Al vijftien jaar lang schrijft Peter de Waard vier keer per week De kwestie, zijn economische column. De ‘stukkies’ met onverwachte inzichten over de manier waarop de maatschappij anders kan, zijn nu gebundeld. ‘Als ik een dienstplicht voor 67-jarigen bepleit, is dat een serieus voorstel.’
is verslaggever macro-economie bij de Volkskrant. Hij volgt de wereld van de aandelenbeurzen, de grootbanken en het monetaire beleid.
Al vijftien jaar lang schrijft Peter de Waard vier keer per week De kwestie, zijn economische column. De ‘stukkies’ met onverwachte inzichten over de manier waarop de maatschappij anders kan, zijn nu gebundeld. ‘Als ik een dienstplicht voor 67-jarigen bepleit, is dat een serieus voorstel.’
is verslaggever macro-economie bij de Volkskrant. Hij volgt de wereld van de aandelenbeurzen, de grootbanken en het monetaire beleid.
Zo eens in de twee weken een wedstrijdje golfen, dat vindt Peter de Waard (71) heerlijk. ‘Maar om nou iedere dag te gaan om daarna de Giro d’Italia te kijken, dat hoeft van mij nou ook weer niet.’
Toen hij nog naar zijn werk ging op de Volkskrant-redactie in Amsterdam, zag hij ‘al die clubjes’ die met de trein naar Breda gingen voor een museum. ‘Half uurtje tentoonstelling en dan drie uur op het terras aan de Sancerre.’ Ook al niks voor hem.
In een column waarin hij – typisch De Waard – betoogt dat eerder met pensioen gaan vanwege zwaar werk onzin is, citeert hij Ernest Hemingway: ‘Het lelijkste woord van de Engelse taal is pensioen.’ Klopt, vindt hij, het kan immers leiden ‘tot een gevoel van doelloosheid dat schadelijk is voor het fysieke en mentale welzijn’.
En dus tikt De Waard (71) gewoon door. Vier keer per week schrijft hij De Kwestie, de column op de economiepagina’s van de Volkskrant. Ruim vijftien jaar al, geen enkele aflevering gemist. Honderd columns zijn nu gebundeld in een boek: 100 ideeën voor een beter Nederland.
Een blurb van Arnon Grunberg staat op de kaft: ‘Eigenlijk zou ik niemands discipel willen zijn, maar voor Peter de Waard maak ik een uitzondering.’ Want De Waard bekijkt de economische zekerheden altijd net even anders en kan overtuigend betogen dat Meppel de hoofdstad van Nederland moet worden, dat de basisbeurs moet worden afgeschaft, dat we weer zes dagen per week moeten gaan werken, dat de AOW lang niet voor iedereen nodig is, en dat niet 17-jarigen maar 67-jarigen in dienst zouden moeten.
En dat we best wat langer kunnen doorwerken. De Waard: ‘Ik schrijf ook stukjes voor historische tijdschriften hier in de regio. Liefdewerk, oud papier. Laatst ging ik twee exemplaren bezorgen, en beide fitte, oudere echtparen stonden op het punt om maanden met hun camper op pad te gaan.
‘Dat vind ik jammer, verspilling van kapitaal. Als mensen willen blijven werken, moeten ze dat vooral kunnen blijven doen. Maar ouderen worden vaak onder druk gezet om te stoppen, ze worden de deur uitgekeken.’
Als je fysiek of mentaal kapot bent, zelfs als je geen zin meer hebt, dan moet je natuurlijk kunnen stoppen, zegt De Waard. ‘Maar pensioenen zouden flexibel moeten zijn. Je moet zelf kunnen beslissen wanneer je stopt.’
Dat De Waard de journalistiek in zou gaan, lag niet voor de hand. Zijn vader had een bloembollenbedrijf in Egmond aan den Hoef en als oudste zoon was De Waard de vanzelfsprekende opvolger. Probleem: hij vond er niets aan. ‘Het zware werk vond ik nog wel leuk, maar bloembollen telen betekent vooral veel langs hyacintenvelden lopen om te controleren op zwartrand.’
In een café in Egmond kwam hij de redactiechef tegen van de lokale krant die nog iemand nodig had, en zo belandde hij op z’n 20ste in de journalistiek. Sinds 1988 schrijft hij voor de Volkskrant, veel over de beurs en de bedrijven in Nederland.
Hij was een aantal jaren correspondent in Londen, legde zich toe op necrologieën en stond op de redactie bekend als de snelst tikkende journalist van Nederland. ‘Dat laatste vind ik geen compliment. Ik heb juist heel veel bewondering voor mensen die weken aan een prachtstuk werken.’
Tijdens elk gesprek denkt hij: ‘Zit hier een stukkie in?’ Maar voor hem geen opschrijfboekjes, alles zit in zijn hoofd. ‘Bij een interview schrijf ik wel mee, maar dat is meer om me een houding te geven. Zodra ik thuis ben, werk ik het meteen uit.’
Toen de toenmalige hoofdredacteur hem de column voorstelde, zag hij er in eerste instantie tegenop. Zijn foto moest erbij, en kon hij dat eigenlijk wel? Nu maakt hij in 450 woorden vier keer week zijn punt: ‘Ik kan dus niet alle bijzaken nuanceren. Mijn mailadres staat erbij, lezerspost beantwoord ik zoveel mogelijk, zelfs de scheldbrieven.’
Als je schrijft dat we de dienstplicht zouden moeten invoeren voor AOW’ers in plaats van voor 17-jarigen, doe je dat dan om reacties uit te lokken?
‘Ook als je provoceert, moet je dat kunnen onderbouwen. Mijn visie is dat we niet alleen naar de portemonnee van vandaag de dag moeten kijken; het is belangrijk hoe het met de financiën van de toekomst gaat.
‘Als we de AOW houden zoals-ie is, wordt-ie onbetaalbaar. Toen de AOW in 1957 werd ingevoerd, waren er per AOW’er zeven werkenden. Nu is die verhouding één op drie, in 2040 is het één op twee. Worden we nog veel ouder, dan wordt het één op één. Dat kan dus niet. Moeten we ons er dan zo druk om maken dat we in 2060 negen maanden langer moeten werken?
‘Ook die dienstplicht is een serieus voorstel. Dat kan ook in mantelzorg, en je moet er gezond en geschikt voor zijn, maar je hebt er wel de tijd voor. Dan lijkt het me een goed idee een jaartje aandacht te geven aan de maatschappij.’
Die gebrekkige aandacht voor de maatschappij komt vaak terug in je columns.
‘De individualisering is te ver doorgeschoten. Men kijkt alleen maar naar zichzelf, zonder visie hoe onze toekomstige maatschappij eruit moet zien. Mensen willen geen immigranten omdat ze zich niet veilig voelen, maar ze zien niet hoe belangrijk de vergrijzing het maakt dat er immigranten blijven komen. Ze willen wel nieuwe spullen, maar niet zien hoe het dan moet met het klimaat over twintig jaar.
‘Als ik bepleit dat de erfbelasting 80 of 90 procent moet zijn, worden lezers echt boos. Dat ze dan twee keer belasting moeten betalen, dat het diefstal is.
‘Maar de grote ongelijkheid in Nederland is een automatisch gevolg van de lage erfbelasting. Sommige kinderen worden met een gouden lepel in de mond geboren, andere hebben helemaal niks. Die verschillen worden alleen maar groter, en al die erfenissen drijven de huizenprijzen op.’
In je columns spaar je je eigen generatie niet.
‘Ik probeer elke generatie aan te spreken. Ik schrijf ook over waarom de basisbeurs geen goed idee is, of dat het minimumloon verder omhoog moet.
‘Mijn eigen generatie ervaar ik natuurlijk het meest, ik zit er middenin. Ik vind dat we de solidariteit hebben verloren. Hoeveel mensen ik niet hoor klagen over de WOZ-waarde van hun huis en de hogere belasting die ze daardoor moeten betalen. Terwijl: je constateert toch zelf ook dat we er mooiere plantsoenen, betere fietspaden, sportvelden, de bieb – tenminste, daar ga ik van uit – in de gemeente voor terug hebben gekregen. Heel zichtbaar. En toch allemaal mopperen.’
Alles over economie vindt u hier.
Stelletjes moeten ook gewoon weer gaan samenwonen, bepleit je. En relatietherapie moet gratis. Waarom ben je zo’n voorstander van de vaste relatie?
‘Gezinsverdunning is een van de grote problemen van deze tijd. In 1963 was er groot feest, omdat de 3 miljoenste woning was gebouwd. Toen woonden er 11 miljoen mensen in Nederland.
‘Nu zijn we met 18 miljoen en is het aantal woningen gestegen tot 8 miljoen, er zijn 5 miljoen woningen bijgebouwd. Een stijging van 63 procent versus 220 procent. En nog is het niet genoeg, omdat iedereen alleen gaat wonen.
‘Je kunt mensen natuurlijk niet verplichten om samen te wonen, maar je moet het wel fiscaal aanmoedigen. Alleen wonen is natuurlijk een enorme luxe. Vroeger kon dat financieel helemaal niet; ouders bleven vaker bij elkaar, ook als ze elkaar in de gordijnen joegen. Nu hoeft dat allemaal niet meer.
Hebben we het té goed in Nederland?
‘Een deel heeft het zeker te goed, en dan individualiseer je. Villawijken zijn niet de gezelligste wijken van de stad. Te veel geld leidt tot statusachtige dingen: dan ga je je buren beconcurreren op de mooiste auto, de grootste villa en het spectaculairste zwembad.
‘Rico Verhoeven heeft minimaal vijf peperdure bolides; wat moet je daarmee? Ik kan me daar niets bij voorstellen, je kunt er maar in eentje rijden. Van al die auto’s krijg je keuzestress en word je ongelukkig. Vijf keer modaal, of de Balkenende-norm, zou voor iedereen het maximum moeten zijn.’
De ideale column, zegt De Waard, bevat een beetje humor, vraagt de lezer naar de lange termijn te kijken, maakt een goed onderbouwd punt en is bovenal toegankelijk. ‘Mensen vinden economie vaak ingewikkeld, maar als het over hun rekensommetjes, over hun eigen spaargeld gaat, dan zijn ze heus geïnteresseerd.’
Dat is zijn taak, zegt De Waard: laten zien hoe relevant de economie is voor het dagelijks leven.
Hoelang ga je daar nog mee door?
‘Zolang de lezers het waarderen, de hoofdredactie het goed vindt, en ik gezond blijf. In die volgorde.’
Peter de Waard: 100 ideeën voor een beter Nederland; Uitgeverij Brandt; 302 pagina’s; € 22,50.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant