Home

Opinie: De klimaatcrisis heeft nieuwe taal nodig

Het klimaatverhaal blijft abstract en technocratisch: CO₂-reductie, adaptatievermogen, emissiedoelen. Maar woorden als ‘landschapspijn’ en ‘zomereenzaamheid’ dekken de lading beter.

Afgelopen week werd bekendgemaakt dat het KNMI voortaan een nieuw woord gaat gebruiken voor het meten van de risico’s van warmte: ‘hittekracht’. Oude definities zouden niet meer voldoende zijn om de steeds warmer wordende lentes en zomers te omschrijven. De term ‘hittekracht’ laat dus zien dat de klimaatcrisis inmiddels groter is dan onze huidige woordenschat.

Want hoewel Nederland steeds vaker te maken krijgt met hittegolven, droogte en natuurbranden, klinkt veel klimaattaal nog alsof we over een verre toekomst praten. Alsof klimaatverandering vooral een technisch beleidsdossier is en niet een werkelijkheid die onze lichamen, levens en land nu al verandert.

Over de auteurs

Merel Fiets is aankomend voorzitter van de Jonge Klimaatbeweging. Noa van der Ploeg geeft leiding aan de werkgroep Pers van de Jonge Klimaatbeweging.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

We bevinden ons in een vreemde overgangsfase. Op wetenschappelijk vlak weten we meer dan ooit over klimaatverandering, maar maatschappelijk lijken we moeite te hebben om de werkelijkheid te begrijpen. De een kijkt weg, de ander verlamt of doet alsof het niet bestaat.

Alledaagse gesprekken

Hoewel 78 procent van de jongeren klimaatverandering ziet als een serieus probleem voor Nederland, lijkt dit zich moeilijk te vertalen in onze alledaagse gesprekken. Zij zijn degenen die het langst op deze aarde zullen leven, maar beschikken niet over de woorden om hun toekomst uit te spreken. Daarnaast zijn er ook veel jongeren voor wie het klimaat een ‘ver-van-mijn-bedshow’ is, terwijl de gevolgen al hun slaapkamers insijpelen. Extremen worden extremer en het debat raakt verlamd: het klimaat heeft, anders gezegd, een brandingcrisis.

Dit komt omdat we nog steeds praten in de taal van gisteren. Het klimaatverhaal blijft abstract en technocratisch: CO₂-reductie, adaptatievermogen, emissiedoelen. Belangrijk, maar deze woorden vertellen niet hoe de klimaatcrisis werkelijk voelt. Want duurzaamheid zie je niet, klimaatverandering voel je niet. Maar de slapeloze nacht vanwege de hitte en de dorre planten door de wekenlange droogte voel je wel.

Melancholie

Daarom moeten we op zoek naar een nieuwe taal die de complexiteit van de klimaatcrisis voor iedereen toegankelijker maakt. Een gesprek over klimaat moet vertrekken vanuit het dagelijks leven: de melancholie van een landschap dat verdwijnt, de woede over politieke stilstand en de eenzaamheid van een extreem warme zomer waarin mensen zich terugtrekken achter gesloten gordijnen en airco’s.

Hiervoor zijn nieuwe woorden nodig, zoals ‘landschapspijn’ of ‘zomereenzaamheid’. Woorden die nieuwe gevoelens omschrijven zoals ‘solastalgie’: de heimwee naar een plek die nog bestaat, maar niet meer als thuis voelt omdat er zoveel veranderd is. En wat te denken van het woord ‘klimaatspagaat’: duurzame keuzes willen maken terwijl de samenleving voortdurend tegenstrijdige prikkels geeft. Of ‘plaknacht’: de reden waardoor velen afgelopen week minder goed konden slapen.

Transitiehelden

Maar er moeten ook nieuwe woorden zijn die kracht en een wenkend perspectief geven, zoals ‘samenredzaamheid’: het idee dat weerbaarheid tegen klimaateffecten niet iets individueels is, maar een collectief vermogen. Of ‘transitiehelden’: mensen die op een praktische manier de klimaattransitie teweegbrengen, van warmtepompmonteur tot stadstuinier.

Overal in Nederland zijn deze helden namelijk al in beweging. We hebben enkel nog de woorden nodig die laten zien hoe het wel kan, hoe een duurzame samenleving eruitziet. Die ons als mensen kunnen verbinden om elkaar te inspireren en gezamenlijk aan de slag te gaan om een mooier land mogelijk te maken.

Taal doet ertoe. Woorden bepalen hoe we de wereld begrijpen en welke toekomst we ons kunnen voorstellen. Ze helpen ons om orde te scheppen in de chaos, maar vooral een nieuwe wereld te verbeelden. We hoeven niet stilletjes te wachten tot een nieuwe toekomst zich aankondigt, maar kunnen deze met een nieuw klimaatvocabulaire zelf tot leven spreken.

Persoonlijk

Daarom hebben we niet alleen klimaatmaatregelen nodig, maar ook een nieuw klimaatverhaal. Een verhaal waarin klimaat breder is dan cijfers en doemscenario’s. Een verhaal waarin ruimte is voor gemeenschap, rechtvaardigheid en verbeeldingskracht. Een verhaal dat persoonlijk, herkenbaar en menselijk is. Een verhaal dat vanuit onze waarden woorden geeft aan de nieuwe werkelijkheid. Want zonder nieuwe taal blijven we hangen in oude manieren van denken.

We gaan de extremen die onze kant op komen pas echt begrijpen en bestrijden als we hun intensiteit niet meer alleen in cijfers maar ook in woorden kunnen vatten. Het nieuwe woord van het KNMI is een signaal dat we een nieuwe mentale kaart nodig hebben. Hittekracht is een mooi begin, maar de rest van ons toekomstverhaal laat zich nog schrijven. Want als de werkelijkheid verandert, moet onze taal ook mee veranderen.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next