Vluchtelingen In het azc in Dronten wonen ruim 1.600 mensen – deels in chalets, maar ook in krappe barakken met karige voorzieningen. Syrische gezinnen als dat van Amal Khadoor zeggen dagelijks te moeten dealen met seksuele intimidatie, inbraakpogingen, diefstal en gebrekkige hygiëne. „Hé, ik zag een rat”, zegt de medewerker van Vluchtelingenwerk.
Het asielzoekerscentrum van Dronten – met ruim 1.600 inwoners een van de grootste van Nederland – ligt weggestopt langs de snelweg.
Op een bankje voor de receptie van het asielzoekerscentrum in Dronten laat Amal Khadoor (40) haar vorige leven zien. Ze scrolt door foto’s op haar telefoon. Haar zoon lachend boven een verjaardagstaart. Haar dochters naast de barbecue op het terras van hun huis aan de Syrische kust. „De kinderen hadden allemaal een eigen kamer”, zegt Khadoor. „We hadden twee badkamers, twee wc’s. Er was veel ruimte.”
Tien maanden geleden vluchtte het gezin naar Nederland. Ze zijn al drie keer verhuisd: Ter Apel, Assen, Biddinghuizen en nu dus Dronten. Daar wonen ze in een barak aan het eind van het opvangterrein. „COA noemt dit een caravan”, zegt Khadoor, maar de keet is amper twaalf vierkante meter; zonder douche of toilet. ’s Avonds gaat haar man mee naar de wc’s, zegt ze: „Er hangen daar altijd dronken mannen rond.”
Geïmproviseerde opvanglocaties zoals barakken, hallen, schepen, kantoren, containers en tijdelijke woonunits, vormen sinds een aantal jaar een steeds groter deel van de opvang. Inmiddels is ongeveer twee derde van de locaties tijdelijk. Volgens inspecties én het COA zelf voldoen deze locaties vaak niet aan de kwaliteitseisen die het opvangorgaan zelf stelt, zoals privacy, zinvolle dagbesteding, voldoende begeleiding, toegang tot zorg en onderwijs.
Hoe is het om daar te wonen?
De Vluchtelingenwerk-balie in het asielzoekerscentrum in Dronten waar twee keer week spreekuur wordt gehouden.
Het asielzoekerscentrum in Dronten.
Eten op de grond in de keuken van het centrum.
Het asielzoekerscentrum van Dronten — met ruim 1.600 inwoners een van de grootste van Nederland — ligt weggestopt langs de snelweg. Het is lastig te bereiken zonder auto: een busrit van tien minuten vanaf het treinstation, daarna een kwartier lopen. Vanaf de openbare weg leidt een paadje het terrein op.
Khadoor en haar contactpersoon van Vluchtelingenwerk Nederland, Karien Rossing, lopen over een slingerend kiezelpad in het opvangpark. „Dit zijn de beste plekken”, zegt Khadoor. Ze wijst naar houten bungalows met rode dakpannen. Het park telt ruim 130 van deze chalets. Oorspronkelijk werden ze verhuurd aan toeristen, maar al ruim tweeëndertig jaar worden ze bewoond door asielzoekers.
Op een warme voorjaarsdag zitten bewoners buiten voor hun chalet. Er wordt gebarbecued, kinderen fietsen over de paden. Een paar huisjes verderop zet een Eritrese jongen lachend de schaar in de haren van een vriend.
Drie maanden geleden is het kamp met tweehonderd plekken uitgebreid, de tweede vergroting in een paar jaar. Op pretpark Walibi verbleven 1.250 asielzoekers. Maar ze moesten snel weg, omdat het festivalseizoen bijna losbarst en Lowlands daar tenten gaat opzetten. Tweehonderd kwamen over naar Dronten en wonen nu in barakken die in allerijl werden neergezet. De rest is over Nederland verspreid. Het college in Dronten heeft besloten geen asielzoekers meer op te vangen op het Walibi-terrein.
In Syrië werkte Amal Khadoor als civiel ingenieur, haar man had een baan bij een oliebedrijf en werkte vooral in Syrië en Qatar. Ze hadden beiden goede salarissen, een groot huis in een dorp, twee appartementen. De kinderen gingen naar school, sportten, speelden instrumenten – gitaar en piano – en zwommen bijna elke dag in de zee. In het weekend gingen ze naar opa en oma.
Maar na de machtswisseling eind 2024, toen het Assad-regime werd afgezet, zegt Khadoor, verslechterde de positie van Alawieten sterk. Haar gezin is alawitisch – evenals oud-president Assad en zo’n 13 procent van de Syrische bevolking. Ze hangen een afsplitsing van de sjiitische islam aan. Nadat Assad werd verdreven, zegt ze, werd deze religieuze minderheid doelwit van geweld en intimidatie. Zelfs kinderen zijn niet veilig, zegt Khadoor. „Ze worden op school en de universiteit opgewacht, mishandeld of vermoord.” Ze laat op haar telefoon een groepsfoto zien en wijst naar een jonge vrouw met bruine haren: „Zij is vermoord.”
Na een paar minuten stoppen Khadoor en Rossing voor een rij genummerde barakken met oranje deuren. Het noodaggregaat op het grasveld zoemt, kleine kinderen fietsen onder het afdak door. Er liggen omgevallen fietsen, kinderwagens, vuilnisbakken. „Hé, ik zag een rat”, zegt Rossing verbaasd.
De teamleider van Vluchtelingenwerk vertelt dat bewoners van tijdelijke opvanglocaties vaker klagen over hygiëne en gebrekkige voorzieningen dan bewoners van reguliere asielzoekerscentra. Al twee maanden wast Khadoors dochter zich met water uit een emmer. „De ene douche is kokend heet, de ander ijskoud.” Er is ook veel minder privacy, zegt Rossing. „In een noodopvang wil je echt niet leven met je gezin.”
Veel bewoners maken zich zorgen over hun veiligheid. Gezien toiletten en douches zich buiten de woonunits bevinden, moeten ze ’s nachts over het terrein lopen. Haar dochter is bang om dan alleen naar het toilet te gaan, zegt Nermin (achternaam weggelaten vanwege persoonlijke redenen: wel bekend bij de redactie). „Het is echt niet veilig.” Op het Walibi-terrein — waar ze hiervoor verbleef, evenals Amal Khadoor — voelde ze zich ook onveilig. Tijdens het koken zag ze dat een Turkse vrouw in haar borsten werd geknepen door een onbekende man. „Ze barstte in huilen uit.”
En ook binnen is het niet altijd veilig. Een paar dagen terug had Nermin een vriendin op bezoek. Ze waren aan het kletsen, toen na middernacht plotseling buiten geritsel klonk. Nermin wijst naar het raam van haar kamertje, dat ze heeft geprobeerd op te fleuren met posters van bloemen. „Een man probeerde het raam open te maken”, zegt ze. „Hij ging weg toen we heel hard gilden.”
Bovendien wordt veel gestolen in het kamp, volgens de vrouwen. „Ze hebben al drie keer onze was uit de machine gestolen” zegt Khadoor: „Jassen, broeken, ondergoed: alles weg.”
Afgelopen jaren waarschuwden verscheidene aan ministeries verbonden inspecties dat kinderen in noodopvanglocaties, zoals een deel van het opvangpark in Dronten, niet de zorg, begeleiding en het onderwijs krijgen waar ze recht op hebben. Hun „veiligheid en ontwikkeling” komen hierdoor in „gevaar”, schreven de Inspectie Justitie en Veiligheid, de Inspectie Gezondheidzorg en Jeugd, de Inspectie van het Onderwijs en de Nederlandse Arbeidsinspectie in 2023.
Twee weken geleden volgde het zoveelste kritische rapport waaruit blijkt dat het onderwijs in noodopvanglocaties nog steeds niet op orde is. Kinderen missen, volgens het onderzoek , „veel onderwijstijd”, vooral door voortdurende verhuizingen. En: het zicht op hoeveel kinderen nou eigenlijk naar school gaan in de noodopvanglocaties ontbreekt.
Bovendien heeft het wonen in een barak, evenementenhal of container ook invloed op schoolprestaties. Rossing leest een mail voor van een gezin uit een van de barakken. „Mijn kinderen slapen erg weinig. Ze kunnen zich slecht concentreren op school. Hun psychische gezondheid holt achteruit.”
Ook Khadoor, moeder van drie, ziet dit terug bij haar eigen kinderen. In Syrië behoorden ze tot besten van de klas, zegt ze. Ze spreken Engels en Frans. Maar sinds ze in Nederland zijn, hebben ze amper een klaslokaal gezien. „In Ter Apel, Assen en Biddinghuizen hadden ze één keer per week drie uur les.”
Ook op sociaal vlak schiet dit soort locaties vaak tekort, zegt Rossing. „De noodopvang is zo tijdelijk” zegt ze. „Kinderen hebben amper de tijd om vriendjes te maken voordat ze alweer verhuizen naar een andere locatie.”
En dan de hygiëne. Khadoor toont een foto op haar telefoon van de toiletten in Dronten: stront op de grond, bril en wc-klep. „Ter Apel, Assen, Biddinghuizen, Dronten: overal was het zo smerig.”
De twee keukens bij de barakken deelt Khadoor met zo’n veertig andere gezinnen. Ze slikt antidepressiva, zegt ze, en kan niet meer tegen ruimten met veel personen. Ze denkt dan aan Syrië, dat als gevaar dreigde iedereen alle kanten op rende. „Ik word duizelig als ik in zo’n drukke keuken rondloop.”
Amal Khadoor (links op het bankje) in gesprek met Karien Rossing.
Rossing in gesprek met een jongen die niet in het verhaal voorkomt.
Khadoor en Rossing lopen even snel de lege keuken in. Op de muur en het plafond zitten honderden vliegjes. Een vieze kookpit, op de vloer ligt eten. Rossing: „Wat heftig.” Khadoor: „Mijn dochter kan hier niet komen. Ze heeft de afgelopen tijd heel veel gewicht verloren.”
Eigenlijk zouden we mensen niet zo moeten opvangen, zegt Rossing, terug op haar kantoortje in het azc. „Maar dit is inmiddels normaal geworden.”
Het COA bevestigt in een reactie dat bij noodopvang de kwaliteit „helaas niet altijd” kan worden gegarandeerd. Voor de uitbreiding met de barakken in Dronten is „extra beveiliging” ingezet. Met ”vierentwintig uur per dag beveiligers op het terrein”. Sanitair en de keukens worden, volgens COA, twee keer per dag schoongemaakt.
Aan de muur in het kantoortje hangt een handgeschreven brief van een zekere Ahmed: „In dit kamp verlies ik elke dag een deel van mijn dromen. Ik heb hier het gevoel dat ik gevangenzit, terwijl ik naar Nederland ben gevlucht voor een vrij leven.”