Choreograaf Martin Michel werkte de afgelopen maanden aan Bokkenrijders, zijn grootste project tot nu toe. Hoe begin je aan zo’n megalomaan plan met 130 figuranten, acteurs, dieren, drones en vuurspuwers? De Volkskrant volgde hem in aanloop naar de première.
schrijft voor de Volkskrant over dans en (circus)theater.
‘Lieve mensen, dat kan gewelddadiger! Ik geloof er nu niks van. Jullie beginnen het gevecht heel goed. Maar na twintig seconden zie ik mensen glimlachen. Dat kan niet. Jullie weten wie er bloedend in het zand eindigt. Houd die spanning vast in je knieën, ga door tot het eind. Lach niet naar je moeder of buurman in het publiek. Dan vertel je het verkeerde verhaal.’
Vanaf een grote lege tribune in MVV Stadion De Geusselt in Maastricht spreekt choreograaf Martin Michel (62) deze pinkstermaandag via een microfoon een menigte toe van zeventig figuranten. Vanaf 3 juni zullen zij hier vier weken lang rennen, roven, vechten en in het zand bijten tijdens de spektakelmusical Bokkenrijders, een gigantische openluchtvoorstelling van Toneelgroep Maastricht en Servé Hermans Producties met medewerking van ’t Mestreechs Volleks Tejater.
Het laatste repetitieweekend voor de première sluiten nog eens tachtig figuranten aan, die als extra fakkeldragers in grote scènes meespelen. Zij hebben geen tekst en hoeven niet te bewegen op de grote draaischijf in het midden van het podium. Dat weekend worden ook de openbare executies in het stadion geoefend: veel leden van de bokkenrijdersbende eindigden immers aan de galg.
Zes vuurspuwers – formaatje Rammstein met twaalf meter hoge vlammen – en zeshonderd drones – een verrassing in de enscenering – zijn pas daags voor de première erbij; de vergunning voor het gebruik ervan treedt niet eerder in werking. Maar de zes meespelende paarden, waaronder een trekpaard met koets, draven wel op tijdens deze bloedhete vrije dag. De dieren krijgen tijdig rust van twee stuntcoördinatoren, na het dragen van hoofdrolspelers zoals Buddy Vedder, Suzan Seegers en Milan van Waardenburg.
Eerder hebben de stuntcoördinatoren deze musicalacteurs leren paardrijden. Nu helpen ze figuranten met het veilig hanteren van speren en rieken tijdens gevechten, wanneer de paarden akelig dicht voorbijstuiven. Ook Michel waarschuwt iedere keer de wapens vooral rechtop te houden. ‘De ledschermen achter je kosten meer dan ik in mijn hele carrière heb verdiend’, grapt hij.
Michel is een Australische choreograaf en regisseur die 34 jaar geleden als balletdanser – hij was eerste solist bij het Queensland Ballet – voor liefde en werk naar Amsterdam verhuisde. Bij Het Nationale Ballet bleek alleen plek in het corps de ballet, maar in Carré hadden ze bij Cats voor poezenrollen professionele dansers nodig.
Zo maakte Michel in 1992 zijn Nederlandse debuut als de gevreesde schurk Van Zonderen, de boevenkat die andere poezen angst aanjaagt. Daarna voerde hij als dance captain – een pietje-precies dat bewaakt of iedereen alle danspassen blijft doen zoals ze zijn ingestudeerd – het dansensemble aan in The Phantom of the Opera van Joop van den Ende Theaterproducties. Zijn eerste choreografie creëerde hij vier jaar later voor Jekyll & Hyde (1997) van Koninklijk Ballet van Vlaanderen.
In de drie decennia die volgden maakte Michel in België en Nederland furore als choreograaf van ruim honderd musicals. Hij won twee Nederlandse Musical Awards en vier Vlaamse musicalprijzen. Maar zijn geheime specialiteit is het choreograferen van massascènes voor spektakelmusicals over historische gebeurtenissen, zoals ’14-’18 (2014), Dagboek van een herdershond (2022), 40-45 de musical (2024), Het was zondag in het zuiden (2023) en Het geluk van Limburg (2025).
De afgelopen maanden werkte hij aan zijn grootste project tot nu toe: het choreograferen van grote groepen figuranten in spektakelmusical Bokkenrijders, geregisseerd door Servé Hermans (voormalig artistiek leider van Toneelgroep Maastricht) en Peter Noten (artistiek leider van ’t Mestreechs Volleks Tejater). Op 3 juni beleeft Bokkenrijders zijn première. Maar hoe begin je aan zo’n megalomaan idee van een gigantische spektakelmusical met massachoreografie in een voetbalstadion?
Een kleine twee jaar geleden deelt Hermans met Michel zijn droom rond dit nieuwe spektakel. Dit keer niet met mijnwerkers in de Kerkraadse Rodahal, zoals vorig seizoen bij Het geluk van Limburg, of met liters regenwater in het Tegelse Openluchttheater De Doolhof, zoals tijdens Het was zondag in het zuiden, maar met een duivelse boevenbende in de buitenlucht. Het is dan ook geen bierviltje, waarop de eerste contouren verschijnen van het beoogde openluchtspektakel in Maastricht. Het is een placemat in een Grieks restaurant.
Daarop schetsen regisseur en producent Servé Hermans, producent Frans Hendrickx, productieleider Roos Aerts en stuntcoördinator Josh Clemens hun visioen van een musical rond de Limburgse legende van de bokkenrijders: een verhaal verbeeld door paarden, bokken, vlammenwerpers, acteurs, figuranten, ledlampen, projectieschermen en drones, over een 18de-eeuwse roversbende die Zuid- en Midden-Limburg terroriseerde, alsook delen van België en het Duitse Rijnland.
Deze mysterieus gemaskerde schurken roofden tussen 1740 en 1798 kerken, kloosters, herenhuizen en landgoederen leeg om te ontkomen aan een hongersnood na een mislukte graanoogst. Onder luid hoefgetrappel vlogen ze als duistere schimmen door de nacht, gehuld in lompen.
De criminele bende zou zich verplaatsen op bokken, een symbool van de duivel, vandaar hun naam. Waren de plunderingen met moord, brand en doodslag vakkundig georganiseerd? Of waren het uit nood geboren kruimeldiefstallen om armen te helpen? Bestond de echte terreur niet uit de meedogenloze vervolging door kerk en adel, zo betwisten ook historici.
Bij de Griek ziet Clemens, filmdierentrainer en stuntman uit Sittard, zijn getrainde paarden het liefst opdraven in een groots drama over het Ottomaanse Rijk. Maar nog tijdens het eten laat hij zich door Hermans overtuigen dat een legende van Limburgse bodem, over arm versus rijk, bij een groter publiek zal aanslaan.
Zeker met een vrouwelijke Robin Hood in de hoofdrol – Hermans noteert Édith Piaf-vertolker Suzan Seegers op de placemat. En met veel gevechten, brandstichtingen, folteringen en vals afgedwongen bekentenissen – iemand tekent een marktplein als arena van publieke martelpraktijken.
Gevieren zoeken ze een ruimte in de buitenlucht, totdat de gemeente Maastricht hen wijst op het MVV Stadion als locatie. Dan moet er naast de grasmat wel een paardenbak worden aangelegd, weet Clemens. En wie moet al die figuranten tot opstandige volksmassa smeden? Hermans noemt de naam van choreograaf Martin Michel en roemt diens expertise in beeldenrijke massascènes. Na het etentje polst hij Michel of hij in 2026 wederom tijd heeft voor een samenwerking.
Vijf jaar eerder leren Hermans en Michel elkaar kennen via musicalproducent Albert Verlinde, die hen als makers koppelt aan Dagboek van een herdershond, de musicalversie van de nostalgische televisieserie over een jonge, charmante dorpskapelaan.
Michel over die kennismaking: ‘Ik voel met Servé een enorme klik. We delen dezelfde humor en visie en geven elkaar vertrouwen. We zijn net twee kinderen die niet stoppen met verzinnen. We pushen elkaar in denken en doen. Hoe groter en gekker, hoe leuker.’
Wel spreken ze kaders af over de aanpak, zo vertelt Michel tussen lappen stof in het tijdelijke kostuumatelier, boven in het lekkende stadion, waar wordt genaaid aan honderden brandwerende capes voor de bokkenrijders: ‘Gaan we historische gebeurtenissen realistisch verbeelden, met verwijzingen naar die tijdsperiode, of kiezen we voor een abstractere, tijdloze enscenering? En hoeveel mensen passen op een draaischijf? Samen schetsen we eerst het brede plaatje, daarna de details.’
Vervolgens voltrekt zich maandenlang een onzichtbaar proces in Michels hoofd. ‘Door mijn jarenlange assistentie als dance captain bij grote regisseurs en choreografen, heb ik een zintuig ontwikkeld voor wat wel en niet werkt met ensembles. Ik kan me de choreografieën van Cats, The Phantom of the Opera, Miss Saigon en Grease nog steeds goed herinneren.’
Begin dit jaar stelt Michel, in overleg met Hermans en Noten, een grote groep figuranten samen uit nieuwe aanmeldingen en trouwe deelnemers aan eerdere musicals zoals Dagboek van een herdershond, Het geluk van Limburg en Het was zondag in het zuiden.
‘Ik heb een voorkeur voor een brede selectie uit verschillende leeftijdscategorieën, van debutanten met nul, tot liefhebbers met veel ervaring. We vertellen menselijke verhalen. En een volk bestaat nooit alleen uit jonge mensen met soepele lichamen.’ Vanwege de samenwerking doen dit keer ook amateurs van ’t Mestreechs Volleks Tejater mee.
Mo Hulsteijn (66) geniet inmiddels lokale bekendheid door haar vaste figuratie in grootschalige Limburgse producties: ‘Ik leer veel over mezelf. Hoe ik functioneer in groepen. Hoe ik beweeg over een podium. Martin geeft iedereen aandacht. Hij eist veel, verlummelt geen tijd, maar houdt ook rekening met beperkingen zoals mijn gehoorproblemen of iemands brakke knieën.’
Jos Knubben (70), voorheen werkzaam in de financiële en notariële wereld, doet na zijn eerste figuratie in Het geluk van Limburg – ‘Ze hadden mannen nodig als mijnwerkers’ – graag opnieuw mee, nu als monnik en rechter. ‘Ik ben niet bang voor een podium. Ik heb vaak solo gezongen in een koor. Maar dit is echt heel groot. Het leuke aan massafiguratie is dat je samen een pact vormt. Deze groep werkt onderling goed. Iedereen helpt elkaar, zonder ruzie of jaloezie. Dankzij Martin, die iedereen op een lieve, intense manier laat doen wat hij voor ogen heeft.’
Margo de Kock (56), werkzaam in de culturele wereld in diverse directeurs- en bestuursfuncties, debuteert als figurant nadat ze de smaak te pakken kreeg door deelname aan de zevenjaarlijkse Heiligdomsvaart in 2025, een processie door Maastricht. ‘Het thema was toen ‘wees een bruggenbouwer’. Wij vertolkten op acht iconische bruggen scènes over verbinding tussen groepen en culturen.
‘Ik wilde nu een complete creatieve snelkookpan van kop tot staart van binnenuit meemaken. Voordat ik het wist dansten we op een draaischijf en zat ik in Martins choreografie. Hij leert ons hoe we daar veilig op en af kunnen stappen. Hij heeft geduld, is streng, maar mét humor. Hij corrigeert ons bijvoorbeeld wanneer we met jazzdancehandjes wapperen. Het is geen show maar een dráma, roept hij dan met Australisch accent. Jullie gaan allemaal dood aan het eind.’
Zijn grootste talent, beamen ze allemaal: iedere figurant het gevoel geven dat deelname ertoe doet. ‘Ik ben een mensenmens en goed met groepen’, zo verklaart Michel die aanleg. ‘Iedereen is waardevol. En zonder massa, geen volk.’ Dus koestert hij zijn figi’s, zoals hij hen liefkozend noemt. ‘Nederlanders verkleinen met ‘tje’. Australiërs maken alles graag kort: Aussies, kiwi’s, figi’s...’ vertelt de choreograaf tijdens een korte eetpauze.
De figi’s plannen hun vakanties om wekenlange optredens heen en offeren drie maanden lang elk weekend op aan repetities. De ene groep oefent op een kleine draaischijf in de voormalige Rubberfabriek Radium, de repetitieruimte van Toneelgroep Maastricht, de andere op een manege in de weilanden tussen Brunssum en Sittard en weer een clubje strijkt neer in het zaaltje van Harmonie De Greune in Wolder, dicht bij de Belgische grens.
Michel bedenkt ondertussen een heldere choreografie op het terugkerende themalied Buigen of breken, met bewegingen die makkelijk te onthouden zijn voor ongetrainde performers. Even uit het lood hangen en je gewicht van de ene naar de andere voet verplaatsen bijvoorbeeld, om te laten zien hoe armoede en honger mensen uit balans brengt.
Slepen met een voet als de toestand nijpender wordt. Of hoop en vrees uitdrukken door armen naar de hemel te reiken en vervolgens zwaar naar de grond te laten zakken. ‘Het klinkt simpel, maar het is belangrijk dat iets goed overkomt op het publiek. Het moet van grote afstand leesbaar zijn.’
Michel timet met een stappenteller eerst zelf alle opkomsten en afgangen van zijn figi’s. ‘Ik ben wiskundig en visueel ingesteld. Ik reken met een timer alle beweging uit, tot op de seconde en millimeter nauwkeurig. Die gegevens sla ik op in mijn geheugen.
Als we dan van repetitiezaaltjes naar het daadwerkelijke podium verhuizen, moet ik even schakelen en opschalen. Dan loop ik weer met een stappenteller alle afstanden na, voor en achter het podium, en reken ik alle tijdspannes om naar de definitieve schaalgrootte. Elke minuut die ik nodig heb voor het beklimmen van een stalen trap in de achterwand, extrapoleer ik naar anderhalve minuut voor de hele groep.’
Ook nummert hij de ruimtes tussen de tribunes vanwaaruit figuranten in acht subgroepen opkomen. Zijn vaste assistent Floris Devooght, dit keer toevallig ook meespelend, houdt Michels rekenkunst op papier bij. Iedere figi krijgt slechts een deel van het script, met daarin witruimtes voor schetsen en aantekeningen over eigen looproutes.
‘Ik heb dat bedacht om iedereen duidelijk te maken dat ze een belangrijk klein verhaal vertellen binnen een grotere legende. Als ze het hele script krijgen zonder witruimte, raken ze gebiologeerd door de dialogen van hoofdrolspelers. Die hoeven zij niet te kennen. Wel hun eigen cues.’ Een enkele fanatiekeling ritselt wel het complete script en leert stiekem een bijrol uit het hoofd, dromend van een doorbraak als – wie weet – ooit een speler ter plekke uitvalt.
Deze scriptmethode met aanvullende notities van Devooght bieden houvast, wanneer Michel halverwege april plots wordt weggeroepen naar Australië. Zijn moeder, wier muzikale genen hij heeft geërfd, heeft een beroerte gehad. Als middelste kind uit een gezin van vijf heeft hij haar droom – danseres worden – een generatie later waargemaakt. Na de uitvaart vliegt hij direct terug. Daags erna staat hij weer in buurtzaaltjes te oefenen met zijn figi’s: ‘The show must go on.’
Deze pinkstermaandag ziet de groep voor het eerst de immense setting in het MVV Stadion, met nieuwe ledschermen van 34 meter breed en 4 meter hoog, voor visuals van grotten, kloosters en vuurzeeën. De zon brandt ongenadig hard op de draaischijf van twaalf meter doorsnee.
De figi’s, geïmponeerd door de schaalgrootte, krijgen een rondleiding backstage en instructies van de paardeneigenaar: ‘Niet aanraken of aaien. Mocht je met een paard op de foto willen, regelen we dat backstage. Maar wees niet teleurgesteld als het niet lukt. De groep is groot.’ Ook leren ze dat scènes vanwege de timing alsnog kunnen worden geschrapt. ‘Vat dat niet persoonlijk op’, onderstreept Michel.
Kort daarna staan alle figi’s in de speciaal aangelegde paardenbak te zweten, met zwarte capes over hun schouders en knuppels, rieken, bezems, ploertendoders en koperen pannen in de aanslag. Michel zet hen nog eens aan tot vechten en moorden. Metalen huisjes vliegen in de fik. Weer sommeert hij de lach van hun gezichten te halen.
‘Je vecht voor je bestaan. Je wilt iemand doodslaan. Blijf dat kleine verhaal vertellen binnen het grote geheel. Ik check vanaf de tribune hoe alles overkomt op het publiek.’ Net als lichtspots bepalen figuranten de focus van het publiek. Wanneer zij hun blik op de juiste hoofdrolspeler richten, nemen ze toeschouwers mee in het verhaal. Kijken ze onrustig, rommelig of weg, vertroebelt dat de aandacht.
Na de zoveelste uitputtingsslag van een massale overvalscène op een klooster, inclusief stervende dorpelingen, zoekt Michel naar de juiste formulering om kritiek te verpakken in complimenten. ‘Dit was… uh, uh, uh… heel leerzaam. Het was goed qua gevecht maar nog onoverzichtelijk. We moeten nog veel tweaken.’ Over slordigheden bij opkomsten en afgangen tussen de tribunes met 6.000 zitplaatsen: ‘Als jij backstage nog stoelen ziet, zien toeschouwers jou ook!’
Michel rekent nog eens alles door met zijn inwendige stappenteller. Hier een cue erbij, daar een opkomst versnellen. Morgen weer een dag met 20.000 voetstappen in een voetbalstadion. Op de première, weet hij, moet zijn rekensom tot in de puntjes kloppen. Tot eind juni coacht hij zijn figi’s. Dan maken ze weer plaats voor voetballers op de grasmat.
Bokkenrijders door Servé Hermans Producties en Toneelgroep Maastricht i.s.m. ’t Mestreechs Volleks Tejater, 3/6 (première) t/m 28/6 in MVV-Stadion De Geusselt, Maastricht.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant