Het Nationaal Kiezersonderzoek heeft de overwegingen van de stemgerechtigden tijdens de Tweede Kamerverkiezingen in oktober in kaart gebracht. Drie opvallende conclusies.
is verslaggever van de Volkskrant.
De kiezer was weer allesbehalve honkvast, bij de Tweede Kamerverkiezingen in oktober. Alleen in 2023 en 2003 wisselden meer zetels van eigenaar dan vorig jaar. Wel zweeft de kiezer vooral binnen de eigen bloedgroep van partijen: links, rechts of radicaal-rechts.
Binnen die radicaal-rechtse bloedgroep (gedefinieerd als PVV, Forum, BBB en JA21) steken de kiezers van Forum voor Democratie af tegen de rest. Gemiddeld verdienen zij meer, gebruiken vaker sociale media en zijn ze jonger en hoger opgeleid dan bijvoorbeeld PVV-stemmers.
Ze zijn ook veel radicaler in hun opvattingen. Zo denkt maar een derde van de FvD-stemmers dat de verkiezingen eerlijk zijn verlopen, tegenover bijna de helft van de PVV-kiezers. Bijna een kwart van de FvD-stemmers vindt dat de democratie, desnoods met geweld, omver mag worden geworpen. Zij geven de Nederlandse democratie gemiddeld het laagste rapportcijfer (3,7), gevolgd door PVV-stemmers (4,8) en niet-stemmers (5,6).
Had 50 procent van de stemgerechtigden na de verkiezingen in 2021 nog vertrouwen in de Tweede Kamer, nu is dat 19 procent. Ook vinden meer mensen, van 51 procent in 2021 naar 71 procent in 2025, dat politici te veel praten en te weinig ondernemen.
Met name onder kiezers van radicaal-rechtse partijen is sprake van hardnekkig wantrouwen, schrijven de onderzoekers. Dat nam niet af door de regeringsdeelname van de PVV na de vorige verkiezingen. Integendeel: het wantrouwen nam toe en verspreidde zich over het hele politieke spectrum.
Ook zorgen over de democratie leven van links tot rechts. Nog vaker dan kiezers van GL-PvdA (48 procent) vinden bijvoorbeeld PVV-stemmers (53 procent) dat de democratie erodeert. Maar de inhoud van die zorgen verschilt, afhankelijk van de plaats op het politieke spectrum. PVV-stemmers zien de Europese Unie het vaakst als bedreiging voor de Nederlandse democratie, waar stemmers op GL-PvdA sociale media als grootste boosdoener zien.
Hoewel 63 procent van de kiesgerechtigden een democratie ziet als de beste regeringsvorm, staan hun opvattingen vaak haaks op het democratische principe van tegenwicht. Zo vindt 35 procent van de kiesgerechtigden dat een sterke leider die regels oprekt, goed is voor Nederland. Onder PVV-stemmers is dat 51 procent.
Vooral kiezers van radicaal-rechtse partijen vinden vaak dat rechters geen wensen van politieke meerderheden mogen tegenwerken. Dat sluit aan bij recente studies die laten zien dat het democratiebegrip van veel burgers zich beperkt tot het meerderheidsprincipe, schrijven de onderzoekers.
Bijna 40 procent van de jonge mannen (18-24) stemde op PVV, JA21 of FvD. Onder vrouwen in die leeftijdsgroep was dat 17,8 procent. Maar volgens onderzoeker Roderik Rekker van de Radboud Universiteit schuiven jonge mannen, in weerwil van het dominante beeld, niet méér dan andere groepen in de samenleving op naar rechts.
Zijn verklaring voor de genderkloof onder jongeren: mannen stemmen in alle leeftijdsgroepen vaker op radicaal-rechtse partijen dan vrouwen. ‘Vrouwen zijn over het algemeen progressiever en gevoeliger voor het stigma op radicaal-rechts’, licht Rekker toe. Zo was Forum voor Democratie in oktober de partij met de minste vrouwelijke kiezers (een kleine 40 procent).
De radicaal-rechtse genderkloof onder jongeren verschilt niet significant met die onder stemmers tussen de 25- en 64 jaar, ontdekte Rekker. Wel significant was het verschil in genderkloof tussen leeftijdsgroepen als het aankomt op progressieve stemmers. Ruim 55 procent van de jonge vrouwen stemde op D66, PvdA-GL, PvdD, SP of Volt, tegenover 31 procent van de mannen in die leeftijdsgroep. Onder 25- tot 64-jarigen ligt dat veel dichter bij elkaar: respectievelijk zo’n 38 en 31 procent.
Met medewerking van Serena Frijters
Sinds 1971 brengt de stichting Nationaal Kiezersonderzoek na landelijke verkiezingen de beweegredenen van stemgerechtigden in kaart. Voor dit laatste onderzoek vulden duizenden mensen tussen eind oktober (vlak voor de verkiezingen) en eind december meerdere keren een online vragenlijst in.
Source: Volkskrant