Home

Er schuilt iets hoopvols in de rampenfilmachtige wijze waarop leven en loopbaan van Donald Pols uit de rails zijn gelopen

Frank Heinen is schrijver en columnist voor de Volkskrant.

In de zomer van 2003, na een middelbareschooltijd waar ik als een ongetrainde marathonloper de finish had bereikt – zwetend, dorstig, uitgeteld en nauwelijks nog in staat een coherente zin te vormen – moest ik op zoek naar een nieuwe dagbesteding. Omdat ik geen studie kon kiezen, zocht ik een baantje. Bij de boekhandel mocht ik op gesprek komen. Hoewel ik weinig wist en nog minder kon, werd ik aangenomen als verkoopmedewerker.

Die nacht lag ik uren wakker. Ik zag mezelf achter de toonbank, op een drukke zaterdagmiddag. Voor mij: een klant met een stapel aankopen. Allemaal cadeautjes. De rollen inpakpapier, het plakband, de aangroeiende rij, het rumoer… De volgende ochtend meldde ik me af voor de baan. Slap.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Om maar te zeggen: ieder zijn jeugdige misstap, we kunnen niet allemaal lid zijn geweest van een racistische jongerengroepering. Daarvoor zijn er om te beginnen te weinig racistische jongerengroeperingen, al wordt de laatste jaren hard gewerkt om wat aan dat tekort te doen.

‘In niets ben ik de persoon die ik toen was,’ zei Donald Pols in het NRC-interview waar hij al een half leven voor vreesde en dat deze week dan eindelijk verscheen. En mensen veranderen, tuurlijk. Het tragische is: hoe harder je wegloopt van wie je was, hoe meer die figuur je vormt. Pols gelooft dat alles wat hij gedaan heeft voor het klimaat een poging is om goed te maken wat hij vroeger heeft misdacht en misdaan.

Mij viel met name het detail op dat op Pols’ werkkamer een poster van Mandela hing. Een stille herinnering aan het feit dat alles wat hij deed, zei en bereikte onder voorbehoud was, een bestaan gebouwd op een schuldig fundament. Aardige interieurtip: een ingelijste foto van een afbeelding die alleen voor jou verwijst naar het meest duistere, beschamende deel van je eigen leven.

Donald Pols is een personage op zoek naar een verhaal. In de gemiddelde thriller beginnen mensen wier jeugdzonden dreigen uit te komen vaak om zich heen te moorden. In Ovidius’ Metamorfosen heb je een jager, Aktaion. Wanneer Aktaion de godin Artemis naakt ziet, wordt hij door haar in een hert veranderd en vervolgens door zijn eigen jachthonden opgejaagd en verscheurd.

Inmiddels moet ook Pols’ verschijning het ontgelden. Hoed je voor mannen met hoeden, die houden wat onder de pet. Was Donald Pols een figuur in de fictie en zijn verhaal geheel verzonnen, dan zou de hoed er vanzelf zijn bijbedacht. Maar Donald Pols bestaat werkelijk, dat is zijn probleem.

Zelf ben ik meestal geneigd nóg minder begrip op te brengen voor echte voormalige pro-apartheidsbetogers dan voor fictieve. Terwijl: wat weet ik ervan? Ben ik opgegroeid in die familie, in dat land, in die tijd? Bij plots opstekende minachting denk ik aan een opmerking van psycholoog Jan Beijk, die ik aantrof in Koos van Zomerens Een jaar in scherven: ‘Winnaars in de loterij gaan op den duur allemaal denken dat zij hun prijs verdiend hebben.’

In het woensdag gepubliceerde Nationaal Kiezersonderzoek valt te lezen dat de uiterst rechtse kiezer steeds verder radicaliseert. Met dagelijks dat soort nieuws in de krant en voldoende volksvertegenwoordigers met bedenkelijke sympathieën om een uiterst ongezellige busreis mee te vullen, schuilt er iets hoopvols in de rampenfilmachtige wijze waarop leven en loopbaan van Donald Pols uit de rails zijn gelopen: mensen die walgelijke dingen denken, zeggen en uitdragen, kunnen zich daar niet veel later kennelijk zó voor gaan schamen dat ze ervoor kiezen een hoed op te zetten en te leven met de eeuwige angst voor de onvermijdelijke ontmaskering.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next