Home

Opinie: Koloniale ideeën over wie erbij hoort en wie niet, werken nog steeds door

Toen zij haar Nederlanderschap verdedigde in WNL Op Zondag, verwees Fidan Ekiz vrijwel direct naar haar kritiek op de ‘politieke en radicale islam’. Alsof kritiek op die religie een lakmoesproef is voor het Nederlanderschap, stelt Nuri Kurnaz.

Presentator Fidan Ekiz kon in navolging van Ruud Gullit nauwelijks geloven dat zij anno 2026 nog moest uitleggen dat zij Nederlander is. Nu begrippen als ‘inheemse Nederlanders’ en ‘omvolking’ worden genormaliseerd, ontstaat impliciet een onderscheid tussen Nederlanders en Nederlanders. Tussen wie juridisch Nederlander is en wie volgens sommigen pas écht Nederlander zou zijn.

Historici zijn het er inmiddels grotendeels over eens dat natiestaat, identiteit en kolonialisme niet los van elkaar kunnen worden gezien. Ook Nederland vormt daarop geen uitzondering. Lange tijd zag Nederland zichzelf helemaal niet primair als een Europese natiestaat, maar als een imperium. De Nederlandse grondwet sprak niet voor niets over het ‘Rijk in Europa’. Daarnaast bestond het rijk in Oost en West.

Nederlands-Indië, Suriname en de Antillen waren dus essentiële onderdelen van hoe Nederland zichzelf begreep. Het Nederlandse zelfbeeld was daarom niet alleen nationaal, maar ook, of misschien wel primair, imperiaal.

Over de auteur

Nuri Kurnaz is historicus.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Volkenbond

Maar werden al die gekoloniseerde bevolkingsgroepen ook gezien als Nederlanders? Als het aan de Volkenbond lag wel. In een kaart uit 1927 werd Nederland met 56.858.156 inwoners, afgebeeld als een van de grootste lidstaten van de Volkenbond. Maar zoals de jurist Jessurun d’Oliviera aantoont in zijn boek Natiestaat en kolonialisme: een ongemakkelijk verbond, lag dit in de werkelijkheid anders. In Nederlands-Indië was men Nederlands onderdaan, niet-Nederlander, terwijl men in Suriname juridisch wel Nederlander kon zijn.

Over de relatie tussen kolonialisme, slavernij en racisme is de afgelopen jaren terecht veel geschreven. Dankzij historisch onderzoek en de Black Lives Matter-beweging is er meer aandacht gekomen voor de manieren waarop koloniale denkbeelden en slavernij doorwerken in het heden. Maar wanneer het gaat over de islam staat dat gesprek nog in de kinderschoenen, terwijl de gemiddelde gekoloniseerde onderdaan van het Nederlandse rijk toch echt moslim was. In Nederlands-Indië leefden naar schatting meer dan vijftig miljoen moslims. Op wereldschaal leefden ruim honderd miljoen moslims onder Europees koloniaal gezag.

Voor Europese imperialisten was de islam daarom niet zomaar een religie. Zij vormde een van de belangrijkste maatschappelijke en politieke krachten waarmee zij zich geconfronteerd zagen in hun mission civilisatrice (beschavingsmissie, red.). Koloniale bestuurders, missionarissen en imperialistische theoretici schreven voortdurend over wat zij aanduidden als de vijandige ‘wereld van de islam’. Daarbij ontstonden vaak sterk vereenvoudigde beelden van een beschaving die tegenover Europa zou staan en onverenigbaar was met het zelfbeeld.

Beschaving

De islam werd voorgesteld als traditioneel waar Europa modern was, als statisch waar Europa vooruitgang bracht, als een obstakel voor beschaving dat overwonnen moest worden. Dat betekent niet dat hedendaagse kritiek op de islam rechtstreeks uit het kolonialisme voortkomt. Geschiedenis werkt nooit zo eenvoudig. Maar het betekent wel dat sommige categorieën waarmee over moslims wordt gedacht ouder zijn dan 11 september.

Een van de invloedrijkste imperialistische denkers ter wereld, de Britse Lord Lugard, beschreef de Europese aanwezigheid en de ‘mission civilisatrice’ in Afrika als een strijd tegen slavernij én tegen de islamitische machten die die slavernij volgens hem in stand hielden. Ook in Nederland werd de islam vaak niet alleen als religie gezien, maar als een bestuurlijk- en beschavingsvraagstuk.

De koloniale ‘ander’ was voor Europese bestuurders, de Nederlandse in het bijzonder, heel vaak een moslim. Dat gegeven speelt nauwelijks een rol in ons bewustzijn over het kolonialisme. Terwijl juist daar misschien een deel van de verklaring ligt voor de bijzondere positie die de islam vandaag inneemt in discussies over nationale identiteit.

Lakmoesproef

Vanuit dat perspectief krijgt ook een opmerking van Fidan Ekiz een bredere betekenis. Toen zij haar Nederlanderschap verdedigde in WNL Op Zondag, verwees zij vrijwel direct naar haar kritiek op de ‘politieke en radicale islam’. Alsof kritiek op die religie een lakmoesproef is voor het Nederlanderschap. Ja, misschien in de PVV-wereld, maar (gelukkig nog) niet in Nederland.

Dat is geen verwijt aan Ekiz. Het laat vooral zien hoe diep bepaalde tegenstellingen zijn verankerd geraakt. Alsof moderniteit en islam, Nederlanderschap en islam, vanzelfsprekende tegenpolen zijn. De koloniale geschiedenis leert dat ideeën over wie erbij hoort en wie niet, nog steeds doorwerken.

Heeft de huidige obsessie met ‘inheemse Nederlanders’ en de voortdurende discussie over de plaats van moslims in Nederland wellicht niet óók iets te maken met een veel oudere erfenis van het koloniale bestuur over meer dan vijftig miljoen Nederlandse onderdanen, niet-Nederlanders?

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next