de paal vliegt de bal binnen. 3-2 voor Brazilië.
Na het eindsignaal staan de spelers van Oranje verdwaasd op het veld. Wim Jonk zit gehurkt, hoofd omlaag, een flesje sportdrank tegen z’n voorhoofd. Rechtsbuiten Peter van Vossen ruilt zijn shirtje met Bebeto – daar had z’n zwager om gevraagd.
In de kleedkamer is het minutenlang muisstil, iedereen staart voor zich uit. Dan spreekt Dick Advocaat nog een paar woorden. „Dit was onze kans om Brazilië te verslaan, jongens”, zegt hij. „Maar het zat er helaas niet in.”
Bondscoach Dick Advocaat tijdens de kwartfinale tegen Brazilië (3-2 nederlaag).
Voor dit verhaal is gesproken met voormalig bondscoach Dick Advocaat, diens assistent-trainer Bert van Lingen, fysiotherapeut Rob Ouderland, persvoorlichter Rob de Leede, extern reisleider Marlies Haazebroek, en de internationals Ronald Koeman, Peter van Vossen, Gaston Taument, Ronald de Boer, Frank de Boer, Jan Wouters, Stan Valckx, Arthur Numan, Wim Jonk en de journalisten Leo Driessen, John Volkers, Lex Muller, Frits Barend en Henk Mees. Daarnaast is geput uit krantenarchieven, boeken en de uitzending van Andere Tijden Sport van 31 mei 2026 over het WK 1994.
Ruud Gullit en John de Wolf zijn benaderd, maar wilden niet meewerken aan dit artikel.