Non-fictie Hoe overleeft de liefde als je samen 118 dagen op een vlot op de Stille Oceaan ronddobbert? Of als je geliefde overwintert in het poolgebied? Twee boeken over onwaarschijnlijke liefdesverhalen.
Boot bij het eiland Skye, Schotland.
Maurice Bailey vind zichzelf maar een nerderige sukkel als hij in de zomer van 1962 kennismaakt met de flamboyante, bijna tien jaar jongere Maralyn Harrison. Na een desastreuze eerste ontmoeting is het Maralyn die het initiatief neemt voor het vervolg. Het is logisch dat Maurice zijn hart verliest aan haar, ze is knap en schenkt hem het nodige zelfvertrouwen dat hij van nature ontbeert. En zij? Ach, liefde is vaak een „verontrustend toeval”, aldus Sophie Elmhirst in Een huwelijk op Zee, het boek over hun ongewone verbond en lijdenstocht op de oceaan. Elmhirst is journalist bij The Guardian en stootte tijdens de Covid-lockdown op het verhaal van het echtpaar.
Sophie Elmhirst: Een huwelijk op zee. (Maurice and Maralyn) Vert. Marja Kooreman, Luitingh-Sijthoff, 272 blz. €23,99
Anders Bache & Sigri Sandberg: Poolliefde. Verlangen bij -40°C. (Polar kjærlighet) Vertaald en ingeleid door Gemma Venhuizen. De Geus, 240 blz. €21,99
De reconstructie die ze deed aan de hand van oude krantenknipsels, boeken en het dagboek dat Maralyn bijhield, is adembenemende lectuur. Meteen al op de eerste pagina’s wordt de boot waarmee het echtpaar van Engeland naar Nieuw-Zeeland wil zeilen ergens op de Stille Oceaan ’s nachts keihard door een walvis geraakt. „De boot was hun kindje. Het geluid van het knakkende en versplinterende hout was als een baby’tje dat krijst van de pijn.”
Eerst staren ze nog verweesd naar de hevig bloedende en ongedurige potvis, Maralyn vindt het een ondraaglijk idee dat zij met hun boot verantwoordelijk zijn voor de dood van het dier. Maar al snel groeit het besef dat ze vooral zichzelf moeten redden. Het gat in de langzaam zinkende zeilboot raakt niet gedicht, ze proberen alles wat noodzakelijk is (eten, water, logboeken, schrijfgerei) te redden. Ze maken de kleinere bijboot klaar en pompen lucht in het opblaasbare reddingsvlot om zichzelf en alle noodzakelijkheden om te overleven in veiligheid te brengen. Als dat na een uur hard werken gelukt is, maakt zij van op het vlot met de opkomende zon als achtergrond nog een foto van hun zinkende boot, en van Maurice in zijn ontblote bovenlijf. „Zijn blik was nog niet angstig, eerder overtrokken met een soort nerveuze leegte, alsof hij de situatie nog niet helemaal bevatte, terwijl ze er getuige van waren hoe hun langzaam kapseizende boot midden op de oceaan zonk.”
Het duurt vervolgens nog een pagina of vijftig voor we terug op dat vlot zitten, want Elmhirst beschrijft eerst de aanloop naar het fatale moment. Hoe Maurice en Maralyn het plan opvatten om het stoffige Engeland van zich af te schudden, een zeilboot te bouwen en naar Nieuw-Zeeland te varen om daar opnieuw te beginnen. Bijna tien jaar werken ze aan hun plan, ze wonen op de scheepswerf en heel hun leven staat in het teken van de boot. Eind juni 1972 zijn ze klaar voor vertrek, en vanaf dan bestaat hun leven uit zeilen, nog meer zeilen, wat rusten en bijtanken in havens.
Alles verloopt naar wens, tot die fatale 4 maart 1973, op weg naar de Galapagoseilanden. Wat volgt is een spannend verhaal over alle ontberingen en tegenslagen die het koppel krijgt te verwerken. Maar het is vooral ook een verhaal over échte veerkracht, over liefde die je zelfs de hardste ontberingen doet overwinnen. Ze overleven fysiek op het vlees van schildpadden, kleine haaien die ze vangen met een vishaak die ze maken van veiligheidsspelden, vogels die ze de nek omdraaien. Bij gebrek aan water persen ze het vocht uit de ogen van gedode schildpadden, om toch iets te drinken te hebben. Ze overleven stormen, en zien tot zes keer toe een schip voorbijvaren, zonder dat ze worden opgemerkt, omdat hun vuurpijlen het laten afweten.
Naast de fysieke ontberingen is er natuurlijk het emotionele. Maurice meent dat hij heeft gefaald als kapitein, en dus gefaald heeft in het leven. Hij vraagt zich af waar Maralyn het over heeft als ze opmerkt dat het jammer is dat ze vergat een foto te maken van de walvis die wel een half uur lang meezwom met hun vlot, en zich zelfs liet strelen. „Niemand gelooft ons als ze dit horen”, merkt ze op, en Maurice begrijpt niet hoe ze kan denken ooit nog gered te zullen worden. Maar zij is nu de kapitein, neemt het voortouw, beslist om te roeien om vooruit te geraken, verzint dingen om te doen, bezig te blijven. Een van die dingen is het noteren van recepten voor de dinner party’s die ze eenmaal terug aan wal wil organiseren, maar ook: plannen voor een nieuwe boot, die zorgvuldig worden genoteerd in de schriftjes die ze bij zich hebben. Het lijkt waanzin, ronddrijvend op de oceaan, maar het geeft hen beiden een doel, iets om naar uit te kijken, iets om voor in leven te blijven.
Net op het moment dat een hallucinerende, uitgemergelde Maurice het dreigt te begeven, brengt een Zuid-Koreaans vrachtschip redding. Ook dat is meesterlijk en spannend beschreven, vanuit het standpunt van de tobbende kapitein van het schip, die van zijn eerste trip een fiasco heeft gemaakt, tot de redding ook hem een heldenstatus oplevert. Als hij hun paspoorten vindt, kan hij niet geloven dat de twee Engelsen amper 41 en 32 jaar oud zijn, ze zien er tientallen jaren ouder uit.
Maurice en Maralyn worden triomfantelijk onthaald op Hawaï, wereldwijd schrijven kranten over het koppel dat 117 dagen op een vlot doorbracht – in werkelijkheid waren het er 118, maar om geen verwarring te stichten krijgt een boek over hun reis de titel 117 Days Adrift. Ze worden gevierd als helden, maar zo voelen ze zich niet. Als een verslaggever oppert dat ze God mogen danken dat ze nog leven, wordt Maurice boos. „Alleen de vastberadenheid van mijn vrouw heeft ons in leven gehouden”, weet hij. Als Maralyn enkele decennia later al op 61-jarige leeftijd sterft, kwijnt ook Maurice langzaam maar zeker weg. De brieven aan zijn huisarts getuigen ook dan nog van de diepe liefde voor Maralyn.
Soortgelijke brieven worden ook beschreven en geciteerd in Poolliefde, verlangen bij -40°C, van de Noren Anders Bache en Sigri Sandberg. Zij gingen in brieven en dagboeken op zoek naar liefdesverhalen van bekende en onbekende poolreizigers. Gemma Venhuizen, wetenschapsjournalist bij deze krant, is al vele jaren gefascineerd door het poolgebied, en raakte tijdens een reis naar Spitsbergen bevriend met archeoloog Bache. Zij vertaalde het boek dat Bache schreef met journalist Sandberg, herschikte de hoofdstukken en zorgde voor inleidingen die voldoende context moeten bieden voor lezers die minder vertrouwd zijn met de roemrijke verhalen van heldhaftige poolreizigers.
Anders dan Maurice en Maralyn leven de pelsjagers en poolreizigers vaak voor lange tijd gescheiden van hun geliefden. Dat zorgt voor hartzeer en bezorgdheid, je weet nooit of je geliefde vastraakt in het poolgebied en niet meer terugkeert. Maar het verlangen naar de ander geeft ook inhoud en diepte aan het leven. „Een leven vol verlangen is nooit leeg”, schreef Fridtjog Nansen aan zijn geliefde Eva Sars, toen een bekende zangeres van liefdesliederen. De avond dat hij haar een aanzoek deed, net teruggekeerd van een expeditie naar de Groenlandse ijskap, bekende hij naast zijn liefde voor haar ook zijn volgende plan: naar de Noordpool reizen. En toch zei ze ja, constateren de auteurs.
Soms overstijgt de liefde zelfs de dood. Dat blijkt uit het verhaal van de Zweedse Anna Charlier, die ruim tien jaar wacht op de terugkeer van haar man Nils Strindberg. Pas dertien jaar na zijn verdwijning trouwt ze met een andere man. Maar de foto’s van Nils sieren hun huis, en de duif waarmee hij haar ooit een brief stuurde staat opgezet in haar slaapkamer. 33 jaar na zijn verdwijning wordt Nils gevonden, een foto van Anna op zijn bevroren borst. Na haar overlijden werd Anna begraven naast haar man, maar niet vooraleer de broers van Nils haar laatste wens in vervulling brachten. Op de begraafplaats van Strindberg in Stockholm plaatsten de broers een zilveren kistje, met daarin… het hart van Anna.
Naast dit soort pakkende verhalen valt het toch opnieuw op dat het in dit boek de vrouwen zijn die de liefde levendig houden. Hun mannen moeten ze delen met de passie voor het reizen, terwijl de echtgenotes thuis achterblijven, al dan niet met kinderen. De mannen hebben vaak iets egocentrisch, zijn maniakaal bezig met hun ontdekkingstocht, terwijl de vrouwen er heel archetypisch zijn om hun mannen te steunen. Maar over die donkere kant van de liefde verneem je nauwelijks iets.
Zelfs bij mannen die flink uit de bocht vliegen blijft het boek wel erg op de vlakte. De Amerikaan Robert Peary was getrouwd, zijn vrouw financierde zijn reizen. Maar hij had op Groenland ook een relatie met Aleqasina, een pril tienermeisje dat een kind van hem kreeg. Peary was duidelijk een narcist en een ouderwetse racistische koloniaal, die neerkeek op de ‘primitieve’ Inuit, maar op dit toch penibele punt gaat het boek vreemd genoeg helemaal niet in. Wel gaat het over zijn haast om als eerste het noordelijkste punt van de aardbol te bereiken. Peary schrijft nog wel brieven naar zijn vrouw, maar die beginnen nu met ‘M.D.’ Vroeger begonnen zijn brieven tenminste nog met ‘My Darling’, maar daar was nu geen tijd meer voor. Ook zogenaamd ‘grote mannen’ kunnen verdraaid kleine kantjes hebben. Hierover hadden zowel de auteurs als Venhuizen wel een beetje strenger mogen zijn.
„Liefde is de sterkste macht in ons bestaan”, luidt het motto van het boek, een zin uit een brief van Fridtjog Nansen aan zijn Eva. Nansen was zeker een romanticus, net als Strindberg, maar je krijgt toch de indruk dat ook zij nog net dat tikkeltje meer hielden van het ijs en het poollicht dan van een leven met vrouw en kinderen. Dat geldt al helemaal voor Peary en nog enkele andere macho avonturiers in het boek. Dat geeft Poolliefde soms iets ongemakkelijks, omdat je de mannen nooit helemaal gelooft als ze weer eens hun hart uitstorten in een smachtende brief.
Neen, dan toch liever de liefde van Maurice en Maralyn. Hij weet dat zij mentaal de sterkste is, en hij bewondert haar erom. Zij hield hem met haar optimisme in leven, en hij wilde in leven blijven om er voor haar te zijn, niet voor zichzelf. Maralyn verklaarde achteraf: „Dankzij hem had ik iemand anders om aan te denken in plaats van me voortdurend alleen maar met mezelf te bemoeien.” Het is ook nog geen perfect evenwichtige liefde, maar van de ander je doel maken in het leven, komt aardig in de buurt.