Vlak na het uitbreken van de coronacrisis ervoer toenmalig Kamervoorzitter Khadija Arib grote druk vanuit de coalitiefracties (VVD, CDA, D66 en CU) om daarover tijdelijk niet meer te debatteren. Haar besluit hier geen gehoor aan te geven werd haar naar eigen zeggen niet in dank afgenomen.
is politiek verslaggever van de Volkskrant.
‘Het heeft me niet populair gemaakt. Het was een nare periode’, zei Arib woensdag op dag drie van de coronaverhoren.
De commissie nodigde haar uit om terug te blikken op het begin van de coronacrisis en het besluit om wekelijks te blijven vergaderen over de pandemiebestrijding. Arib was ten tijde van het uitbreken van de crisis Kamervoorzitter en daarmee eindverantwoordelijk voor de doorgang van het parlementaire proces. Draaiboeken en crisisplannen over wat te doen bij een pandemie waren er niet, omdat de Kamer nooit te maken had gehad met een virusuitbraak van deze proporties.
Arib kijkt met weinig plezier terug op die tijd. Niet alle Kamerleden waren het met haar eens dat de Kamer wekelijks bij elkaar kwam om het kabinet aan de tand te voelen over de genomen maatregelen en de strategie. Maar voor de voorzitter was sluiting van de Kamer geen optie. Met ingrijpende coronamaatregelen, die regelmatig tot de inperking van burgerrechten leidden, moest de Tweede Kamer openblijven voor debatten over de corona-aanpak. ‘De Kamer moet haar controlerende rol kunnen uitvoeren’, zei Arib.
Ook verzette Arib zich tegen de roep om een digitaal quorum in te voeren. Het quorum schrijft voor dat een plenaire vergadering alleen kan beginnen als minimaal de helft plus één van de Kamerleden zich fysiek hebben ingetekend. Na consultatie met staatsrechtgeleerden concludeerde Arib dat de Grondwet daar duidelijk over is: fysieke aanwezigheid is vereist. Als de Kamer toch een digitaal quorum had gewild, dan had ze daar zelf in meerderheid toe moeten beslissen.
Zonder de Kamerleden bij naam te noemen valt uit reconstructies op te maken dat het met name Klaas Dijkhoff (VVD) is geweest die clashte met Arib. Ook Jesse Klaver (destijds GroenLinks-voorman) kon zich niet vinden in de besluiten van Arib.
Terugblikkend op die periode concludeert Arib dat haar handelen in die tijd haar niet in dank is afgenomen. Ze ervoer druk en vond de benadering vanuit de coalitiefractievoorzitters en de Eerste Kamervoorzitter Jan Anthonie Bruijn (VVD), die vóór een digitaal quorum was, als niet prettig. Ze zag in de media berichten verschijnen over zichzelf. ‘Er werd gezegd dat de voorzitter niet meewerkt, dat ik eigenwijs was.’ Berichten over vermeende problemen met de ambtelijke organisaties, die later uitmondden in beschuldigingen van grensoverschrijdend gedrag, bereikten toen ook de krantenkolommen.
De commissie sprak woensdag ook met Ernst van Koesveld, destijds topambtenaar die was belast met onder meer de verpleeghuizen. De Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) oordeelde in zijn onderzoek naar de corona-aanpak snoeihard. Het kabinet had te weinig oog voor de ‘stille ramp’ die zich in de verpleeghuizen voltrok. Te veel aandacht ging uit naar de ziekenhuizen en de bezetting op de intensive care. Ook waren er onvoldoende beschermingsmiddelen voor de verpleeghuizen en leidde het bezoekverbod tot schrijnende en hartverscheurende situaties: bewoners raakten in een sociaal isolement en stierven zonder hun naasten om zich heen.
Van Koesveld noemt de sluiting van de verpleeghuizen een ‘loodzwaar besluit’. Toch was het volgens de ambtenaar op dat moment een logisch besluit: de strategie bij aanvang van de crisis was om kwetsbare groepen te beschermen. Dat de focus in het begin lag op de ziekenhuizen vindt hij eveneens verklaarbaar. Met beelden van overvolle ziekenhuizen uit Italië was alles erop gericht dat schrikbeeld te voorkomen. ‘Ik denk dat er in de media en ook in de politiek meer aandacht was voor de acute zorg.’
De verhoren gaan vrijdag verder. Dan is het de beurt aan oud-RIVM-baas Jaap van Dissel.
Luister ook naar onze politieke podcast ‘De kamer van Klok’.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant