Jolande ter Avest | advocaat Tegen familierechtadvocaten worden de meeste tuchtklachten ingediend. En dat drukt mentaal en financieel op hun werkzaamheden. De ervaren advocaat Jolande ter Avest slaat alarm: „Dit is onderdeel van de wens om ons uit te schakelen.”
Advocaat Jolande ter Avest: „Straks hebben we bij de rechtspraak de kennis op orde, maar zijn er geen advocaten meer die durven te zeggen: hier is sprake van huiselijk geweld en intieme terreur.”
‘Er zijn mensen geweest die ons kantoor binnendrongen. Die mij in het weekend – onderweg naar het theater – van de weg af probeerden te rijden. Ik ben een keer ’s avonds door de politie gebeld met de opdracht mijzelf onmiddellijk in veiligheid te brengen omdat mijn cliënte en haar kind ook naar een veilige plek waren gebracht.”
„Ik heb vier maanden mijn rechterhand nauwelijks kunnen gebruiken omdat ik zo aardig was de wederpartij voor een zitting de hand te schudden. Ik heb een zaak gehad tegen iemand die voor poging tot doodslag veroordeeld was. Na afloop zie ik hem in de auto zitten. En het enige wat hij doet is met twee vingers naar zijn ogen bewegen van ‘ik weet je te vinden’. Daar heb ik echt wakker van gelegen.”
Achttien jaar is Jolande ter Avest al familierechtadvocaat. Haar Utrechtse kantoor Avest – oud-Nederlands voor overdekte schuilplaats – staat cliënten bij in zeer complexe zaken waar sprake is van huiselijk geweld, dwingende controle en intieme terreur. Ze geldt als een autoriteit in haar vakgebied en wordt zelfs door de rechtspraak gevraagd voor trainingen.
De onveiligheid waarmee strafrechtadvocaten te maken krijgen, haalt regelmatig het nieuws. Minder zichtbaar is dat ook familierechtadvocaten doelwit zijn van intimidatie en geweld. Geregeld richt de toorn van een ex zich bij echtscheidingen en conflicten over gezag en omgang met de kinderen op de advocaat van de voormalige partner.
Begin mei veroordeelde de rechtbank Den Haag nog een 29-jarige man voor het plegen van meerdere aanslagen in 2024, waaronder een op het kantoor van de advocaat van zijn ex-partner. De rechtbank nam de man dat zeer kwalijk en woog het strafverzwarend mee. „Het is van groot belang dat advocaten, die een belangrijke bijdrage leveren aan de vormgeving en instandhouding van onze rechtsstaat, zich vrij en veilig voelen om hun taak naar behoren te vervullen.”
Vrij en veilig voelt Ter Avest zich niet. Zij maakt zich grote zorgen over haar vakgebied. Rechtszaken rond huiselijk geweld en intieme terreur zijn er veel en de vijver van gespecialiseerde advocaten zoals zij is klein. „Mijn kantoor stuurt jaarlijks zo’n vijfhonderd slachtoffers weg”, vertelt ze. „Die mensen kunnen nergens naartoe. Er zijn steeds minder advocaten die dit werk willen doen.”
De raadsvrouw wijt dat aan een combinatie van factoren. Geweld en de eerdergenoemde bedreigingen waarmee familierechtadvocaten zich geconfronteerd zien, spelen een rol. Maar de frustratie over hoe cliënten geregeld geen recht wordt gedaan, weegt ook zwaar. „Ik heb de afgelopen jaren vaak gezien dat vrouwen in de steek gelaten zijn door het systeem. Door Veilig Thuis, door de Raad voor de Kinderbescherming, door de rechtspraak.”
Volgens Ter Avest hangt dit samen met het dominante ‘vechtscheidingsframe’ binnen de hulpverlening en de rechtspraak. Dat gaat ervan uit dat beide ouders verantwoordelijkheid dragen voor het conflict en dat de oplossing vooral ligt in betere communicatie en samenwerking.
Critici stellen dat die benadering slachtoffers van huiselijk geweld en intieme terreur tekortdoet, want er is geen sprake van een ruzie tussen twee gelijkwaardige ex-partners maar van een veiligheidsprobleem. Toch wordt in dergelijke zaken vaak sterk gestuurd op gezamenlijk ouderschap en contactherstel. De kinderen kunnen daardoor een middel worden waarmee de ex-partner controle blijft uitoefenen – bijvoorbeeld door voortdurend nieuwe conflicten over de zorg te creëren.
Er is echter nóg een reden waarom het werk van familierechtadvocaten onder druk staat. En de oorzaak ligt volgens Ter Avest bij de advocatuur zelf: bij de Nederlandse Orde van advocaten, bij de lokale dekens die toezicht houden en bij de tuchtrechters die oordelen of advocaten zich wel aan de beroepsregels houden. „Zij begrijpen ons werk niet”, vertelt Ter Avest met het voor haar kenmerkende Twentse accent. „En dat voelt heel onveilig.”
Op een tafel in haar kantoor liggen netjes gestapelde dossiers en papieren. Aan de wand hangen een schilderij van Herman van Veen – „een echte” – en twee grote cartoons uit de stripreeks De Rechter van Jesse van Muijlwijk. Op een van de tekeningen zit een meisje verloren op een koffer terwijl de rechter haar vraagt: ‘Wat kan ik je bieden?’ ‘Zekerheid’, antwoordt het meisje. De plaat symboliseert voor Ter Avest dat binnen het familierecht veel sneller beslissingen moeten worden genomen.
Net zoals collega’s die complexe familierechtszaken doen, krijgt Ter Avest met regelmaat tuchtklachten aan de broek van ‘de wederpartij’. Tegen familierechtadvocaten worden met afstand de meeste tuchtklachten ingediend. Van de zeshonderd beslissingen die de Raad van Discipline in 2025 nam betroffen er 136 – bijna een kwart – tuchtzaken tegen familierechtadvocaten, blijkt uit het jaarverslag. Fors meer dan bijvoorbeeld strafrecht (dertig) en erfrecht (twintig). „Net zoals bedreigingen hangen tuchtklachten vaak samen met de wens om ons als advocaat uit te schakelen”, meent Ter Avest.
Ze vertelt dat het verweer tegen zo’n klacht heel veel energie, tijd en geld kost. Jaarlijks is ze zo’n 35.000 euro kwijt aan de medewerker op kantoor en externe advocaat die de tuchtklachten behandelt.
Zo dienden eerder dit jaar de ouders van een ex-partner van een cliënte nog een tuchtklacht tegen haar in. Aan de hand van tal van bewijsstukken had Ter Avest hun zoon bestempeld als pleger van intieme terreur in een rechtszaak rond het gezag over diens jonge dochter. Ter Avest zou zich „onnodig grievend” hebben uitgelaten, luidde de klacht. En dat is in strijd met de gedragsregels voor advocaten — die in familierechtszaken tevens de-escalerend behoren op te treden.
Ter Avest pakt er een brief bij met het rood-grijze logo van de Orde van Advocaten. Het is een zogeheten ‘dekenvisie’. Als lokale toezichthouder op de advocatuur geeft de deken bij tuchtklachten zijn gezaghebbende perspectief op de zaak. Een dekenvisie geldt als belangrijk onderdeel van het klachtdossier voor de tuchtrechter.
Deken Frédérique ten Berge van Midden-Nederland schaart zich in de brief op een belangrijk punt achter de klagende ouders. Ze schrijft dat het „voor de hand had gelegen om als formulering te gebruiken dat er sprake was van een vermoeden van intieme terreur of dat er naar de mening van cliënte sprake was van intieme terreur.” Ter Avest behoorde dus niet „intieme terreur als een vaststaand feit te presenteren zoals nu het geval is geweest”.
Voor Ter Avest voelt het als een klap in haar gezicht. „Ik ben zeer zorgvuldig in de woorden die ik kies en nooit onnodig grievend. Maar ik moet wel kunnen vertellen wat er aan de hand is.” Wat de deken van haar verwacht is bovendien volstrekt onlogisch. „Als ik over een vermoeden ga spreken, dan denkt de rechtbank: wat is dit? Weet je het niet zeker dan? Daarmee schaad ik mijn cliënt.” Ze geeft rechters nota bene training over intieme terreur en de gevolgen voor kinderen. „Dan kan ik toch niet in de zittingszaal doen alsof ik niet weet wat het is?”
Het smaakt voor de advocate nog wranger tegen de achtergrond van de uitspraak van de rechtbank Amsterdam die eind februari gepubliceerd werd. De meervoudige kamer constateert daarin dat sprake is van intieme terreur — onder meer vanwege het zeer manipulatieve gedrag van de man en diens publieke vernederingen van zijn ex. Haar cliënte heeft nu het volledige, ongedeelde gezag over haar dochter gekregen. Maar ondertussen moet Ter Avest zich nog steeds bij de tuchtrechter verantwoorden en vindt de deken dat ze de intieme terreur niet zo mocht benoemen.
Bij iedere tuchtzaak houdt Ter Avest haar hart vast. Dit voorjaar werd ze ‘vrijgesproken’ door het Hof van Discipline – ’s lands hoogste tuchtrechter – nadat de ex van een andere cliënte om vergelijkbare redenen tuchtklachten tegen haar indiende. In afwachting van de uitspraak liep ze wekenlang rond met een knoop in haar maag. „Het Hof werd gevormd door een rechter belastingrecht en een advocaat ondernemingsrecht ”, vertelt Ter Avest. „Zij vroegen mij of ik wel aan de kinderen en de belangen van meneer had gedacht. Het voelt heel onveilig om beoordeeld te worden door mensen die niets begrijpen van mijn werk.”
Het probleem, vindt Ter Avest, is dat de meetlat voor advocaten die zich met huiselijk geweld en intieme terreur bezighouden niet dezelfde kan zijn als voor ‘normale’ echtscheidingen en omgangs- en gezagzaken. Daar gaan de ouders nog op relatief normale voet met elkaar om en is het logisch om van een advocaat te verwachten dat die de-escalerend te werk gaat. Bij haar cliënten, vaak jarenlang slachtoffer van manipulatieve exen en huiselijk geweld, is dat een gepasseerd station.
Om dit toe te lichten en te vertellen hoe zwaar de huidige tuchtrechtpraktijk drukt op de beroepsgroep vroeg Ter Avest een gesprek aan met ‘haar’ deken uit Midden-Nederland, maar tot haar verbazing weigerde zij een gesprek. „Ik bel de deken niet eens meer als er een dreigende situatie is. Nog nooit, in al die jaren, is er een deken geweest die mij vroeg ‘gaat het wel?’ Ik vind het ontzettend pijnlijk dat er vanuit de advocatenorde geen steun is.”
De advocaat vreest dat het haar niet in dank wordt afgenomen dat ze met haar kritiek naar buiten treedt. Maar tegelijkertijd ziet ze geen andere mogelijkheid. „Ik maak mij geen zorgen over mijzelf, maar wel over de volgende generatie advocaten die de mond gesnoerd wordt.” Ze wijst erop dat kritiek ervoor gezorgd heeft dat de rechtspraak de laatste tijd heel serieus bezig is met het inhalen van kennis op het vlak van intieme terreur. Dat pad zouden de dekens en tuchtrechters ook moeten bewandelen, onder meer door middel van scholing en specialisatie. „Straks hebben we bij de rechtspraak de kennis op orde, maar zijn er geen advocaten meer die durven te zeggen: hier is sprake van huiselijk geweld en intieme terreur.”
NRC legde de kritiek van Ter Avest voor aan deken Frédérique ten Berge. In haar schriftelijke reactie gaat ze niet in op de vraag waarom ze een gesprek met Ter Avest weigerde. Ze stelt niet op individuele tuchtklachten te mogen reageren. Daarnaast wijst ze op het tuchtrechtelijke juridische kader waarbij in familierechtzaken „een verzwaarde zorgvuldigheidsnorm” geldt, met name indien belangen van kinderen in het geding zijn. „Dit betekent dat advocaten zich waar mogelijk de-escalerend opstellen en in ieder geval niet onnodig polariseren. Ernstige beschuldigingen mogen functioneel worden ingebracht, maar behoeven zorgvuldige formulering wanneer ze nog niet vastgesteld zijn. Een latere civiele gerechtelijke bevestiging [de uitspraak van de rechtbank Amsterdam] verandert dat kader niet.”