Regeneratieve landbouw – zonder gebruik van mest en pesticiden – heeft een grote toekomst in Afrika, voorspelt Thekla Teunis, medeoprichter van Grounded. Want boeren zien snel resultaat en de kosten zijn ook nog eens lager dan in de reguliere landbouw.
schrijft voor de Volkskrant over zingeving.
Regeneratieve landbouw – zonder gebruik van mest en pesticiden – heeft een grote toekomst in Afrika, voorspelt Thekla Teunis, medeoprichter van Grounded. Want boeren zien snel resultaat en de kosten zijn ook nog eens lager dan in de reguliere landbouw.
schrijft voor de Volkskrant over zingeving.
‘Boeren in Afrika zijn enthousiast over regeneratieve landbouw: ze lopen minder financieel risico, terwijl hun winstgevendheid groter wordt dankzij een betere kwaliteit van hun producten. Het is dus niet alleen beter voor de natuur, maar de businesscase ziet er veel beter uit dan bij traditionele landbouw met zijn gebruik van kunstmest, pesticiden en andere dure middelen.
‘We merken ook dat Afrikaanse boeren hun kennis over regeneratieve landbouw aan elkaar doorgeven. Voor je het weet doet het hele dorp mee.’
Het Ideaal
In deze serie interviewt Fokke Obbema mensen die hun leven aan een ideaal wijden.
Met kenmerkende geestdrift verhaalt de 41-jarige Thekla Teunis over wat haar al tien jaar bezighoudt – de verbetering van het lot van Afrikaanse boeren. Op dat spoor kwam ze na een studie wiskunde en een korte carrière in het bedrijfsleven, eerst bij organisatieadviseur McKinsey, daarna bij Shell.
Bij beide kon ze geen maatschappelijke veranderingen tot stand brengen, dus koos ze in 2013 voor de sociale onderneming True Price. Ze verdiepte zich in handelsketens van producten als thee, cacao en koffie: ‘Van de prijs die we in de supermarkt betalen, gaat maar 4 procent naar de boer en meer dan de helft naar het merk en de supermarkt.
‘Bovendien komen de maatschappelijke kosten, zoals milieuvervuiling, voor 60 tot 70 procent bij de boeren terecht. Dat vind ik bizar, zeker als je bedenkt dat de merken en supermarkten in handen zijn van westerse multinationals, terwijl de boeren zich in Afrika en Azië bevinden. We houden daarmee een neokoloniaal systeem in stand.’
Bij True Price was ze ‘te veel met Excel-sheets in de weer en te ver van mensen’. Dus verhuisde ze voor natuurorganisatie Commonland naar Zuid-Afrika, waar ze in de afgelegen Baviaanskloof een handjevol geitenboeren ervan overtuigde naar duurzame landbouw over te stappen.
De bedoeling was een verblijf van een jaar, maar samen met haar vriend werden het er zeven, een periode die door veelvuldig vallen en opstaan werd gekenmerkt. Sinds 2021 is ze terug in Nederland, waar ze vanuit Utrecht, samen met haar zakelijk partner Gijs Boers, leidinggeeft aan het door haar in 2016 opgerichte Grounded.
Dat staat met zo’n tienduizend boeren in diverse Afrikaanse landen in contact. Het investeringsfonds van Grounded bevat vijf miljoen euro. Deze zomer moet dat bedrag verdubbelen, haar ambitie is vijftig miljoen te halen. ‘We willen zoveel mogelijk boeren betrekken bij wat ik zie als een revolutie van onderaf’.
Teunis groeide op in De Wijk, een dorp nabij Meppel, als oudste dochter van twee fysiotherapeuten. Haar ‘rimpelloze, veilige jeugd’ in een ‘nogal saai dorp’ ziet ze als een ‘groot privilege’: ‘Ik heb dankzij mijn jeugd altijd het gevoel: het komt wel goed.’
Op school was ze de leider in de klas, op haar rapporten wemelde het van negens en tienen, haar wiskundestudie rondde ze cum laude af. Maar aan dat soort prestaties heeft ze nooit veel waarde gehecht: ‘Van huis uit heb ik meegekregen dat het in het leven niet daar om draait, maar om het goed zijn voor anderen.’
Na uw studie wiskunde koos u voor het bedrijfsleven, ook al zag u zichzelf daarin geen carrière maken. Vanwaar die keuze?
‘Ik wilde begrijpen hoe het bedrijfsleven werkt, omdat het zo’n belangrijke factor in de maatschappij is. Ook vroeg ik me af of ik iets aan de negatieve impact ervan kon doen. Verder speelde mee dat ik tijdens mijn studie een stichting met een maatschappelijk doel had opgericht (Move, waarmee studenten en kinderen in achtergestelde wijken met elkaar in contact werden gebracht, red.).
‘Ik wilde weten of je dat ook in een bedrijfsmatig model kon inpassen, zodat je niet iedere keer geld ervoor hoefde op te halen.’
Hoe verging het u bij McKinsey?
‘Ik maakte snel promotie, maar vond het werk veel te beperkt. Bij elke opdracht ga je in een tunnel waarbij je maandenlang op bijvoorbeeld de fusie van drie grote elektriciteitsbedrijven zit te puzzelen. Dat doe je dan van acht uur ’s ochtends tot acht uur ’s avonds, waardoor er geen enkele ruimte meer voor iets anders over is.
‘Bovendien ga je voortdurend met hetzelfde soort mensen om. Zowel je collega’s als de klanten hebben dezelfde achtergrond en studeerden aan dezelfde goede universiteiten. Ik vond dat te eenzijdig. Toen McKinsey in 2012 zijn duurzaamheidsafdeling wegbezuinigde, besloot ik op te stappen. Hier gaat niets veranderen, concludeerde ik.’
Een overstap naar Shell ligt dan niet voor de hand.
‘Die was inderdaad nogal curieus, maar ik kon daar aan een interessant duurzaamheidsproject werken. De toenmalige CEO van Shell had samen met de bazen van nog negen multinationals, waaronder Unilever, Monsanto en Dow Chemical, een project bedacht op het snijvlak van energie, voedsel en water.
‘Ik maakte deel uit van een projectgroep die innovatieve businessmodellen mocht bedenken. Maar in de praktijk leidde dat tot geen enkele verandering – de managers die we mee moesten zien te krijgen, waren met hun jaardoelen bezig. Een Shell-manager in Singapore gaat daarvan heus niet afwijken omdat iemand van het Haagse hoofdkantoor zegt dat het anders moet, ook al had ik de steun van de CEO.
‘Ik zag in dat de tanker die Shell is geen millimeter van koers zou veranderen en ben ermee opgehouden. Spijt? Nee, geen seconde, het is gewoon niets voor mij.’
De overgang naar Zuid-Afrikaanse geitenboeren kon moeilijk groter zijn. Kon u hun koers wel beïnvloeden?
‘Zeker. Hun geiten hadden de bergen en heuvels kaalgegeten, waardoor het gebied aan erosie onderhevig was. De boeren zagen hun inkomsten onder druk staan en stonden open voor iets anders, ik heb vele uren met ze aan de keukentafel doorgebracht om andere inkomstenbronnen te verzinnen. We kwamen uit op het verbouwen van rozemarijn en lavendel die we in een fabriek zouden verwerken. Het geld kwam van een Belgische vrouw, die ik via Commonland leerde kennen.
‘Iedereen dacht: dit is de toekomst, met die fabriek erbij leek het een fantastische oplossing voor dit gebied. Maar de lavendel bleek niet te willen groeien, terwijl de olie van rozemarijn door niemand in Europa werd gekocht. Ook bleek de manager die we hadden aangenomen van alles voor zichzelf te regelen, waardoor hij het vertrouwen van de boeren verloor. Ik had hem uitgekozen, dus ik voelde me schuldig tegenover de boeren.’
Hoe kwam u uit dit dal?
‘We vonden een andere manager, Daniel Fourie, die bij biologische boerderijen had gewerkt en die veel van de biochemie van de bodem afwist. Hij zat tot diep in de nacht op YouTube filmpjes over regeneratieve landbouw te bekijken. Zelf stond ik er sceptisch tegenover, het leek me vooral iets voor nerds, maar ik zei tegen hem: als jij de boeren kunt overtuigen, gaan we het doen. Dat lukte hem.
‘Met een beamer aan zijn microscoop kon hij beeldend uitleggen waarom het nuttig is de juiste bacteriën en schimmels in de bodem te stoppen, hoe je daarmee een sterk ecosysteem kunt maken waardoor je planten beter vijandige ziektes aankunnen en je niet langer dure bestrijdingsmiddelen hoeft aan te schaffen.
‘Ook kun je de grond met een mix aan gewassen bemesten, waardoor je niet langer kostbare kunstmest nodig hebt. De geiten konden op de kruidenvelden grazen, zij aten de rozemarijn niet op en zorgden voor bemesting van de velden. De boeren ervoeren direct positieve effecten, dat is het mooie van regeneratieve landbouw in Afrika.’
Wat was het effect in economisch opzicht?
‘De kosten voor de boeren gingen met wel 70 procent omlaag, ook omdat hun velden niet meer hoefden te worden gewied. Bovendien werd de kwaliteit van de rozemarijn aanzienlijk hoger, waardoor we die nationaal en internationaal tegen een hogere prijs konden verkopen. Dat compenseerde royaal de iets lagere opbrengst in kwantiteit, van zo’n 5 tot 10 procent. Dus zijn we regeneratieve landbouw daarna ook gaan toepassen bij andere producten en in andere landen actief geworden.’
Hoe heeft u de stap naar samenwerking met maar liefst tienduizend boeren kunnen maken?
‘We zijn begonnen met fabrieken op te zetten, zoals een theebedrijf in Zuid-Afrika en een groentebedrijf in Zambia. Zij hebben contact met duizenden boeren. Die werken nog niet allemaal regeneratief, maar daar zijn we wel naar op weg. We zagen dat de eerste verwerking van de producten van boeren in lokale fabriekjes vaak met slechte machines gebeurt, waardoor er aan China wordt geleverd, of alleen aan de lokale markt. Dan krijgen boeren geen hoge prijs voor hun producten.
‘Leveren ze aan westerse multinationals dan krijgen ze vaak een minimale prijs, tenzij het om hoge kwaliteitsproducten gaat. Wij willen ze een eerlijke prijs betalen, maar daar mag de fabriek natuurlijk niet aan ten onder gaan.
‘De fabrieken waar we nu via ons investeringsfonds in deelnemen, zie ik als bootjes op een wilde oceaan. Zodra we investeren, moeten we snel bijspringen – we hebben een draaiboek om ze snel te verstevigen en stabieler te krijgen. Gelukkig zien we mooie resultaten, sommige fabrieken draaien als een tierelier.
‘In Zambia, waar we ook een stuk land leasen, verdienden de boeren eerst vijftig dollar per maand, nu zitten ze op tweehonderd dollar. Dat heeft grote sociale effecten – ze kunnen huizen bouwen en het schoolgeld voor hun kinderen betalen.’
Is het moeilijk investeerders voor uw fonds te vinden?
‘De eerste twee miljoen euro waren erg lastig. Aanvankelijk was ik optimistisch, omdat ik ervan overtuigd was dat we een ongelooflijk goed verhaal hadden. Tot je potentiële investeerders ontmoet die altijd over de risico’s beginnen. Vooral in het begin vond ik het moeilijk daarmee om te gaan.
‘Het ene moment zat ik in Oeganda bij boeren tussen de hutjes in een arm, afgelegen gebied, het volgende was ik in Oslo op een conferentie van superrijken met grote jachten in de haven. Die mensen wilden het goede voor de wereld, maar discussieerden over criteria en risico’s.
‘Toen ze daarover begonnen, dacht ik: jij loopt het risico dat er een getalletje op je computerscherm wat lager uitvalt, waarna er helemaal niets in je leven verandert, terwijl voor Afrikaanse boeren dat geld het verschil uitmaakt of ze wel of niet hun kinderen kunnen voeden. Dan moest ik echt op mijn tong bijten om niet boos te worden. Mijn aanvankelijke optimisme werd de kop ingedrukt, het is lange tijd moeizaam gegaan. Maar inmiddels zit er vijf miljoen in ons fonds en lijken enkele grote instellingen zich te willen aansluiten.’
Wat wilt u nog bereiken?
‘Ik hoop dat Grounded vooral een inspiratiebron wordt – niet alleen voor regeneratieve landbouw in Afrika, maar ook voor andere plekken in de wereld, waaronder Nederland. Deze beweging heeft zoveel potentie. Je bedrijft niet alleen landbouw die in harmonie met de natuur is, maar het is ook economisch erg verstandig om zonder dure inputs als bestrijdingsmiddelen en kunstmest te werken.
‘Ik hoop dat de gangbare landbouw het tegen onze beweging gaat afleggen. Daarvoor moeten mensen wel gaan inzien dat het niet zo riskant is erin te investeren. Het kan nog zoveel groter worden dan wat we nu aan het doen zijn.’
Boektip: Affluence without Abundance van James Suzman.
‘Aan de hand van jager-verzamelaars in Namibië maakt Suzman duidelijk wat leven als onderdeel van de natuur ten diepste betekent. Veelzeggend detail over hun samenleving: de jager die een dier doodt, eet als laatste, om hoogmoed te voorkomen. Het boek deed mij inzien hoeveel van onze ‘waarheden’ cultureel zijn bepaald.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant