Affaires Donald Pols is niet de eerste publieke figuur die door een verzwegen verleden in de problemen komt. Van Wim Aantjes tot Mabel Wisse Smit: wat leert de geschiedenis ons over de omgang met een geheime ‘jeugdzonde’?
Een persconferentie van Willem Aantjes in 1978 naar aanleiding van zijn vermeende oorlogsverleden. Links toenmalig CDA-fractievoorzitter Ruud Lubbers, rechts CDA-Kamerlid Maarten Schakel.
Een man die zich zo diep schaamt dat hij 35 jaar lang probeert een ballon onder water te houden. Zo beschreef Sylvana Simons dinsdagavond bij Pauw & de Wit Donald Pols, die na één dag was weggestuurd bij Tata Steel omdat hij zijn verleden bij een extreemrechtse Zuid-Afrikaanse studentenorganisatie had verzwegen. De affaire was een gemiste kans, zei Simons in een empathische analyse: „Als hij het had gedeeld met de wereld, dan had hij een prachtig voorbeeld kunnen zijn van wat je omgeving met je kan doen in je jonge jaren, hoe je kunt radicaliseren, hoe je kunt deradicaliseren.”
Pols’ duistere verleden – dat werd onthuld door NRC – werd veelal geduid als een jeugdzonde, ook door Pols zelf: „Ik was dan wel negentien jaar oud, maar had eigenlijk het brein van een puber. En ik koos een weg waar ik nu met walging op terugkijk.” Daarbij klonk op tv herhaaldelijk de vaststelling dat Pols zich een deel van de ellende had kunnen besparen als hij op eigen initiatief met zijn verhaal naar voren was gekomen. Wat kunnen eerdere affaires ons leren over de omgang met verkeerde keuzes?
Donald Pols is niet de eerste publieke figuur die door een ‘jeugdzonde’, een term die een zekere bereidheid tot vergeving impliceert, in de problemen komt. Dinsdag viel op tv ook de naam van Willem Aantjes (1923-2015), die in 1978 moest aftreden als fractievoorzitter van het CDA nadat historicus Loe de Jong in een rechtstreekse televisieuitzending had gemeld dat hij in 1944 lid was geweest van de Waffen SS. Later nuanceerde nieuw onderzoek de bevindingen van De Jong – zo ging het om een lidmaatschap van de minder extreme Germaansche SS – en sprak de historicus spijt uit over zijn „ongenuanceerde” persconferentie. Hoewel Aantjes zich als gerehabiliteerd beschouwde, was zijn rol in het CDA uitgespeeld: hij werd nog wel voorzitter van de Kampeerraad.
Aantjes was niet de enige die werd geconfronteerd met een beschamende geschiedenis uit de Tweede Wereldoorlog, maar voor lang niet iedereen waren de gevolgen even ernstig. Een jaar na Aantjes was Joseph Luns (1911-2002, jarenlang minister van Buitenlandse Zaken en vanaf 1971 secretaris-generaal van de NAVO) onderwerp van een onthulling door Loe de Jong. Hij bleek van 1933 tot 1936 lid te zijn geweest van de NSB. In eerste instantie beweerde Luns dat hij werd verward met zijn broer Huib, in tweede instantie stelde hij buiten zijn eigen medeweten door die broer als lid te zijn opgegeven. Huib Luns bevestigde dat later in een schriftelijke verklaring, waarover zijn weduwe nog weer later zei dat deze vals was en slechts de bedoeling had om de positie van Joseph Luns bij de NAVO te beschermen.
Zwijgen en ontkennen zijn veel toegepaste methoden. Zo hield prins Bernhard tot zijn dood vol nooit lid te zijn geweest van de NSDAP, ondanks zich gestaag opstapelend bewijsmateriaal. De biograaf van dichter Lucebert (1924-1994) onthulde pas in 2018 dat deze op zijn achttiende nazistische sympathieën had gehad, zoals bleek uit brieven die ook antisemitische passages bevatten. Later in zijn leven zou Lucebert zich juist als een uitgesproken antifascistische schrijver profileren. Maar omdat hij nooit een woord wijdde aan dat deel van zijn oorlogsverleden en hij er dus ook nooit naar is gevraagd, heeft hij ook niet de kans gehad om te zeggen dat hij „met walging” (de woorden van Pols) op die brieven terugkeek.
Toenmalig NAVO-secretaris-generaal Joseph Luns (links) schudt in 1979 de hand van Loe de Jong bij het verlaten van het NIOD-kantoor op de Amsterdamse Herengracht.
Oorlogsverledens zijn niet de enige verledens die mensen in de problemen brengen. Staatssecretaris Philomena Bijlhout trad in 2002 na een dag af als staatssecretaris voor de LPF, toen bleek dat zij had gelogen over haar lidmaatschap van de burgermilities van het regime-Bouterse in Suriname. VVD’er Hans van Baalen (1960-2021) werd in 1998 geen Kamerlid nadat Vrij Nederland een klassiek jeugdzonde-verhaal publiceerde. Het blad schreef over nazistische sympathieën in Van Baalens studententijd, inclusief een bewonderende brief aan Joop Glimmerveen van de extreemrechtse Volksunie. Van Baalen ontkende. Toen later bleek dat niet met zekerheid vastgesteld kon worden dat hij de brief had geschreven, werd hij alsnog Kamerlid en volgde een lange politieke loopbaan.
Vrijwel steeds gaat het om kwesties waarbij er een brede maatschappelijke consensus bestaat over wat moreel verwerpelijk is. Dat geldt voor de bezettingstijd, de Zuid-Afrikaanse apartheid, extreemrechtse sympathieën, het Bouterse-regime in Suriname en ook voor de georganiseerde misdaad.
In 2003 bleek dat Mabel Wisse Smit, de verloofde van prins Johan Friso, in haar studententijd vriendschappelijke betrekkingen had onderhouden met de in 1991 vermoorde drugscrimineel Klaas Bruinsma. Journalist Peter R. de Vries presenteerde zelfs een tv-interview met een oud-lijfwacht van Bruinsma die beweerde dat Wisse Smit „dat wijf van die lange” geweest zou zijn, iets wat volgens latere onderzoekers op een persoonsverwisseling berustte. Het aanstaand paar kreeg het verwijt premier Balkenende niet alles te hebben verteld over de contacten tussen Wisse Smit en Bruinsma. De premier besloot geen toestemmingswet bij de Tweede Kamer in te dienen, waardoor Friso niet langer aanspraak kon maken op de troon. „Tegen onwaarheid is geen kruid gewassen”, zei Balkenende.
Zo is in verschillende gevallen (Pols, Bijlhout, Wisse Smit) niet de jeugdzonde als zodanig de formele reden om iemand te laten vallen, maar onvoldoende openheid daarover. Dat betekent niet dat openheid altijd helpt. GroenLinks-Kamerlid Wijnand Duyvendak trad in 2008 terug, enkele dagen voor de publicatie van zijn boek Klimaatactivist in de politiek. Daarin erkende hij betrokkenheid bij een inbraak in het ministerie van Economische Zaken in 1985. Duyvendak lag al langer onder vuur om zijn actieverleden, waar hij nooit geheimzinnig over had gedaan. Wegens een inbraak op een militair complex in 1984 was hij veroordeeld tot zes weken gevangenisstraf, later volgden onbewezen beschuldigingen van betrokkenheid bij de gewelddadige actiegroep Rara.
In 2022 was van VVD’er Soumaya Sahla bekend dat zij als ex-lid van de terroristische Hofstadgroep drie jaar gevangen had gezeten. Toch moest zij na klachten van PVV-leider Geert Wilders terugtreden als „tafelvoorzitter terrorisme en radicalisering” van haar partij. (Twee jaar later werd zij geroyeerd als partijlid na de beschuldiging oud-partijleider Frits Bolkestein geld „ontfutseld” te hebben.)
Donald Pols had alles gewoon eerder zelf moeten vertellen. Dat al genoemde advies achteraf beantwoordt aan de communicatielogica, die voorschrijft dat je altijd zo veel mogelijk de controle over de berichtgeving moet houden: beter alles in een keer eruit. Intussen blijkt dat dat in de praktijk niet altijd simpel is: de meeste jeugdzondaars houden hun verleden voor zich, tot ze betrapt worden.
Een mens kan hoe dan ook niet bepalen hoe de geschiedenis uiteindelijk oordeelt. Over Aantjes groeide in de loop der decennia de consensus dat hem onrecht was aangedaan, over Luns en Prins Bernhard bleven de meningen (globaal gezien langs politieke lijnen) verdeeld. Wat er was aan debat over Mabel Wisse Smit verstomde na het tragische ski-ongeluk van prins Johan Friso in 2012. Wijnand Duyvendak bleef na zijn aftreden actief bij GroenLinks: hij was onder meer campagneleider bij de succesvol verlopen Kamerverkiezingen van 2017.
Er is altijd schaamte die openheid in de weg staat. Donald Pols vertelde NRC dat zelfs zijn vrouw en kinderen ‘nauwelijks’ iets wisten van deze episode uit zijn verleden. De werking van schaamte is niet te onderschatten, schreef psychiater Louis Tas in zijn artikel Notities over schaamte (1995): „Schaamte is niet alleen een dringende, angstige, woedende, bezwerende poging om jezelf te verstoppen en je te onttrekken aan de vernietigend kritische blik van de almachtige Ander. Schaamte brengt ook de vaak tamelijk succesvolle neiging met zich mee om de schaamte zelf te verstoppen.”
Philomena Bijlhout in juli 2022 nadat zij in Den Haag haar aftreden als staatssecretaris heeft bekendgemaakt.
Over de lengte van de weg van schaamte naar openheid schreef journalist Sheila Sitalsing in Waar ik me voor schaam. Over zwijgen en het doorgeven van schuld, dat in april werd bekroond met de E. Du Perronprijs. Dat boek gaat over haar omgang met het Tweede-Wereldoorlogsverleden van haar familie en het zwijgen van haar familieleden daarover. In het boek vraagt Sitalsing zich af waarom haar moeder zo lang heeft gezwegen over het foute verleden van Sitalsings grootouders. Haar zuster verbindt die zwijgzaamheid met het feit dat hun moeder het er ook nooit met hun vader over heeft gehad. „En toen hij het eenmaal niet-wist, werden ook wij onderdeel van het niet-weten.” De stap naar wel-vertellen is zo klein nog niet.
Wanneer Sitalsing zelf naar het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging gaat om het verzwegen familieverleden te onderzoeken, ontdekt zij dat het moeilijk is om dat in een coherent verhaal te vatten. ‘Wellicht ben ik te zeer geconditioneerd geraakt – verpest – door al die jaren Hollywoodfilms en journalistiek, branches waarin levenslopen graag worden voorgesteld als morele vertellingen waarin voor elke gedraging een reden is en voor elke gebeurtenis een oorzaak […] Dat is Hollywood- en talkshowkitsch.”
Zo bezien is het misschien niet verwonderlijk dat Donald Pols niet in staat was om in zijn eentje naar buiten te komen met zijn geheime jeugdzonde.