Wie weinig zeggenschap ervaart, vertrekt vaker. In een tijd waarin elke vertrekkende professional een organisatie tienduizenden euro’s kost, kunnen we ons dat niet veroorloven.
De puzzelstukjes van mevrouw Santos verraden dat er iets goed mis is. Elke ochtend schuift Mara, een professional in de ouderenzorg, even aan bij haar cliënt. Normaal gesproken zit die dan enthousiast te puzzelen, maar de afgelopen tijd legt ze haast geen stukjes meer. Ze kijkt steeds vaker voor zich uit, met steeds harder trillende handen in haar schoot.
Dat ligt aan de medicatie, weet Mara, maar daar gaat zij niet over. Ze wil een vast overleg invoeren waarin professionals signalen over cliënten kunnen bespreken voordat problemen escaleren. Dus trekt ze aan de bel, eerst bij collega’s, daarna in het teamoverleg en later bij haar leidinggevende. Iedereen ziet het probleem. Maar nergens is ruimte om het écht op te lossen. Het rooster moet rond, de werkdruk is hoog en er zijn urgentere zaken dan mevrouw Santos. Dus blijft haar puzzel onaf.
Dit incident is slechts een van de vele voorbeelden van een diepgeworteld probleem dat de kwaliteit van onze zorg onder druk zet.
Over de auteurs
Bianca Buurman is voorzitter van beroepsorganisatie V&VN en hoogleraar aan het Amsterdam UMC; Jan Willem Bruins is directeur van beroepsorganisatie BPSW; Fenny Steunenberg is bestuurslid bij V&VN en verzorgende IG bij Icare; Annamarike Seller is programmaleider van het Landelijk Actieplan Zeggenschap en directeur van het Amsterdam Research Center for Health Economics and Management.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Nederland vergrijst. Steeds meer mensen zullen de komende jaren een beroep doen op ziekenhuizen, verpleeghuizen, thuiszorg, ggz, jeugdzorg en sociaal werk. Tegelijkertijd hebben we een toenemend tekort aan zorgprofessionals. Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek en het Onderzoeksprogramma Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn blijkt dat dit tekort de komende tien jaar bijna verzesvoudigt: van ruim 24.900 in 2025 naar bijna 144.700 in 2035.
Een deel daarvan komt door gebrekkige instroom: minder jongeren kiezen voor een zorgopleiding en een deel haakt voortijdig af. Maar het fundamentelere probleem zit in de uitstroom. We verliezen te veel mensen die al in de zorg werken. Niet omdat zij hun vak niet meer willen uitoefenen, maar omdat ze te weinig te zeggen hebben over hoe ze dat mogen doen. Te vaak bepalen anderen hoe zij hun werkdag moeten indelen, welke zorg zij leveren en volgens welke regels zij dat moeten doen.
Het publieke debat over capaciteitsproblemen gaat al snel over ‘meer handen aan het bed’. Maar het gaat niet over handen. Het gaat over mensen met unieke expertise, die nog te vaak als productiemiddel worden gezien. Professionals zien waar zorg beter kan, waar regels knellen en waar tijd verloren gaat aan administratie. Maar als hun signalen blijven hangen in volle mailboxen en overbelaste agenda’s, verdwijnt eerst de motivatie. En daarna de professional zelf.
Van 2022 tot 2026 hebben ruim 260 zorg- en welzijnsorganisaties, ondersteund door het Landelijk Actieplan Zeggenschap (LAZ), geïnvesteerd in professionele zeggenschap. Parallel daaraan is onderzocht wat dit doet. En de uitkomst is helder: professionals die meer zeggenschap ervaren, halen meer voldoening uit hun werk, ervaren dat ze betere zorg leveren, raden mensen eerder aan om in de zorg te gaan werken én hebben minder vaak de intentie om te vertrekken. Het tegendeel geldt ook: wie weinig zeggenschap ervaart, vertrekt vaker. In een tijd waarin elke vertrekkende professional een organisatie 30.000 tot 42.000 euro kost, kunnen we ons dat – nog los van verlies aan kennis en continuïteit – niet veroorloven.
Toch is de realiteit weerbarstig. In een recente peiling van LAZ geven professionals aan onvoldoende betrokken te worden bij besluiten over hun werk. Ze noemen tijdgebrek, hiërarchie en regels die sturen op productie. Leidinggevenden denken vaak dat zij professionals veel ruimte geven, terwijl professionals dat zelf heel anders ervaren. Verder erkennen bestuurders het belang van betrokkenheid, maar signalen uit de praktijk bereiken de bestuurstafel nog te weinig.
Dus blijft de invloed van professionals beperkt en blijft hun werk zoals het was. Juist nu verbeterideeën nodig zijn om de zorg houdbaar te houden. Daarmee is zeggenschap geen ‘zacht’ thema naast de echte problemen, maar een structurele factor in de kwaliteit en houdbaarheid van zorg. Daarom moeten we, als sector samen, zeggenschap vanzelfsprekend maken. Maar dat gaat niet vanzelf.
Uit vier jaar aan ervaringen en onderzoek komen vier voorwaarden naar voren die hiervoor moeten zorgen: tijd, invloed, ruimte en lef. Tijd voor professionals om mee te denken. Invloed op besluiten die hun werk raken. Ruimte om hun stem te laten horen. En het lef om dat ook echt te doen.
Daarnaast spelen ook opleidingen, beroepsorganisaties en het ministerie een rol. Zeggenschap moet geen tijdelijk project zijn, maar onderdeel van hoe we zorg organiseren. Van lesstof tot wet- en regelgeving.
Doen we dit niet, dan blijft het debat steken bij aantallen. Dan praten we over tekorten en wervingscampagnes, terwijl we onvoldoende kijken hoe we de expertise en ideeën van professionals laten meewegen. Zij weten als geen ander hoe het werk anders en beter kan. En hun betrokkenheid is essentieel bij het introduceren van nieuwe manieren van werken, zoals digitalisering en AI.
De vraag is dus niet alleen hoeveel mensen we nodig hebben, maar vooral: hoeveel invloed we die professionals uiteindelijk geven. Als die invloed te klein is, laten we kwaliteit, motivatie en creativiteit liggen – en accepteren we een hogere uitstroom dan nodig is. De oplossing ligt dus niet in ‘meer handen’, maar in meer zeggenschap voor zorgprofessionals. Als we hen vertrouwen met onze levens, laten we ze dan ook vertrouwen met hun werk.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant