Home

Waarheid gaat voor verzoening, leerde Desmond Tutu

Donald Pols

Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.

In 1991, een jaar nadat ANC-leider Nelson Mandela vrijkwam, was nog lang niet duidelijk dat Zuid-Afrika drie jaar later vrije verkiezingen zou organiseren, dat de rassenwetten zouden worden ingetrokken en dat het land een nieuwe, liberale grondwet zou krijgen. De sfeer was gespannen, sommige groepen dreigden met burgeroorlog. Naast de anti-apartheidsstrijders van het ANC en van andere verzetsbewegingen, waren het in de witte gemeenschap vooral ‘verligte’ jongeren en zakenlui die zich sterk maakten voor een nieuw Zuid-Afrika dat terug kon keren in de wereldgemeenschap. Daar waren ook veel witte Afrikaners bij, nakomelingen van kolonisten uit landen als Nederland, Frankrijk en Duitsland.

Juist in hoofdstad Pretoria, kraamkamer van het Afrikaner nationalisme en de theologische rechtvaardiging van de apartheid, legde niet iedereen zich zomaar neer bij het overdragen van de macht aan de zwarte meerderheid. Donald Pols, de voormalige directeur van Milieudefensie, was destijds een van hen, zo bleek uit onderzoek van NRC. Als voorman van het extreemrechtse Afrikaner Studente Front, heeft hij in april 1991 meegewerkt aan het zodanig verstoren van een bijeenkomst met Mandela op de Universiteit van Pretoria dat de toespraak van de ANC-leider niet door kon gaan. Drie mensen herkenden op beelden de jonge Pols als degene die een ANC-vlag in brand steekt. Dat hij zijn nieuwe werkgever Tata Steel niet van dit verborgen verleden op de hoogte heeft gebracht, heeft hem deze week zijn baan gekost.

Toen NRC Pols confronteerde met de beelden, wees hij op het reactionaire milieu waarin hij was grootgebracht. Hij groeide buiten de stad op in een volstrekt gescheiden wereld waarin de kerk vertelde dat witte mensen superieur waren aan zwarte mensen, Mandela gezien werd als de antichrist en televisie en popmuziek duivels waren.

Het vraagt moed om uit die racistische spiraal te komen. Veel mensen, ook met een vergelijkbare achtergrond als die van Pols, hadden die moed. Eind jaren tachtig was bijvoorbeeld de Voëlvry-beweging opgekomen rond Afrikaanstalige muzikanten als Koos Kombuis, Johannes Kerkorrel (en zijn Gereformeerde Blues Band) die actief tegen de apartheid streden, ook in Pretoria. De beroemde predikant Christiaan Beyers Naudé weerlegde de racistische theologie van de Nederduits Gereformeerde Kerk. Kritische media als het Vrye Weekblad berichtten over het verzet uit Afrikaner hoek. Het is moeilijk voorstelbaar dat dit alles aan een negentienjarige student in 1991 in de hoofdstad van Zuid-Afrika voorbij is gegaan.

Maar dat is niet de kwestie. Door als publiek persoon geen openheid te geven over deze discutabele episode in zijn jonge leven, heeft Pols zijn werkgevers in diskrediet gebracht en zijn eigen reputatie geschaad. Dat hij in interviews jarenlang hoog opgaf van diezelfde Nelson Mandela en van de lessen die de eerste democratisch gekozen president van Zuid-Afrika hem leerde knaagt.

Juist in Zuid-Afrika is het geloof in een tweede kans na de apartheid onontkoombaar geworden. De val van Pols is daarmee ook een persoonlijk drama. Hij had zich behalve in Mandela meer in aartsbisschop Desmond Tutu kunnen verdiepen. Geen verzoening zonder waarheid, was het uitgangspunt van de commissie die Tutu na het einde van de apartheid voorzat. Iedereen was nodig voor de opbouw van het land. Wie eerlijk getuigde over zijn rol tijdens de apartheid kon amnestie krijgen want „vergeving vraagt om berouw, en berouw begint met het erkennen van wat verkeerd is gedaan”, schreef Tutu. Op dat principe is het nieuwe Zuid-Afrika gebouwd.

Commentaar

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next