Hotel De Zeevaartschool in Vlissingen is een heerlijke plek, maar de keuken ligt helaas op ramkoers. Het personeel ontvangt in kapiteinsjassen met gouden knopen, maar die kunnen de misgrepen van de keuken niet verbloemen.
is culinair recensent van de Volkskrant. Ook schrijft ze over culinaire (pop-)cultuur.
Boulevard Bankert 156, Vlissingen
hoteldezeevaartschool.nl
Cijfer: 5,5
Hotel-Restaurant in oude zeevaartschool. Menu ‘Lente aan de Kust’ van drie (€ 57,50) t/m vijf gangen (€ 79,50) ook à la carte en lunch, en op zondagmiddag fruits de mer.
Ter ere van het 75-jarig jubileum van de Zeevaartschool in Vlissingen maakte de kunstenaar Jan Haas in 1990 een standbeeld van een scholier. Hij zit nog altijd op de boulevard, een leeftijdloze jongen met zijn pet naast zich en een papieren bootje in zijn hand. Blik heet het beeld, want dat was de naam die scholieren hier kregen, naar verluid vanwege het embleem van een blikken bootje. Toch is het juist ook de peilloze, kwetsbare blik van de jongen die het beeld zo ontroerend maakt. Kijkt hij verlangend naar de schepen die voor hem langsvaren? Is hij overmand door zorgen, of zit hij zomaar wat te dromen voor hij weer met zijn boeken het gebouw achter hem kan binnengaan?
Dat gebouw, een blokkig, maar sfeervol rijksmonument met een opvallend, kraaiennestachtig torentje, is al een tijd geen school meer. ‘Te koop’, schreef de Provinciale Zeeuwse Courant in 2021: ‘Aan de Vlissingse boulevard gelegen brok nostalgie met vochtige muren en onmogelijke indeling, maar fantastisch uitzicht op zee.’ Na twaalf jaar leegstand wilde de Hogeschool Zeeland ervan af. Geïnterviewden hadden er een hard hoofd in: het gebouw was dermate onhandig, dat het hoogstwaarschijnlijk zou moeten worden platgegooid.
Nog geen vijf jaar later is de Zeevaartschool volledig in ere hersteld. De in Vlissingen geboren horecaondernemer Joost van Damme tekende voor de overname en nam de klus op zich de klaslokalen te veranderen in hotelkamers; de helft met zeezicht, de helft met stadszicht en enkele knusse Matrozenkamers die helemaal geen uitzicht hebben. De prijzen zijn opvallend sympathiek, zeker gezien de prachtige locatie aan de boulevard en het brede, rustige strand. Over de monding van de Westerschelde kun je tot aan Zeeuws-Vlaanderen kijken en de reusachtige containerschepen onderweg naar Antwerpen brommen op honderd meter voor je neus langs.
Op de begane grond is het restaurant, waar we heel vriendelijk worden ontvangen door personeel in een soort kapiteinsjassen met gouden knopen en epauletten op de schouders. De inrichting met veel zachte stofjes en donker hout doet ook wel wat denken aan een cruiseschip – een beetje ouwelijk misschien, maar ook wel knus. We worden aan het raam geplaatst en vergapen ons aan het uitzicht. In de zomer moet je hier ook fantastisch op het terras kunnen eten.
Er is een vast menu van drie tot vijf gangen, eventueel nog aan te vullen met kaas, en een kaart met losse gerechten. Ook vermelding verdient het aardige kindermenu, met naast de obligate ‘friet met snack’ ook aardig wat keuze in echte gerechtjes.
Helaas voor de fijne locatie en service blijkt de keuken nog niet op stoom. Het vegetarisch voorgerecht ‘cremeux van rode biet’ (€ 13,50) doet mij meer aan een toetje dan aan een voorgerecht denken; het is een soort roze pudding in de vorm van een roosje met stukjes appel, sesamzaad en edamame die nog niet allemaal goed zijn ontdooid. Ook bij de carpaccio van coquilles uit het menu stuiten we op diepvriestroubles: de plakjes rauw schelpdier hebben zó weinig smaak dat het net zo goed rauwe kipfilet had kunnen zijn. Stevig aangebakken kom je met goede kwaliteit bevroren sint-jakobsschelpen soms nog wel weg, maar bij rauwe is het verschil simpelweg te groot: geef me dan één goeie vers uit de schelp, in plaats van drie van die slappe, gescheurde fliebers uit de diepvries.
De bisque met langoustine en zeekraal (€ 14,50) heeft een beetje een modderig bruine kleur voor een schaaldierensoep, maar de smaak is goed en er liggen drie langoustinestaartjes in. De aardappelsoep met pitten, zaden en gerookte paling uit het menu is lijmerig van structuur, wat niet fijn is in combinatie met het kwistig gestrooide maanzaad – maar ook hier is de smaak wel oké.
Echt mis gaat het bij het visgerecht. Ik heb griet besteld (€ 42,50) en krijg een gul, dik en sappig stuk dat weliswaar lekker gebakken is, maar de bijgeleverde risotto is stug en stroef als roggebrood, op geen enkele manier romig. Er ligt een zielige minimais, een klont sponzige pompoen en een overgare courgette bij. Echt mislukt is de peterseliehollandaise, die waarschijnlijk uit een kidde (professionele ‘slagroom’-spuit) komt die al een tijd niet is gebruikt: wat een schuimige, romige saus had moeten zijn komt volledig geschift op tafel én smaakt penetrant naar ranzige boter. We laten het staan.
Het lam uit het menu (we vragen twee keer waar het vandaan komt, maar een antwoord blijft uit) blijkt een reusachtige portie van vijf ribben en een stuk nek, bijna genoeg voor twee personen. Het lam is sous vide gegaard, waardoor het weliswaar mooi egaal rosé is, maar vervolgens niet goed afgebraden. Er zitten nog grote stukken vet in en het doet opgewarmd en nattig aan. De nek en jus zijn wel goed, evenals de bijgeleverde aardappelgratin. Op die laatste zit mayonaise, wat ik dan weer niet helemaal begrijp.
Na het hoofdgerecht lopen we door het schitterende oude trappenhuis naar boven – iedereen mag het gebouw bezoeken en kan ook helemaal doorlopen naar het torentje. De bovenverdieping is veranderd in een soort klein museum vol oude maritieme objecten: klassieke hutkoffers, een reuschtige globe, boeken, kaarten en posters van beroemde schepen. Door een prachtige koperen verrekijker kun je over het water turen. In het het torentje liggen, keurig op jaartal, gastenboeken waar oud-scholieren hun herinneringen in mogen delen. Dat Van Damme besloten heeft het prachtige torentje publiek te laten in plaats van het, ik zeg maar wat, in de bruidssuite te veranderen, geeft voor mij aan hoe hoeveel liefde er in dit project is gestopt.
En het is echt jammer dat die liefde in het eten nog niet helemaal te proeven is. Als dessert in het menu komen er wederom nogal smaakarme aardbeien, opgeleukt met een wel lekkere siroop van verveine. Het geitenyoghurtijs is ook goed op smaak, maar zit vol ijskristallen. Het dessert van ingelegde-frambozensorbet met yuzu-wittechocolademousse (€ 14) smaakt ook niet slecht, maar is versierd met zoveel gestampte koekjes, glitterpoeder, gevriesdroogde framboos en knalpaarse meringuegolven dat het me meer aan een kindertoetje doet denken.
Ik wou dat ik deze unieke, sympathiek opgeknapte plek een hoger cijfer kon geven – met een zorgvuldiger keuken en betere producten zou Hotel de Zeevaartschool wat mij betreft een echte aanrader zijn. Voorlopig houden wij het bij een biertje en een snackje op het mooie terras – met aansluitend natuurlijk een bezoek aan het torentje.
Dit is een rubriek uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant