Opera Het met gejuich ontvangen slot van het operaseizoen, de voorstelling ‘Simon Boccanegra’, was er een met formidabele musici en sterke toneelbeelden. Prachtig inderdaad – al werd er niets werkelijk nieuws geprobeerd.
Scène uit ‘Simon Boccanegra’.
Simon Boccanegra van Giuseppe Verdi. Door: De Nationale Opera / Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Fabio Luisi. Regie: Jetske Mijnssen. Gezien: 4/6 in Nationale Opera & Ballet, Amsterdam, aldaar t/m 28/6. Info: operaballet.nl
Het begint met een dode op een altaar, het eindigt met een dode op een altaar. Wat daar tussen gebeurt in Verdi’s Simon Boccanegra laat zich moeilijk navertellen. Nu is het een achterhoedegevecht je druk te maken om bizarre operalibretti, maar ook binnen het genre bestaat er een spectrum. Simon zit vrij ver aan de kant van onnavolgbare soap-achtige verwikkelingen. Verdi bewerkte het geflopte werk uit 1857 tot een succes in 1881, maar nog steeds lijdt het verhaal aan een overvloed aan plotideeën. Al voor de pauze is er een volksopstand geweest, een ontvoering, een geheime liefdesverklaring, een dramatisch onthulde familieband. Na de pauze volgen een dubbele moordpoging, meer familieonthullingen, een bruiloft, verraad, genade, een sterfscène, een kroning.
De regie van Jetske Mijnssen lijdt niet aan een overvloed aan ideeën, en dat is maar goed ook. Mijnssen koos ervoor het verhaal uit de 14de eeuw over te hevelen naar de 19de – en al is het dan soms misschien moeilijk te volgen wat er precies ten grondslag ligt aan alle intriges, in elke afzonderlijke scène is wel volkomen duidelijk wat er op het spel staat. Daardoor krijgt de muziek alle ruimte, en dat is heerlijk. Het Koninklijk Concertgebouworkest (KCO) onder leiding van de Genuese Boccanegra-specialist Fabio Luisi doet denken aan een spinnende panter op een lome zomerdag. Schijnbaar glanzend en aaibaar, maar onder de oppervlakte suddert de potentie tot een grote aanval, hij kan op elk moment zijn klauwen uitslaan en doet dat soms ook. Wendbaar, elegant, betoverend.
‘De castingcommissie heeft haar lekkerste blik bassen, baritons en tenors opengetrokken’.
Links hoofdpersoon Simon Boccanegra (George Petean).
Ook de zangers zijn waanzinnig. Al hebben ze geen bekende Verdi-hits om het publiek mee op hun hand te krijgen (Verdi schreef dit stuk meer doorgecomponeerd dan opgehakt in losse aria’s), toch weten ze steeds meer bravo/i/a’s te ontlokken. De castingcommissie heeft haar lekkerste blik bassen, baritons en tenors opengetrokken; het voelt bij vlagen obsceen hoe je je mag verlustigen aan hun stemmen.
Fiesco’s (Georg Zeppenfeld) bas voel je in je onderbuik, je likt je lippen af bij de tenorheroïek van Adorno (Riccardo Massi), Simon zelf (George Petean) heeft een vaderlijke kleur in zijn stem die gloeit. En daartegenover kan Amelia (Federica Lombardi) alle mannelijke tegenspelers aan met haar soevereine, warme en toch meisjesachtige klank.
Het koor barst uit in scènes die je de rillingen bezorgen: de volksbestorming van de raadszaal is huiveringwekkend.
Ook de toneelbeelden zijn memorabel, en de ingreep dat niet Adorno maar Amelia Simon opvolgt als leider van Genua, werkt. Het leek me aanvankelijk een gratuite girlboss-geste, maar die wending komt niet uit de lucht vallen. Adorno is duidelijk te emotioneel voor een leiderschapsfunctie, nadat hij eerst een emotionele melt-down beleeft als hij vreest dat Amelia geen maagd is, en een volgende scène uitroept dat hij dood wil omdat hij zich vergiste. Amelia is degene die de hele opera haar rug recht houdt (letterlijk, ook) te midden van zoveel gekonkel en intrige, dus een mooie uitkomst dat zij daar aan het eind voor beloond wordt.
Kortom: op alle fronten ijzersterk.
En toch, tot slot, een persoonlijke kanttekening – beschouw het als een nagedachte tussen haakjes. Het was niet voor mij. Gaandeweg begon ik te denken: al dit waanzinnige talent, voor dit? Het geheel voldoet precies aan het generieke idee ‘opera’ dat kinderen in hun hoofd hebben. Zangers die in het Italiaans hun hart uitstorten over liefde, verraad, dood, in 19de-eeuwse jurken. Het zal enorm in de smaak vallen bij mensen die moe zijn van alle gekkigheid van brutale regie-ideeën, die gewoon mooie muziek willen horen, uitgevoerd door fantastische musici. Dat levert deze opera, weergaloos.
Tegelijk voelt het geheel artistiek conservatief, zoals een Disneyfilm met geëmancipeerde prinsessen in de hoofdrol conservatief voelt. Het voelt nostalgisch. Hoogstaande kwaliteit, maar er wordt niets nieuws geprobeerd, er wordengeen risico’s genomen. De voorstelling zindert niet na zoals een opera kan doen wanneer muziektheater boven zichzelf uitstijgt, wat óók kan gebeuren. Als dit opera op zijn best is, zal het ongetwijfeld een trouw en verrukt publiek vinden. Maar dan heeft het mij, hoe schitterend ook, als kunstvorm weinig te zeggen.
Scène met ‘het volk’ in Verdi’s opera ‘Simon Boccanegra’.