Thomas Hogeling beschouwt wekelijks de publieke opinie. Wat wordt er gezegd en vooral niet gezegd? Deze week: het verschil tussen een mening en een standpunt.
Wat hebben Donald Pols en Rob Jetten met elkaar gemeen? Ze kunnen met iedereen samenwerken. Waar NRC dinsdag onthulde dat Pols – die al lenig genoeg was om van Milieudefensie over te stappen naar Tata Steel – een verleden heeft bij de extreemrechtse studentenbeweging Afrikaner Studente Front, pronkte D66 op sociale media met samenwerkingen met maar liefst tien politieke partijen; van VVD tot SP, van JA21 tot Partij voor de Dieren.
Bij Pols was er sprake van voortschrijdend inzicht; hij kwam terecht in een andere omgeving, ontmoette andere mensen en kwam in aanraking met andere kennis. Wat hij als tiener geloofde, gelooft hij nu niet meer. Hij walgt van de keuzes die hij toen maakte, vertelt hij aan NRC. Zijn inzet voor de klimaatbeweging ziet hij als een poging om zijn jeugdzonden te compenseren.
Bij Jetten geen voortschrijdend inzicht, maar pragmatisme. Hij is geen Kamerlid meer, maar premier. Als Kamerlid sprak hij zich fel uit tegen de passieve houding van het kabinet ten opzichte van Israël. Als leider van een minderheidskabinet neemt hij nu zelf een passieve houding aan. Ik vermoed niet dat de Jetten van nu walgt van de Jetten die in oktober meeliep in de rode lijn-demonstratie, hij heeft nu gewoon een andere rol en daarbij horen andere standpunten.
De overstap van Pols naar Tata Steel had ook zo’n andere rol kunnen zijn, dat was in elk geval de verwachting van de klimaatbeweging. Dat hij zijn standpunt zou veranderen omdat hij nou eenmaal wordt betaald door een bedrijf met totaal andere waarden. Van standpunt wisselen kan van de ene op de andere dag, van mening veranderen kost doorgaans meer tijd. Dat is het subtiele verschil; een mening is een persoonlijke opvatting, een standpunt is een positie die je inneemt binnen een bepaalde context. „Wie nooit van mening is veranderd, heeft zelden iets geleerd”, was ooit het motto van deze krant. Niet: „Wie van standpunt is veranderd, heeft vaak een mooie nieuwe baan.”
Pols betuigt pas spijt nu hij door NRC op zijn extreemrechtse verleden is gewezen, maar toch is dat geloofwaardig. Het helpt daarbij dat hij daarna iets radicaal anders is gaan doen. Als hij nu Kamerlid was geweest voor Forum voor Democratie, is het minder aannemelijk dat je je tegenwoordig schaamt voor je racistische denkbeelden van toen. Maar Pols werd klimaatactivist en hield dat zo’n vijfendertig jaar vol.
Nog veel beter was het geweest als Pols zelf open was geweest over zijn extreemrechtse verleden. Sylvana Simons zei bij Pauw, De Wit & Mogré dat ze hem gelooft als hij zegt niet meer die persoon van toen te zijn, maar vindt het jammer dat hij het niet eerder met de wereld had gedeeld: „Dan had hij zo’n prachtig voorbeeld kunnen zijn van wat een bepaalde omgeving met je kan doen in je jonge jaren. Hoe je kunt radicaliseren en hoe je vervolgens kunt deradicaliseren.”
Dat is inderdaad een gemiste kans. De publieke opinie is meestal mild voor spijtoptanten. De voormalig crimineel die nu jongeren helpt op het rechte pad te blijven, de oud-bankier die nu juist tégen kapitalisme is, de teleurgestelde PvdA’er bij een WNL-talkshow.
Openheid van Pols had zelfs zijn controversiële overstap van Milieudefensie naar Tata Steel een beter verhaal gemaakt. Uiteindelijk gaat het daar om de vraag of het geloofwaardig is dat je radicaal kunt veranderen. Van extreemrechts naar klimaatactivist, van extreem vervuilend naar duurzaam; het is nu aannemelijker dat Pols zelf gelooft dat het wél kan. Maar misschien was Tata Steel daar wel helemaal niet naar op zoek.