Albums van de week Zangeres Lizzo zoekt naarstig haar comeback, bij Death Cab for Cutie is het hopen op meer avontuur en bij Genesis Owusu is het uitzien naar de live-energie op het podium.
Lizzo
Bitch
Zelfvertrouwen bracht Lizzo ver – ze was een performer met flair op het hoogste podium. Haar discofunky megahit ‘About Damn Time’ won in 2023 een Grammy voor Record of the Year. Haar concerten, een uitbundige mix van pop, discofunk en soul, waren vieringen van vrouwelijke energie en zelfliefde. Lizzo werd het boegbeeld van body positivity, waarbij ze haar rondingen nadrukkelijk omarmde.
Maar dat imago liep een flinke deuk op. Voormalige dansers beschuldigden haar van het creëren van een giftige werksfeer en stapten naar de rechter. Tegelijkertijd viel Lizzo, ooit zo uitgesproken tevreden met een maatje meer, zichtbaar veel af. Dat zorgde bij haar achterban voor teleurstelling.
Nu moet de gecancelde artiest haar carrière weer vlot trekken. Met liedjes ‘Love in Real Life’ en ‘Still Bad’ leek Lizzo een nieuwe, meer rockgerichte koers in te slaan. Zonder succes. Met het album Bitch, haar onafhankelijkheidsverklaring, samengevat in de slogan ‘Reclaiming the word bitch is power’, begint ze opnieuw. Maar het blijkt een richtingzoekend allegaartje van popsoul, r&b en oldskool Chicago-house vol sneren.
„Ik ben te aardig geweest”, stelt ze in ‘Too Nice’. Je kunt je afvragen met wie Lizzo eigenlijk géén appeltje meer te schillen heeft. Bitch – op de hoes is ze zelf de opgestoken middelvinger – is één grote afrekening met fake friends, valse liefde en critici. Ze kruipt diep in haar slachtofferrol en haalt uit naar iedereen die haar aanviel op haar muziek, houding of kledingmaat. En hoezo is zij altijd degene die de rekeningen betaalt?
Muzikaal is het opvallend hoe nadrukkelijk nummers leunen op bekende voorbeelden. Zoals het titelnummer ‘Bitch’, waarin ze eigenlijk het hele refrein overnam van de hitsong ‘Bitch’ van Meredith Brooks (I’m a bitch, I’m a lover. I’m a child, I’m a mother. I’m a sinner, I’m a saint. I do not feel ashamed). Dat voelt makkelijk. Of de oldskool r&b van ‘Don’t Make Me Love U’ – het is net Tina Turner’s ‘The Best’. Ook al zijn er aanstekelijke momenten, Bitch is geen overtuigende comeback. Daarvoor klinkt Lizzo nog te veel als een artiest die haar volgende hoofdstuk zoekt.
Amanda Kuyper
Het nieuwe album van de geliefde Amerikaanse band Death Cab for Cutie, die bijna dertig jaar bestaat, heeft een dringende klank. De liedjes lijken voort te komen uit onstuimige emoties. Soms struikelt voorman Ben Gibbard over zijn woorden (in ‘Pep Talk’); in nogal wat nummers klinkt zijn stem nog wat cynischer dan hij toch al deed, als hij zingt „I envy the birds”, bijvoorbeeld.
De liedjes klinken gedrevener dan die op het vorige album, Asphalt Meadows, uit 2022. Zou de andere sfeer het gevolg zijn van Gibbards recente scheiding? Is dit nieuwe, elfde album van zijn band Death Cab for Cutie, met de titel I Built You A Tower, een scheidingsplaat? Wie weet. Het titellied gaat in ieder geval over afscheid, als hij zingt „I’m learning how to/ Live without you”. Deze uitspraak doet hij in de tweede uitvoering van het nummer ‘I Built You A Tower’ dat op de cd voor komt. De melodie is gelijk, maar tekst en uitvoering zijn anders. De tweede keer klinkt het heftiger en bombastischer, als een apotheose van gedurende het album opgebouwde emotionele ‘overpeinzingen’ (het woord ‘ruminations’ komt in meerdere liedjes voor).
‘Riptide’ is een grungy song, met een iets geforceerde overgang van couplet naar refrein. Maar ook hier de duidelijke woorden: „I can’t seem to keep it together anymore”. Opvallend kaal klinkt ‘Punching The Flowers’ waarin droge drums een hoofdrol spelen, en de gitaar slechts enkele erupties verzorgt.
Het palet van DCfC is overzichtelijk, met hun bandbezetting van gitaar, drum, bas, zang, en een enkel synthesizerlijntje, zoals in ‘Stone Over Water’. In een aantal nummers is dat voldoende voor mooie harmonieën en een vitaal temperament. De sfeer van hun liedjes is dynamisch en ‘Trap Door’ kreeg een verrassende elektronische schwung. Maar soms doet hun stijl verlangen naar meer avontuurlijkheid.
Hester Carvalho
Genesis Owusu
Redstar Wu & The Worldwide Scourge
Maatschappijkritiek is geen voorwaarde voor een rapplaat, maar kan wel bijdragen aan de opwinding. Zeker bij de Ghanees-Australische Genesis Owusu die op zijn nieuwste album in bijna elk nummer fulmineert tegen oligarchen, racisten, rechtsradicalen en de situatie in Palestina.
Die betrokkenheid pakt des te beter uit omdat Owusu’s woede ook in zijn voordracht te horen is. En in de hakkende ritmes, en in ratelende drums. Klank en inhoud vallen samen. Wat niet wil zeggen dat zijn nieuwe album, met de cryptische titel Redstar Wu & The Worldwide Scourge uitsluitend uit hiphoptirades bestaat. Owusu rakelt op dit derde album alle populaire stijlen van de afgelopen decennia op: punk, gabber, rap, ijle elektronica, per nummer doet hij iets anders. Verrassend is de knipoog naar de lyrische gitaarstijl van de oude Britse groep New Order, waarmee hij een intro volspeelt, in ‘Runnin’ Out Time’.
Sinds zijn debuut Smiling With No Teeth (2021) betuigt de extravagante Kofi Owusu-Ansah alias Genesis Owusu zijn buitenstaanderspositie. Geboren in Ghana en verhuisd naar Canberra, was hij als kind de enige Ghanees in een witte buurt. Als Australiër is hij een buitenstaander in de internationale rapscene.
Owusu kan klinken als de voorman van een Britse punkband, met joviaal accent en stotterende gitaar. Hij geeft elk nummer een voortdrijvende cadans, van een haastige drumcomputer, van een zwoele synthesizer of een funky bas. Die cadans en zijn soms boze, soms verleidelijke stem smelten steeds geweldig samen.
Nummers als ‘The Worldwide Scourge’, ‘Stampede’ en ‘Death Cult Zombie’ zijn afwisselend, opwindend, vernieuwend. Het enthousiasme van de fans kan hoog oplopen, een paar jaar geleden stortte de dansvloer in door het springen tijdens zijn concert in Sydney. Op 14 juni speelt Owusu op het Best Kept Secret festival in Hilvarenbeek.
Hester Carvalho