Tv-recensie Mike en zijn date leunden tegen elkaar aan op het Texelse strand en keken uit over de grijze golven van de Noordzee, wachtend op gevoelens waarvan ze niet wisten of die ooit zouden komen.
Mike en zijn date in ‘Daten in het dorp: op Texel’.
Lijdt u al aan oranjekoorts? Het zou een zalig soort lijden moeten zijn – het obsessieve, verlangende, bezeten soort lijden. Een koorts zo hoog dat je er gek genoeg van wordt om iets te kopen dat een juichjack heet. Maar alle oranje supermarktreclames ten spijt, lijkt Nederland nog niet veel verder te komen dan een beetje verhoging. Dinsdag, de dag voorafgaand aan uitzwaaiwedstrijd Nederland-Algerije, had EenVandaag (AVROTROS) alvast gepeild hoeveel Oranjefans dit jaar van plan waren het WK over te slaan vanwege gastland Amerika: tien procent.
(Omdat ze nu toch bezig waren, was het opiniepanel ook maar gevraagd hoe ver Nederland in de wedstrijd zou komen. De grens tussen een opiniepanel en een voetbalpool blijkt in de praktijk best smal. Voor wie het weten wil: negen procent van het EenVandaag-opiniepanel is van mening dat het Oranje-elftal kampioen zal worden.)
Bij mij stond het oefeninterland woensdagavond in elk geval niet aan, al moet ik toegeven dat dat er vooral mee te maken had dat ik geen zin had om te googelen wat een oefeninterland is. Thuis keek ik nog weleens voetbal met mijn vader, daarna woonde ik nooit meer samen met iemand die interesse had in sport. Ik wacht al jaren tot de oranjekoorts terugkeert – vergeefs. Wat is de lol van een WK als niemand opspringt van de bank om hartstochtelijk „óóów” te roepen, met de handen in het haar, wanneer de bal wel héél dicht bij het doel komt? Dan kun je net zo goed wat anders kijken.
Daten in het dorp: op Texel (BNNVARA), bijvoorbeeld. Van de stranden die woensdag in beeld kwamen op tv was het Texelse strand wel het aangenaamst; op het strand van Colombia waren de deelnemers van A.S.S. – Anti Survival Show (Net5) intussen overgegaan tot verwensingen als: „Krijg toch tuberculose aan je lul” (pardon). Zoiets zul je de vrijgezellen op Texel niet gauw horen zeggen. Zelfs op hun kwaadste momenten komen die niet veel verder dan: „Je had vandaag weinig oog voor mij, Mike”.
Met het eind van het programma in zicht reed presentatrice Emma Wortelboer Mike naar het strand voor een vliegerdate met zijn laatste twee overgebleven dames. Mike zat voorin, op de achterbank zaten nog drie andere mannen, allen klaar voor hun eigen vliegerdate. Een auto vol mannen die dadelijk mochten vliegeren. Dat kun je nou met recht positive masculinity noemen.
„Je moet met die grote armen om ze heen gaan”, suggereerde Emma aan Mike, die nog niet zo hard ging met „het fysieke”. Met zijn ene vrouw had hij al eens arm in arm gestaan en toen meende hij wel iets, ja, toch íéts te voelen, maar met de andere was het daar nog niet van gekomen. Die middag probeerde hij het maar gewoon. Met een paar daadkrachtige stappen kwam hij naast haar staan, hatsa!, arm rond haar schouder, en toen zei hij: „Ik voel nog niet dat er dingen in mijn buik komen.” „Nee”, zei zij. „Maar kan dat al nu?” Mike wist het niet.
Ze leunden tegen elkaar aan op het Texelse strand en keken uit over de grijze golven van de Noordzee, wachtend op gevoelens waarvan ze niet wisten of die ooit zouden komen. Voel jij al wat? Nee. Voel ik al wat? Nee. Voelen wíj al wat? Nee. En nu dan? En nu dan? En nu, en nu, en…