Home

Europa wil zich losworstelen van big tech, maar probeert Trump niet te veel voor het hoofd te stoten

Europa staat volgens de Europese Commissie op een kruispunt als het gaat om het herwinnen van technologische onafhankelijkheid. Woensdag ontvouwde de Commissie een plan om de Europese Unie los te weken van big tech.

schrijven voor de Volkskrant over technologie.

Opent de Commissie de aanval op de Amerikaanse big tech?

Zo verwoordt de Europese Commissie het zelf niet: haar voorstellen blinken uit in diplomatiek en omzichtig taalgebruik. Maar zet je de maatregelen op een rij, dan is het zonneklaar dat dit pakket Amerikaanse techreuzen op de korrel heeft.

Amazon, Google en Microsoft hebben volgens marktonderzoeker Synergy zo’n 70 procent van het Europese marktaandeel op het gebied van cloud in handen. Het pakket dat de Commissie woensdag presenteerde, is de meest ambitieuze poging van de EU tot nu toe om uit deze technologische houdgreep te komen.

‘We kunnen het ons niet veroorloven afhankelijk te zijn van anderen voor de technologieën die onze ziekenhuizen draaiende houden, onze energienetwerken stabiel houden en onze diensten veiligstellen’, aldus Commissievoorzitter Ursula von der Leyen.

Een van de pijlers van het pakket – de Cloud and AI Development Act (Cada) – verplicht lidstaten dan ook tot een risicobeoordeling bij aanbestedingen van clouddiensten voor overheidsinstanties. Hoe gevoeliger de gegevens, hoe strenger de eisen voor dataveiligheid en hoe eerder er voor Europese partijen gekozen zal worden.

Daarnaast moet de capaciteit van datacenters in de EU de komende vijf tot zeven jaar worden verdrievoudigd. De Commissie hoopt hiervoor, tot 2035, 200 miljard euro aan voornamelijk private investeringen los te weken. Opensourcesoftware, waarvan de broncode openbaar is, krijgt de voorkeur bij aanbestedingen, wat Europese bedrijven bevoordeelt.

Wat ligt zo gevoelig dat het pakket drie keer moest worden uitgesteld?

De noodzaak om iets te doen aan technologische onafhankelijkheid wordt breed gevoeld, maar over de vraag hoe hard er moet worden ingegrepen woeden heftige discussies. Sommige politici zijn bezorgd dat Europese cloudalternatieven er nog niet klaar voor zijn om de Amerikanen te vervangen. Bovendien vrezen ze de toorn van Washington.

De reactie van Eurocommissaris Henna Virkkunen laat zien dat Brussel op eieren loopt: ‘We versterken de digitale autonomie en veerkracht van Europa, terwijl we onze economie openhouden voor partners over de hele wereld.’ Andere Commissieleden hadden liever een fermere koers gezien, met expliciete verplichtingen om te kiezen voor Europese cloudoplossingen, schreef persbureau Reuters op basis van ingewijden.

Jammer dat de Commissie dit niet aandurft, vindt Kim van Sparrentak (Pro). Zij is bang voor sovereignty washing – dat Amerikaanse bedrijven er alsnog in slagen om Europese overheden ervan te overtuigen dat ze veilig genoeg zijn. ‘De Amerikaanse overheid kan dan nog steeds bij onze data.’

Van Sparrentak, die verder blij is dat de EU werk maakt van soevereiniteit, spreekt van ‘immense druk’ op de Europese Commissie. ‘Trump is de grootste lobbyist voor big tech.’

Het is de vraag of de Amerikaanse regering gerustgesteld is. In een recent interview met Euractiv noemde de Amerikaanse EU-ambassadeur Andrew Puzder het reserveren van belastinggeld en overheidsopdrachten voor Europese bedrijven een ‘rode lijn’. De Computer & Communications Industry Association, die onder meer Amerikaanse techbedrijven vertegenwoordigt, reageerde woensdag alvast diep ongelukkig op het ‘discriminerende’ pakket.

Een andere pijler van het pakket gaat over chips. Wat heeft dat met Europese soevereiniteit te maken?

De paniek die bij autofabrikanten ontstond toen China vorig jaar tijdelijk de export van Nexperia-chips stillegde, ligt Brussel nog vers in het geheugen. Eens te meer werd duidelijk hoe kwetsbaar Europa is als het om chips gaat.

De woensdag gepresenteerde ‘Chips Act 2.0’ is, zoals de naam al suggereert, poging twee om de eigen chipindustrie een opkikker te geven, na de Chips Act uit 2023. Dat betekent meer subsidies voor onderzoeksprojecten en nieuwe chipfabrieken. Nieuw is vooral dat de EU zich actiever wil bemoeien met het koppelen van Europese chipbedrijven aan eindgebruikers, zoals autofabrikanten en de nieuwe datacenters.

Chipbedrijven die aantoonbaar in Europa investeren, krijgen een streepje voor bij aanbestedingen. In geval van crises wil de Commissie meer bevoegdheden om Europese chipbedrijven te kunnen dwingen chips voor Europees gebruik te reserveren, zelfs als zij hierdoor bestaande contracten schenden. De Commissie schat dat er tussen nu en 2035 zo’n 120 miljard euro aan extra investeringen nodig is voor het chipplan.

Helemaal onafhankelijk zal de EU niet worden, daarvoor is de wereldwijd verstrengelde chipindustrie te complex. De EU kan wel proberen een groter deel van de productie in eigen huis te hebben en meer unieke chiptechnologieën te ontwikkelen, zodat er sprake is van meer wederzijdse afhankelijkheden tussen Europa en andere werelddelen.

En hoe nu verder?

Om dit pakket erdoor te krijgen, moet de Commissie in onderhandeling met de lidstaten en het Europees Parlement. Daar kan ze nog een hele kluif aan krijgen. Een teleurgestelde Bart Groothuis, Europarlementariër voor de VVD, verwacht bijvoorbeeld dat het pakket weinig uitricht zolang Europa niet meer investeert in (open source) AI-modellen. Daarbij moeten volgens hem ook de regels voor het trainen en toepassen van AI in Europa soepeler worden. ‘Je kunt honderd wetten hebben, maar zonder een eigen LLM (groot AI-taalmodel, red.) word je alsnog een kolonie’, meent hij. ‘Dit moet echt scherper.’

Een ingewijde van de Commissie verwacht dat er nog ongeveer een jaar nodig zal zijn voordat de definitieve Chips Act 2.0 is uitonderhandeld.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next