Boze nabestaanden van ebolapatiënten in Oost-Congo hebben opnieuw hulpverleners aangevallen. Ook zijn er patiënten uit behandelcentra ontsnapt. Waar komt dat wantrouwen vandaan? En wat kunnen organisaties doen om het tij te keren?
is buitenlandredacteur van de Volkskrant.
Een begrafenis van een ebolapatiënt in Bunia, de hoofdstad van de zwaarst getroffen provincie Ituri, eindigde maandag in chaos. Nabestaanden eisten dat de kist geopend werd, zodat ze konden zien of het wel echt om hun geliefde ging. Volgens ooggetuigen probeerde het begrafenisteam van het Rode Kruis uit te leggen waarom dat niet kon, toen zij werden aangevallen.
Toegesnelde beveiligers konden voorkomen dat de kist werd opengebroken, maar vier vrijwilligers raakten ernstig gewond. Twee provincies verderop, in Zuid-Kivu, vond deze week een vergelijkbaar incident plaats: het begrafenisteam moest de kist achterlaten en het lichaam werd uiteindelijk zonder veiligheidsmaatregelen begraven. Ook ontsnapten zeker 11 patiënten uit verschillende behandelcentra.
Dit soort incidenten bemoeilijken de bestrijding van de grote ebola-uitbraak in het oosten van de Democratische Republiek Congo (DRC). Volgens de laatste cijfers van de Congolese overheid zijn er 363 patiënten positief getest en 62 bevestigde sterfgevallen, waarbij ook besmettingen in een nieuwe regio opdoken. Dat laat volgens de autoriteiten zien dat de uitbraak zich nog altijd uitbreidt.
Alle hulporganisaties zijn het erover eens: samenwerking met de bevolking is cruciaal. Mensen moeten hun gedrag veranderen om verdere besmettingen te voorkomen. ‘De sleutel tot het beëindigen van deze uitbraak ligt niet in de biomedische wetenschap. Het gaat om leiderschap, verantwoordelijkheid, samenwerking en vertrouwen’, zei directeur van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) Tedros Ghebreyesus woensdag.
Bijna alle incidenten draaien om het lichaam van een overleden patiënt. Mensen kloppen aan bij een ebolacentrum omdat ze hun geliefde willen zien en een eervol afscheid willen geven, maar dat mag niet. Vanwege het grote besmettingsrisico behandelen hulpverleners het lichaam achter gesloten deuren.
‘Stel je voor dat iemand van buitenaf je komt vertellen dat de begrafenissen vanaf nu helemaal anders moeten’, zegt Ewald Stals, landenvertegenwoordiger voor Artsen zonder Grenzen. ‘Dat zou voor ons ook een schok zijn.’ Begrafenisrituelen zijn in Congo een belangrijk onderdeel van de cultuur. Het zijn vaak drukbezochte bijeenkomsten, waarbij mensen afscheid nemen door het lichaam te wassen en aan te raken. ‘De vrees is dat de ziel of geest anders geen rust kan vinden’, zegt Stals.
Maar er heerst ook een andere angst. Zeker in het begin overleden de meeste patiënten, omdat pas laat ontdekt werd dat ze ziek waren. Dat geeft mensen het idee dat wie een behandelcentrum ingaat er sowieso niet levend uitkomt. Volgens lokale media gaan er geruchten rond dat ebola helemaal niet bestaat en dat er medische experimenten in zo’n centrum worden gedaan,
Al decennialang strijden rebellengroepen in dit gebied om de macht. De overheid en hulporganisaties laten zich gewoonlijk niet veel zien, waardoor de bevolking het gevoel heeft in de steek te zijn gelaten. Dat er nu ineens wel aandacht en geld is, zorgt juist voor wantrouwen.
Voor veel mensen is ebola ook niet de grootste zorg. Zij moeten dagelijks zien te overleven. Er zijn continu uitbraken van ziekten zoals cholera en mazelen. Volgens het Wereldvoedselprogramma kampt 1 op de 3 mensen met ernstige honger. Ebolamaatregelen maken het mensen alleen maar moeilijker om te overleven. Door de grenssluitingen zijn de voedelprijzen nu al flink gestegen.
Het oorlogsgeweld is intussen niet geluwd. ‘Er wordt elke dag gevochten’, benadrukt Stals. Woensdagochtend vielen rebellen drie dorpen aan in Noord-Kivu, waarbij zeker tien mensen werden vermoord en een onbekend aantal mensen werd gekidnapt. ‘Ebola doodt, maar niet door onthoofding’, zegt een inwoner tegen The Guardian.
De incidenten doen denken aan de vorige grote uitbraak in Oost-Congo in 2018, toen er meer dan 450 gewelddadige aanvallen tegen hulpverleners plaatsvonden. Achteraf keken hulporganisaties kritisch terug op hun aanpak, omdat er weinig rekening was gehouden met de lokale bevolking. Zo was veel informatie alleen beschikbaar in het Frans en niet in lokale talen.
‘Je moet met mensen in gesprek gaan en compromissen sluiten’, zegt Jan Heeger, die tijdens die uitbraak als waterexpert voor het Rode Kruis van dichtbij gewelddadige incidenten meemaakte. ‘Het maakte een enorm verschil toen de lichamen in transparante zakken werden begraven, omdat mensen hun dierbare dan konden zien. Later werd ook toegestaan dat een of twee familieleden in beschermende kleding bij het ontsmetten van het lichaam aanwezig mochten zijn.’
De ervaring leert dat de beste aanpak is om in kleine teams naar de gemeenschappen te gaan om daar met dorpshoofden, religieuze leiders en andere belangrijke figuren in gesprek te gaan over de gevaren van ebola en over de lokale behoeften. ‘Als mensen aangeven dat ze hun handen niet kunnen wassen omdat ze geen water hebben, kijken we of we waterpompen in het dorp kunnen installeren’, zegt Stals.
‘Maar zover zijn we nog niet’, zegt hij. ‘We zitten echt nog in de eerste fase van het opbouwen van behandelcentra en testlocaties. Wat we wel al doen, is bij de bouw van elk nieuw centrum in gesprek gaan met de bevolking. We geven de lokale leiders een rondleiding en leggen uit wat we doen.’ Ook geven het Rode Kruis en andere organisaties informatie, bijvoorbeeld via de lokale radio.
‘Het blijft een inhaalrace’, zegt Stals. ‘We hebben nog steeds geen volledig beeld van de uitbraak. Het is heel belangrijk om snel onderscheid te kunnen maken tussen wie echt ebola heeft en wie een andere ziekte heeft, maar we hebben nog niet de capaciteit om genoeg tests per dag te doen.’
Wel kondigde de WHO deze week aan dat vijf patiënten, onder wie vier verpleegkundigen, zijn genezen en ontslagen uit de behandelcentra. ‘Patiënten die genezen en terugkeren naar hun gemeenschap, geven een enorm positief signaal af’, zegt Stals. ‘Zij kunnen anderen helpen te overtuigen dat je in een behandelcentrum juist meer kans hebt om te overleven.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant