Home

Opinie: Wat gebeurt er met jongeren als ze verplicht offline moeten blijven?

Een verbod op sociale media werkt alleen als nagenoeg iedereen meedoet en zodoende de sociale norm meebeweegt. Zo niet, dan is de sociale prijs die jongeren betalen te hoog als ze worden afgesneden van de digitale wereld waarin hun vriendengroep leeft.

Afgelopen mei deden duizenden Nederlanders, naar het model van Dry January, mee aan Mei Social Vrij. Een maand loskomen van het dopamine-infuus dat we sociale media noemen. Sympathiek, bewustwording helpt. Of het op de lange termijn gedrag echt wezenlijk verandert, laten we in het midden. Interessanter is de vraag waarom we zo’n maand onthouding überhaupt nodig achten.

Mei Social Vrij past in een breder maatschappelijk verhaal: sociale media zijn inherent slecht, zeker voor de jeugd. De wetenschap vindt doorgaans kleine effecten, positief of negatief, maar de publieke opinie heeft haar vonnis al geveld. En dus hobbelt Den Haag braaf mee; inmiddels stevenen we af op een totaalverbod voor jongeren.

Over de auteurs

Barend Last is leraar, schrijver en onderwijsmaker. Chi L. Chiu is vitaliteitskundige, specialist in motivatie en welbevinden en directeur van Chivo kennisinstituut vitaliteit.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Mediawijsheid

Het kabinet-Schoof presenteerde in juni 2025 de Richtlijn Gezond Schermgebruik, waarna de onderzoekers in het onderliggende rapport een veel terughoudender lijn naar voren schoven: voor smartphones helemaal geen leeftijdsgrens, voor sociale media niet hoger dan 13 jaar (in lijn met de leeftijdsgrenzen van platforms zelf). De nadruk lag op mediawijsheid en het ondersteunen van ouders.

Het kabinet trok zich daar weinig van aan en koos voor een stellig leeftijdsadvies van 15 jaar, met in de eigen Kamerbrief de opmerkelijke kanttekening dat het wetenschappelijk onderzoek ‘nog in het beginstadium zit’. Dat een bewindspersoon soms niet kan wachten op definitieve antwoorden, is begrijpelijk. Maar wegkijken van de tientallen meta-analyses die er al wél liggen, is iets anders.

Dat verbod komt er. We gaan het hier niet aanvechten. Bruno Latour stelde ooit dat dergelijke kritiek een houdbaarheidsdatum heeft; op een gegeven moment houdt debunken op te werken en moet je binnen de lijntjes gaan kleuren. Laten we het dus hebben over wat we de dag na het verbod gaan doen met alle problemen die het niet oplost.

Want problemen zijn er, zonder meer. We schrijven ze alleen te snel toe aan sociale media, simpelweg omdat ze tegelijk voorkomen. Jongeren gebruiken meer sociale media, jongeren rapporteren meer klachten, ergo: sociale media veroorzaken die klachten. Klinkt logisch, maar samenvallen is nog geen oorzaak.

Meta en YouTube

Neem de zaak van Kaley, de 20-jarige Amerikaanse die in maart een rechtszaak won van Meta en YouTube. De jury oordeelde dat de platforms opzettelijk verslavend waren ontworpen, en kende haar 6 miljoen dollar toe. Tijdens het proces kwam ook haar verleden boven water: constant ruziënde ouders, een scheiding, een moeder die haar structureel te dik noemde en dagelijks op de weegschaal zette, een vader die het contact verbrak toen ze op 9-jarige leeftijd een Instagram-account aanmaakte, en een zus die een zelfmoordpoging ondernam; de platforms versterkten wat er al lag, ze veroorzaakten het niet.

Dit patroon zien we steeds als het gaat om het welzijn van onze kinderen; ingrijpende gebeurtenissen uit de jeugd zijn sterke voorspellers van problematisch socialemediagebruik. Dat hoeven niet eens dramatische trauma’s te zijn; factoren die er verreweg het meest toe doen, liggen stukken dichter bij huis. Een scheiding, bijvoorbeeld. Of een kind dat gepest wordt. Hoe het thuis gaat, de mentale gezondheid van ouders, de kwaliteit van vriendschappen.

In algemene zin is kraakhelder: zodra de psychologische basisbehoeften van jongeren gefrustreerd raken, nemen FOMO (fear of missing out, red.) en problematisch socialemediagedrag toe. Hoogleraar Patti Valkenburg vat het bondig samen: wie online kwetsbaar is, was dat offline al.

Toch lijkt deze nuance het publieke en politieke debat niet te halen. In Arnhem sloegen onlangs scholen, kinderdagverblijven en de gemeente de handen ineen voor een ‘ongevraagd maar dringend advies’: kinderen tot zestien jaar weg van sociale media. Hoe zo’n verbod uitpakt, weten ze in Australië ondertussen. Er zijn geen noemenswaardige verschillen in gebruik, slechts een kwart van jongeren houdt zich eraan, en wie dat doet, levert in op sociale status. Anders gezegd, doe je mee, dan ben je een sukkel.

Cost of missing out

Noorse onderzoekers beschreven onlangs in Nature waarom dat eigenlijk heel voorspelbaar is. Wie buitengesloten raakt van de digitale wereld waarin zijn vriendengroep leeft, betaalt daar een rekening voor. COMO, noemen ze dat: cost of missing out. Meer concreet: een verbod kan alleen werken als nagenoeg iedereen meedoet, en zodoende de sociale norm meebeweegt. In Australië blijkt dat vooralsnog een illusie.

Leg dit verhaal nu eens langs een willekeurige 15-jarige op een doorsnee middelbare school. Laten we haar Mira noemen. Op haar twaalfde ingedeeld in een niveau dat haar toekomst grotendeels bepaalt. Mira’s schooldagen bestaan uit cijfers en deadlines, haar status uit het merk van haar fatbike. Niemand vraagt haar wat ze ergens van vindt. Thuis ziet ze dat haar ouders het amper bolwerken; ze werken fulltime, zijn afwezig, zitten zelf ’s avonds op hun telefoon om even af te schakelen. Als ze in bed ligt, vindt ze op haar smartphone een schaars goed: het gevoel dat iemand luistert. Dat ze ergens bij hoort en haar mening ertoe doet.

Bestempel deze situatie gerust als problematisch. Maar noem het beestje dan ook bij z’n naam, en zoek de oplossing breder dan in het afpakken van haar Instagram-account.

Stap voor stap wegwijs

Hoe dan wel? Het wrange is dat het antwoord er al lag, in diezelfde richtlijn die het kabinet vorig jaar opzij schoof: help opvoeders en onderwijsmensen om kinderen stap voor stap wegwijs te maken in de digitale wereld. Versterk hun basisbehoeften; onderzoek toont dat dit de drang wezenlijk vermindert om online te compenseren wat offline ontbreekt. En waar het ontwerp van platforms schadelijk is, pak dat aan. Genadeloos.

Laten we eerlijk zijn over wat er anders gebeurt. Zolang big tech de gebeten hond is, hoeven we het niet te hebben over alles wat we zelf laten liggen. Het schoolsysteem, de overbelaste ouders, het gebrek aan ruimte voor jongeren om zelf richting te geven aan hun leven; het staat allemaal in de schaduw van een debat dat draait om schermtijd en likes. Dat is comfortabel. Maar het klopt niet.

Liever tijdslimieten

En waar is eigenlijk de stem van de jongeren zelf? Uit Australisch onderzoek blijkt dat 72 procent liever tijdslimieten wil dan een totaalverbod. Ook in Nederland laten jongeren van zich horen. In het AWeSome-project, een langlopend dagboekonderzoek, stellen ze zelf bruikbare vormen van regulering voor. Geen haan die ernaar kraait. We praten honderduit over het beschermen van hun welzijn, en ondermijnen het door ze elke zeggenschap over de oplossing te ontzeggen.

Dat verbod komt er. Prima. Maar laten we dan ook het lef hebben om verder te kijken. Naar gesprekken met jongeren zelf, naar ons eigen gedrag. En naar onderwijs en politiek die het onzichtbare werk durven te verkiezen boven de quick fix. Zo niet, dan nemen we het ventiel weg bij de enige plek waar de druk nog kan ontsnappen, en scrollen we in juni weer vrolijk verder, zonder ons ook maar één keer af te vragen waarom dat ventiel überhaupt nodig was.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next