Sociale zekerheid Sinds het begin werd sociale zekerheid met argwaan bekeken; fraudegevoelig en onbetaalbaar. Maar beide beweringen kloppen niet, zegt Timon de Groot, terwijl ze wel de basis zijn voor beleid.
Nederland viert dit jaar 125 jaar sociale zekerheid. De Ongevallenwet uit 1901 was de eerste wet die een door de staat verplichte verzekering instelde, waardoor arbeiders recht kregen op een uitkering als ze door een ongeval op het werk niet meer konden werken. In 125 jaar heeft Nederland een stelsel opgebouwd waar menig land jaloers op is, maar wantrouwen hoorde er van het begin af aan ook bij.
Timon de Groot is als historicus verbonden aan het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, Amsterdam
De bekende karikaturist Albert Hahn Jr. maakte in 1908 een beroemde spotprent over de Ongevallenwet van een arbeider die ondersteboven van een ladder valt. Op de achtergrond staan twee geestelijken, een protestante en een katholieke, die de opmerking maken: „Kijk, daar gaat weer zoo’n oplichter van den Staat.” Het sentiment dat sociale regelingen vooral misbruik uitlokken, waar Hahn jr. hier de spot mee dreef, is dus zo oud als de sociale zekerheid zelf.
Er loopt een rechte lijn tussen deze spotprent en de Fraudewet van 2013, waarmee een regime van draconische boetes en terugvorderingen voor misbruik werd ingesteld. Later bleek uit de parlementaire enquête dat deze wet niet was gebaseerd op cijfers van grootschalige fraude, maar op de overtuiging van minister Kamp dat mensen ‘voelden’ dat er gefraudeerd werd.
Naast de misbruikangst is er altijd een tweede bron van twijfel geweest aan de sociale zekerheid: het idee dat het te duur is. Dit jaar is een kabinet aangetreden dat steevast die stelling uitdraagt. In een jaar dat we de sociale zekerheid horen te vieren bederft dat de feestvreugde behoorlijk, want net als de opvattingen van Henk Kamp over grootschalige fraude lijkt ook deze stelling meer gebaseerd op gevoel dan op de realiteit.
In Nederland geven we iets meer dan 25 procent van ons binnenlandse inkomen uit aan sociale uitkeringen. Dat lijkt misschien veel, maar dat valt mee. Volgens de meest actuele data van Eurostat zit Nederland al enkele jaren onder het Europese gemiddelde. Landen als Frankrijk, Duitsland, maar ook Zweden en Denemarken geven meer uit aan de sociale zekerheid dan Nederland.
Bovendien bulken het Werkloosheidsfonds en het Arbeidsongeschiktheidsfonds van het geld. Bij elkaar opgeteld hebben ze meer dan 50 miljard euro opgespaard. Dat is goed nieuws, want als er toch onverwachts een economische crisis uitbreekt, is er een mooie buffer om de eventuele oplopende werkloosheid mee op te vangen.
Kortom: financieel heeft de sociale zekerheid er zelden zo goed voorgestaan. De vakbonden hebben dan ook groot gelijk dat ze niet over bezuinigingen willen praten wanneer het gesprek op oneigenlijke gronden wordt gevoerd.
Maar die twijfel – over misbruik en over financiële houdbaarheid – heeft haar prijs. Want terwijl het kabinet en de bonden steggelen over geld, woekert er ondertussen een ander probleem in de sociale zekerheid. Het vertrouwen brokkelt wel degelijk af, alleen niet bij degenen die bijdragen, maar bij degenen die er recht op hebben.
De uitvoeringsproblemen in het arbeidsongeschiktheidsstelsel zijn zo groot dat ze het vertrouwen van burgers in de overheid serieus aantasten. Door complexe regelgeving en een chronisch tekort aan verzekeringsartsen moeten veel mensen enorm lang wachten op een beslissing over een WIA-uitkering. Als in dat klimaat ook nog het beeld ontstaat dat het stelsel onbetaalbaar is versterkt dat het vertrouwen niet.
Wat dit kabinet evenveel zorgen zou moeten baren is het niet-gebruik van regelingen. Sociale zekerheid is een recht, maar veel mensen maken er geen gebruik van, soms uit onwetendheid, maar inmiddels ook steeds meer uit angst voor een terugvordering. Van de mensen met recht op een aanvulling op hun WIA- of WW-uitkering via de Toeslagenwet maakt bijna de helft geen gebruik. Wat daarbij niet helpt is dat de Toeslagenwet vrijwel dezelfde naam draagt als het toeslagenstelsel van de Belastingdienst.
Dit probleem speelt ook bij de minder bekende AIO, de bijstandsaanvulling voor gepensioneerden met een AOW-gat, een regeling die vooral van belang is voor mensen die ooit als arbeidsmigranten hierheen kwamen en nu in armoede oud worden. Een op de drie rechthebbenden vraagt deze uitkering niet aan. Ook hier lijkt de angst om te moeten terugbetalen een belangrijke rol te spelen.
Dat wantrouwen is een groot probleem, want het creëert onnodige en voorkombare armoede. 125 jaar sociale zekerheid verdient een feest. Maar een feest begint met vertrouwen, en dat moet worden verdiend. Soms is een symbolische daad de krachtigste manier om vertrouwen terug te winnen. Begin dan eens bij de Fraudewet van 2013, die mede aan de basis lag van de toeslagenaffaire. Die staat er in essentie nog steeds. Er wordt al jaren over aanpassingen van die wet gesproken, maar er is weinig van terechtgekomen. Draai die wet grotendeels terug. Dat zou een mooi cadeau zijn voor 125 jaar sociale zekerheid.