Margreet van Driel | burgemeester In haar eigen gemeente Papendrecht stuitte de burgemeester op felle tegenstand tegen een gepland asielzoekerscentrum. De meest uitgesproken actievoerder, Nikita de Ruiter is nu PVV-fractieleider. Haar partij levert waarschijnlijk een wethouder voor het nieuwe college. ‘Natuurlijk valt er nog wel wat te repareren.’
Margreet van Driel, burgemeester van Papendrecht.
‘Nu moet ik even mijn woorden wegen.” Margreet van Driel heeft net een uur lang vrijuit gesproken over waar gemeenten tegenaan lopen in de asielopvang. Maar zodra het gesprek op de PVV komt, valt de burgemeester van Papendrecht stil.
Dat is niet zo vreemd.
De PVV werd in maart de grootste in Papendrecht en gaat nu een college vormen met de VVD en Onafhankelijk Papendrecht. Tegelijk voerde de partij de afgelopen jaren campagne tegen een asielzoekerscentrum in de gemeente én tegen de burgemeester zelf. De huidige PVV-fractievoorzitter Nikita de Ruiter zaaide in petities en op sociale media twijfel over haar integriteit. Vervolgens ontving de burgemeester online bedreigingen, waarvoor een man werd opgepakt.
Nu wacht de opmerkelijke situatie dat Van Driel straks mogelijk in een college zit met de aanjager van de campagne tegen haar.
„Een gevolg van de verkiezingen. Dat is democratie”, zegt ze afgemeten op haar werkkamer in het gemeentekantoor.
In tientallen gemeenten wonnen bij de gemeenteraadsverkiezingen partijen die zich keerden tegen lokale azc-plannen. Terwijl in veruit de meeste gemeenten nog wordt onderhandeld over een nieuw college, moeten er eigenlijk al plannen worden gemaakt voor nieuwe asielopvang. Voor 1 december moeten provincies die plannen inleveren bij minister van Asiel en Migratie Bart van den Brink (CDA), zo schrijft de spreidingswet voor.
De komende maanden zijn daarom cruciaal: gemeenten moeten met elkaar om tafel om tot een sluitende verdeling van de opvang van asielzoekers te komen.
Margreet van Driel is behalve burgemeester ook voorzitter van een van de zogeheten regionale regietafels, waaraan tien gemeenten in het zuiden van Zuid-Holland afspraken maken over nieuwe opvangplekken. Alleen al in de provincie Zuid-Holland moeten er voor de zomer van 2027 nog zo’n elfduizend gevonden worden.
Voor al die nieuwe opvangplekken moeten gemeenten wel eerst „draagvlak” hebben van de raad en van inwoners, zegt Van Driel. En dat botst met de harde deadlines en aantallen die de spreidingswet voorschrijft. „Ik vind het goed hoor, dat die wet er is. Maar ik vind ook dat je niet zomaar voorbij kunt gaan aan de timing en planning van gemeenten”, zegt ze.
Voor de vestiging van een nieuw azc moet veel worden geregeld. Van vergunningen tot het meekrijgen van de gemeenteraad en omwonenden. „Ik zie gemeenten echt hard werken om aan de opgave te voldoen. Maar je kunt ijzer niet met handen breken.”
„Ik vind dat je asielopvang niet moet overhaasten. Vorige week ontving ik een ministeriële brief waar ik niet echt blij van word.” Ze pakt haar tablet erbij en opent een brief van minister Van den Brink. „Hier staat dat Papendrecht de opdracht voor de spreidingswet [164 opvangplekken voor juli 2025] niet heeft gehaald. Nou, dat klopt. Maar we hebben hier wél een opvang voor tachtig minderjarige vluchtelingen gerealiseerd. Als je dan alleen krijgt te horen: ‘het is niet gelukt’, dan voelt dat als een miskenning van wat gemeenten allemaal doen. We hoeven niet op onze vingers getikt te worden. Gemeenten zijn geen kleine kinderen.”
„Ik denk dat veel gemeenten een heel goed verhaal hebben waarom ze nog niet zover zijn. Gebrek aan ruimte, bijvoorbeeld. Zuid-Holland is de dichtstbevolkte provincie van Nederland. Toch moeten hier de meeste asielzoekers worden opgevangen. Klinkt dat logisch? Hoe meer inwoners, hoe meer asielzoekers je moet opvangen?”
„Bij de regionale regietafel, waar tien wethouders bij elkaar zitten, kijken we of er inderdaad sprake is van uitstel, of dat het gewoon afstel is. Dan vraag ik aan zo’n wethouder: hoe kunnen we je helpen, waar loop je vast? De ene wethouder loopt aan tegen een, laat ik het zo zeggen, lastige gemeenteraad. De volgende heeft geen plek in zijn gemeente. De derde heeft veel tegenstand vanuit de gemeenschap. We hebben allemaal wel wat. Aan de overlegtafel zoeken we steun bij elkaar en wordt ook gekeken of we zaken kunnen uitruilen: de een vangt bijvoorbeeld asielzoekers op voor de andere gemeente, die dan zelf weer statushouders van de ander overneemt.”
Margreet van Driel, de burgemeester Papendrecht, is ook voorzitter van de regionale regietafel, waaraan tien gemeenten overleggen over asielopvang.
Haar voorzitterschap van dit regionale overleg maakte Van Driel de afgelopen twee jaar tot doelwit van Nikita de Ruiter. Als inwoner leidde de Papendrechtse het verzet tegen de minderjarigenopvang. Ze begon twee petities en kreeg in 2025 toestemming van Geert Wilders om in Papendrecht een PVV-fractie op te richten.
Al voor de verkiezingscampagne stelde De Ruiter herhaaldelijk dat de burgemeester een „dubbele rol” zou hebben in het opvangvraagstuk. De nevenfunctie van de burgemeester zou „ernstige vragen” oproepen over „rolzuiverheid en belangenafweging”. Door het voorzitterschap van het regionale overleg zou ze het belang van voldoende asielopvangplekken boven de belangen van de Papendrechtse bevolking plaatsen, vond De Ruiter. De lokale PVV maakte er zelfs een punt van in het verkiezingsprogramma. De partij wil een „door de inwoners gekozen burgemeester die geen politiek bedrijft”, staat erin.
Onder een post van de gemeente Papendrecht in september 2025 schreef De Ruiter dat de burgemeester zelf voordeel heeft bij de opvang van vluchtelingen. „Kaching!”, schreef ze, vergezeld van een geldzak-emoji. „Is toch fijn om nog even je zakken te vullen voordat je met pensioen gaat”, schreef ze verderop. „Dat er een heel dorp om zeep wordt geholpen is voor haar een kleinigheidje.”
Begin dit jaar zei Van Driel in haar nieuwjaarstoespraak dat Papendrecht nog niet voldoet aan de spreidingswet. „We zijn echt nog niet klaar met het opvangen van vluchtelingen.” Onder een nieuwsartikel van AD De Dordtenaar noemde Nikita de Ruiter de speech „wal-ge-lijk” en een „schaamteloze vertoning”. Opnieuw schreef ze over de vermeende „dubbele pet” van de burgemeester. In andere reacties onder het artikel werd Van Driel uitgemaakt voor onder meer „ziek links mens” en „takkewijf”, dat thuis opgezocht zou moeten worden.
Eind januari hield de politie een 72-jarige man uit Waalwijk aan wegens bedreigingen onder het Facebookbericht. Hij wordt verdacht van dwang, opruiing, bedreiging en belediging van de burgemeester.
Er bestaan „veel misverstanden” over haar rol als voorzitter van het overleg, zegt Van Driel, gevraagd naar de reacties op haar speech. „Ik zou allemaal verschillende petten dragen. De waarheid is dat ik als voorzitter van het regieoverleg helemaal nergens over ga. Ik heb geen mandaat, geen stemrecht, ik zit gewoon onbezoldigd een vergadering voor, waar de wethouder Asiel van Papendrecht aanschuift om de belangen van Papendrecht te vertegenwoordigen. Maar het beeld is neergezet dat de burgemeester in dienst zou zijn van het COA en aan het vluchtelingenvraagstuk zou verdienen. Dat was heel vervelend. Het heeft het ambt van het burgemeesterschap wel een deukje gegeven. Omdat het impliceert dat ik ergens persoonlijk belang bij heb terwijl dat niet zo is.”
„Ja, de mevrouw die lijsttrekker is geworden heeft dit geïnitieerd.”
„Het is best een bijzondere situatie. Maar als burgemeester sta ik boven de partijen, ik ga niet over de voordracht van wethouders. Mijn belang is om een stabiel college te kunnen leiden, dat zich houdt aan de wet. Ik denk dat ik daar een goede rol in kan vervullen. Maar natuurlijk valt er nog wel wat te repareren.”
„Er zijn uitspraken gedaan over mij door mevrouw De Ruiter terwijl ze mij persoonlijk niet kende. Dan denk ik: tja, dat is buitenkant. Moet ik me daarmee bezighouden? Mijn ambt en mijn inwoners vragen van mij om daar boven te staan.”
„Na de verkiezingen heb ik met alle raadsleden persoonlijk kennisgemaakt. En als het tot een coalitie komt, zullen we met de drie fractievoorzitters nog een stevig gesprek voeren over het akkoord en over collegiale samenwerking. Want dit worden straks wel mijn bestuurders. Zij moeten stap voor stap laten zien hoe zij met dat ambt omgaan, en ik zal ze daarbij helpen en coachen. Dat vind ik nu mijn taak.”
Volgens Nikita de Ruiter is zij niet de aanjager geweest van een campagne tegen de burgemeester, zegt zij in een reactie. „Er is een grote groep burgers die zich hiermee bezighoudt. Maar ik snap wel dat ik nu alles op mijn bordje krijg: ik ben het gezicht van het verzet tegen de opvanglocatie, en inmiddels ook van de PVV.”
De Ruiter staat nog achter haar opmerkingen over de vermeende dubbelrol van de burgemeester. „Wij weten nog steeds niet hoe het zit met haar voorzitterschap en in welke mate zij invloed heeft.” De beoogd PVV-wethouder ontkent dat ze heeft gesuggereerd dat de burgemeester een financieel voordeel had bij de vluchtelingenopvang. Ze doelde op het salaris dat de burgemeester verdient, zegt ze.
Het hoeft een samenwerking niet in de weg te staan, vindt De Ruiter. „We hebben het met elkaar te doen de aankomende jaren, ik ga ervan uit dat het goed gaat komen. In de tijd dat ik dit schreef was ik gewoon een burger, een hele boze burger. Mijn rol is inmiddels veranderd. Ik ben nu fractievoorzitter, straks hopelijk wethouder. Je gaat dan anders met elkaar om.”