Home

Regisseur Ali Asgari ontleedt het repressieve Iraanse regime met een lichtvoetige komedie

Divine Comedy volgt een Iraanse regisseur in Teheran die zoekt naar een plek om zijn film te vertonen. De film is doorsprenkeld met metagrapjes.

De Iraanse regisseur Ali Asgari ontleedde met films als Until Tomorrow (2022) en het samen met Alireza Khatami geregisseerde Terrestrial Verses (2023) de repressie in zijn land, die zich niet zelden hult in absurde bureaucratie. Dat doet hij opnieuw in Divine Comedy, maar dit keer verpakt in lichtvoetige komedie. Het soort waar constant een aangenaam briesje doorheen lijkt te waaien – dat volop knipoogt naar het werk van filmmakers als Nanni Moretti en Woody Allen.

De film volgt Bahram (Bahram Ark als gefictionaliseerde versie van zichzelf), een regisseur wiens films steevast verboden worden. Achter op de roze Vespa van zijn producent Sadaf (Sadaf Asgari) rijdt hij een dag lang door Teheran op zoek naar een plek om zijn nieuwe film te vertonen. En vooral naar iemand die de moed heeft de mogelijke consequenties daarvan te dragen.

Aan het begin van de film zit Bahram tegenover de man die hem een vergunning kan verlenen. De hele scène is gefilmd in een statisch shot op Bahram. De macht die over het lot van zijn film bepaalt, blijft buiten beeld. Vrijwel de hele film bestaat uit zulke lange, statische takes. De scènes op de Vespa werken als een tegengif; ze zijn de ademteugen in een film over een regime dat alles verstikt.

De zoektocht van Bahram leidt onder meer langs een cokesnuivende acteur, een gladde zakenman en een zelfverklaard profeet. Het zijn scènes van een verraderlijke simpliciteit. Want binnen die strakke kaders zit er gelaagdheid in wat in beeld komt en wat niet, in de dialogen. Zo spelen de verschillende talen die in Iran worden gesproken een nooit neutrale rol. Taal is een instrument om gehoord te worden, maar hier ook vaak om het zwijgen op te leggen.

Overal sprenkelt Asgari metagrapjes tussendoor, zoals wanneer iemand Bahram complimenteert met de lange takes in zijn debuutfilm, en Bahram schamper opmerkt dat zijn broer en hij dat alleen maar deden omdat ze geen idee hadden hoe ze moesten filmen. Die broer (gespeeld door de echte broer van Bahram Ark) heeft zijn idealen inmiddels opgegeven en maakt alleen nog commerciële, door het regime goedgekeurde films.

Asgari filmde Divine Comedy zonder toestemming van het regime. De luchtige toon en dynamiek lijken wellicht relatief onschuldig, maar humor is al vaak een sterk wapen gebleken tegen onderdrukking. Lachen in het gezicht van de macht is een daad van verzet op zichzelf.

Komedie
★★★★☆
Regie Ali Asgari
Met Bahram Ark, Faezeh Rad, Sadaf Asgari
96 min., in 32 zalen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next