Home

Een derde van de wereld kan de Melkweg niet meer zien: we maken de nacht stuk – maar de nacht is niet van ons

Als we zo doorgaan, waarschuwen wetenschappers, zijn de meeste sterrenbeelden over twintig jaar onherkenbaar.

Ik meende dat er ooit meer sterren waren. Dat ik, als tiener op mijn rug in het gras, omhoog had gekeken naar een nachtelijke hemel die gevuld was met talloze lichtjes die honderden of duizenden of nog meer jaren naar ons op weg waren geweest, in sterrenstelsels die je gemakkelijk kon aanwijzen als je wist hoe je moest kijken.

Nu moet ik gokken of dat ene ding daar misschien de Kleine Beer is. Laatst keek ik op een heldere nacht uit mijn slaapkamerraam en zag ik vijf sterren. De lucht waaronder ik me ooit zo ontzaglijk nietig had gevoeld en tegelijkertijd deel van iets onvoorstelbaar groots, was een beetje gewoontjes geworden.

De feiten zijn bijna net zo verdrietig als de ervaring. Die lichtvervuiling neemt elk jaar met 10 procent toe; steeds minder sterren weten heen te breken door het geweld van onze straatlantaarns, kassen en reclamezuilen. Iemand die geboren wordt op een plek waar ’s nachts 250 sterren met het blote oog zichtbaar zijn, kan op diens 18de verjaardag nog slechts 100 sterren zien, las ik in de New Scientist. Een derde van de wereld kan de Melkweg niet meer zien. Dat geldt ook voor Nederland, tenzij je het geluk hebt om bijvoorbeeld op Terschelling te zijn. Als we zo doorgaan, waarschuwen wetenschappers, zijn de meeste sterrenbeelden over twintig jaar onherkenbaar.

De aarde verandert razendsnel door menselijke ingrepen en de klimaatverandering. Asha ten Broeke beschrijft elke maand waar dat pijn doet.

We raken de nacht kwijt. Nee – we maken de nacht stuk. We rommelen met het ritme van de aarde zelf. En waarom? De nacht is niet van ons. Wij zijn een diersoort die vooral vertrouwt op haar zicht; in het donker voelen de meeste mensen zich niet op hun gemak. Schrijver en nachtactivist Marjolijn van Heemstra denkt in De Correspondent dat de nacht voor velen bestaat uit ‘enge, stille uren. Een periode die je maar beter weg kunt slapen of verjaagt met lampen en lawaai. Ongemakkelijk, nutteloos en leeg.’

Maar, schrijft ze, ‘het donker is meer dan een kleurloze tijd om in bed te overbruggen. In zekere zin is het geen tijd, maar een plaats; het verblijf van talloze dieren, vormen en gedachten die zich ver houden van de zon.’ Ook ecoloog en journalist Sebastiaan Grosscurt beschrijft in De Groene Amsterdammer de nacht als een eigen plek; ‘een apart ecosysteem met unieke soorten en eigen wetten dat zich buiten het zicht en de grip van de mens afspeelt.’ Een wildernis, noemt hij de nacht; een plek van andersheid. Een plek waar we als mensen hooguit te gast zijn. Het domein van dingen en dieren die we niet zien, maar alleen horen ritselen.

Wie dat ongemak durft te verdragen, wordt soms rijkelijk beloond, want de sprookjes hadden gelijk: de nacht is ook de tijd van magie. Wie op het juiste moment op het juiste strand is, kan zeevonk zien gloeien in de branding. Of, in het juiste bos, de kleine vuurvlieg zien dansen, wanneer de mannetjes met hun gloeiende kontjes op zoek zijn naar een vrouwtje. Ze komen nog maar op een paar plekken in Nederland voor, door klimaatverandering en natuurverschraling. En ook lichtvervuiling: al dat kunstlicht dat we rondstrooien maakt het vuurvliegjes moeilijker om een lief te vinden.

‘Die nachtelijke wildernis wordt, zoals vaker met wildernissen, in cultuur gebracht met een bulldozer van kunstmatig licht. De nacht is klaar voor exploitatie, klaar om herschapen te worden naar het menselijk evenbeeld’, schrijft Grosscurt. Ik moest meteen denken aan het schofterige plan van Elon Musk om een miljoen satellieten te lanceren, om zo een soort mega-AI-space-computer te vormen. Of de plannen om met ruimtespiegels ook ’s nachts zonlicht naar de aarde te kaatsen. Wat een minachting voor de nacht spreekt daar uit. Wat een kolonisatiedrift.

De nacht is levend, groots en wild. Niet een plek om over te heersen, maar om te koesteren. Dat kan trouwens heel simpel, snel en bijna gratis: we hoeven alleen maar het licht uit te doen. Want hoe gaaf zou het zijn om in de vroege zomer overal vuurvliegjes te zien dansen? Om je ontspannen te voelen onder het geluid van overvliegende vleermuizen? Om de Melkweg te zien, gewoon vanuit je slaapkamerraam?

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next