Donald Pols moest per direct vertrekken bij Tata Steel toen NRC dinsdag onthulde dat hij als student in Zuid-Afrika vóór de apartheid streed. Volgens verschillende historici gaan Nederland en Zuid-Afrika verschillend om met pijnlijke aspecten uit het verleden.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over Afrika en het Mondiale Zuiden.
Donald Pols moest per direct vertrekken bij Tata Steel toen NRC dinsdag onthulde dat hij als student in Zuid-Afrika vóór de apartheid streed. Volgens verschillende historici gaan Nederland en Zuid-Afrika verschillend om met pijnlijke aspecten uit het verleden.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over Afrika en het Mondiale Zuiden.
Hoe een fout wordt gewogen, hangt af van de context. In Zuid-Afrika zijn er twee absolute no-go’s na de apartheid, volgens de Zuid-Afrikaanse historicus Lindie Koorts. De eerste: mensen die tijdens de apartheid moordden voor het regime en daarover zwegen tegen de Waarheids- en Verzoeningscommissie. De tweede: anti-apartheidsstrijders die in werkelijkheid bleken te spioneren voor het etnoracistische bewind. ‘Dat zijn kisses of death’, zegt Koorts, specialist op het gebied van Afrikaner-nationalisme.
Maar iemand die tegen de afschaffing van de apartheid was? Iemand die vóór een eigen staat voor Afrikaners streed? Iemand die met nazistische symbolen zwaaide? ‘Natuurlijk zou je je daar nu voor schamen’, zegt Koorts. Maar tegen het einde van de apartheid was dat niet ongebruikelijk onder Afrikaners.
‘In Zuid-Afrika is de gangbare weg naar rehabilitatie in zo’n geval: je erkent je fouten, je vertelt wanneer je tot nieuwe inzichten kwam en omarmt dat als je nieuwe levensverhaal.’ Als je dat doet, word je volgens Koorts niet veroordeeld. De historicus is daarom geïntrigeerd door het verhaal van Donald Pols.
NRC onthulde dinsdag dat de oud-directeur van Milieudefensie als 19-jarige student de voorman was van een extreemrechtse pro-apartheidsstudentenbeweging. Pols zweeg er jarenlang over, tegen alle Zuid-Afrikaanse gebruiken in. Hij hing zelfs een poster van verzetsheld Nelson Mandela, de vrijheidsstrijder die hij als student het spreken onmogelijk maakte, boven zijn bureau.
Pols’ verleden werd aan het licht gebracht door historicus Anne-Lot Hoek, die aan een boek werkt over de apartheid in Zuid-Afrika en Namibië. Ongeveer een jaar geleden meldde iemand die anoniem wil blijven zich bij haar met een foto waarop een jonge Donald Pols te zien zou zijn tijdens een pro-apartheidsprotest. Die informatie bleef even op de plank liggen. In de tussentijd ontdekte Hoek dat Pols zich op de extreme flank van de pro-apartheidsbeweging begaf en vond ze aanvullend beeldmateriaal.
Toen Pols in het nieuws kwam met de overstap naar Tata Steel en zich op zijn geloofwaardigheid en reputatie beriep, begon het bij Hoek te knagen. In interviews refereerde Pols juist regelmatig aan Nelson Mandela en de apartheid, zonder ooit te vermelden dat hij de anti-apartheidsbeweging als student had tegengewerkt. ‘Als je zo’n hoge publiekelijke functie bekleedt als hij, waarin je je ook nog regelmatig van een opgeheven vinger bedient, vind ik dat wel problematisch.’
Dat zijn omstreden verleden ooit uit moest komen, wist het boegbeeld van de milieubeweging. ‘Ik heb nooit kunnen genieten van successen, want ieder succes ging gepaard met publieke aandacht’, zei hij daarover tegen NRC. ‘Voor mij betekende dat ook altijd: o jee, nu barst de bom.’ Toch zei Pols, die sinds zijn 21ste in Nederland woont, er nooit iets over, ook niet tegen zijn nieuwe werkgever Tata Steel. Dat heeft hem nu zijn baan gekost.
Pols’ verhaal zegt volgens historicus Koorts veel over hoe verschillend Nederland en Zuid-Afrika omgaan met pijnlijke aspecten uit het verleden. In Zuid-Afrika is het onmogelijk je apartheidsverleden verborgen te houden, want iedereen nam deel aan het systeem. ‘Hij had dit in Zuid-Afrika niet eens kunnen verzwijgen.’ Maar als je als Nederlander een fout familieverleden hebt, ben je een uitzondering. Het is iets schaamtevols, dat mensen geneigd zijn geheim te houden. ‘Ik vraag me daarom af of Pols ook had gezwegen als Nederland geen veroordelingscultuur zou hebben.’
Donald Pols werd in 1972 geboren en groeide op op de boerderij van zijn grootouders. Hun uitgestrekte erf lag in Transvaal, de Zuid-Afrikaanse provincie die ooit een bijzondere status genoot als zelfstandige Boerenrepubliek. Het gebied stond indertijd bekend als een aartsconservatief bolwerk van Afrikaner-nationalisme. De Nederduits Gereformeerde Kerk, waarbij Pols’ familie was aangesloten, was sterk hiërarchisch en repressief. ‘Afrikaners die zich niet aan de regels hielden, werden verstoten’, zegt Koorts. ‘Liberaal was een regelrecht scheldwoord.’
Begin jaren negentig ging Pols, net na zijn leeftijdgenoot Elon Musk, naar de Universiteit van Pretoria, een van de prominente Afrikaanstalige universiteiten van het land, waar de Engelstalige jeugd van kleur zich liever niet begaf. Pols werd er, blijkt uit het verhaal van NRC, de leider van een studentenvereniging met de naam Afrikaner Studente Front, die pleitte voor een eigen staat voor witte Afrikaners. De groep had vermoedelijk rond de twintig leden en gebruikte het Odal-runesymbool, dat ook door de nazi’s werd gebruikt.
Het was een onrustige tijd, zegt Koorts. Nelson Mandela werd vrijgelaten in 1990. De Zuid-Afrikaanse president Frederik Willem de Klerk begon onderhandelingen met Mandela’s partij ANC, maar de uitkomst was ongewis. Grote en kleine vragen (‘Is er nog plek voor Afrikaners in dit land?’ en ‘Wat gebeurt er met Afrikaanstalig onderwijs?’) hingen boven de markt, wat overal in het land tot geweldsexplosies leidde. ‘Tussen 1990 en 1994 zijn er meer doden gevallen dan tijdens de hele apartheidsperiode.’
De campussen van Afrikaanstalige universiteiten zoals die in Pretoria ontwikkelden zich tot debat-arena’s, waar pro- en anti-apartheidsstrijders kwamen om zieltjes te winnen. Pols’ vereniging stelde zich tot doel om anti-apartheidsstrijders het spreken onmogelijk te maken.
Hoe verwerpelijk dat ook is, ongewoon was het niet, zegt Koorts, die zelf tot twee maanden geleden lesgaf aan de Universiteit van Pretoria. De studentenbewegingen van de Konserwatiewe Party en de Nasionale Party deden hetzelfde. ‘Het ontslaat Pols niet van zijn verantwoordelijkheid. Maar het was voor iemand met zijn achtergrond geen ongebruikelijk gedrag.’
De teneur op die conservatieve universiteiten was tegelijkertijd niet representatief voor de opvattingen van alle Afrikaners. De Afrikaanssprekende gemeenschap was geen homogene groep, zegt Margriet van der Waal, hoogleraar Zuid-Afrikaanse letterkunde, cultuur en geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, die zelf enkele jaren na Pols opgroeide in Johannesburg. ‘Er waren ook toen al Afrikaners die de etnisch-culturele politiek afkeurden en voor een democratische transitie pleitten, maar die vond je eerder in de stedelijke gebieden dan op het platteland.’
Om de verschillende posities onder Afrikaners te duiden, werd vanaf de jaren zestig gesproken over de verkramptes en de verligtes. ‘De verkramptes waren de conservatieven die hamerden op het behoud van de Afrikaner identiteit en eigenheid’, aldus Van der Waal. ‘De verligtes zagen in dat de apartheid niet langer houdbaar was of vonden het zelfs ronduit verwerpelijk.’ Binnen de twee groepen bestonden ook allerlei schakeringen. Donald Pols bevond zich overduidelijk op de uiterst rechtse vleugel van de verkrampten.
Dat Pols’ studentenvereniging streed voor een eigen staat voor Afrikaners, maakte hem onder uiterst rechtse verkramptes geen uitzondering. Het werd ook ingebracht tijdens de onderhandelingen over het einde van de apartheid en daar boekte het conservatieve kamp succes, zegt Van der Waal.
Vlak voor de afschaffing van de apartheid in 1994 werd, om de Afrikaners binnenboord te houden, vastgelegd dat Afrikaners en andere Zuid-Afrikaanse culturele groepen het recht op zelfbeschikking kregen. Daarom bestaat de in 1991 opgerichte stad Orania, die uitsluitend mag worden bewoond door Afrikaners, tot op de dag van vandaag.
Ook nazisymboliek kwam je in die dagen regelmatig tegen, zegt Koorts. Opnieuw benadrukt ze hoe de Zuid-Afrikaanse context destijds verschilde van de Nederlandse. ‘Ja, natuurlijk werd het gebruikt om te refereren aan witte suprematie. Maar het symbool was hier minder beladen, omdat Zuid-Afrika de Tweede Wereldoorlog niet had meegemaakt.’
Wel staat daarmee onomstotelijk vast dat Donald Pols en de zijnen zich aan de uiterst rechtse kant van het debat begaven, en een extreme minderheid vormden. Toen witte Zuid-Afrikaners in 1992 in een referendum werden gevraagd naar de afschaffing van het apartheidsregime, stemde 69 procent voor de afschaffing. Pols vertrok een jaar later naar Nederland.
Anne-Lot Hoek, de historicus die als medeauteur van het NRC-stuk Pols’ verhaal naar buiten bracht, vindt het te makkelijk Pols’ levensverhaal te nuanceren door het af te doen als jeugdzonde of als gangbaar in de kringen waarin hij zich begaf.
‘Hij had zich op de universiteit ook met andere mensen kunnen omringen en hij was niet zomaar lid, maar voorzitter’, zegt ze. ‘Dat het een klein clubje was zou ook niet moeten uitmaken, want als Nederlandse studenten lid zijn van een extreemrechtse groepering veroordelen we dat ook. Het gaat er ook om dat hij er daarna nooit publiekelijk transparant over was en er geen verantwoordelijkheid voor nam.’
Tegelijkertijd valt het Hoek sinds de publicatie van dinsdag op hoe ‘typisch Nederlands’ er wordt gereageerd op het nieuws, passend bij de Nederlandse herinneringscultuur. ‘We hebben in Nederland grofweg twee thema’s waarop wij scherpe lijnen tussen goed en fout trekken: de Tweede Wereldoorlog en de apartheid. Over thema’s als de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd in Bali (het onderwerp waarop Hoek is gepromoveerd, red.) of kolonialisme oordeelden we lange tijd veel milder.’
Net als de Zuid-Afrikaanse historicus Lindie Koorts erkent Hoek dat Zuid-Afrika coulanter oordeelt over het apartheidsverleden van mensen. Toch wil ze dat niet als voorbeeld nemen. ‘Wij schieten in Nederland soms door met onze veroordelingen, maar Zuid-Afrika worstelt nog steeds met het feit dat er, behalve bij de Waarheids- en Verzoeningscommissie, amper rekenschap is afgelegd voor het verleden, waardoor het echte gesprek tussen bevolkingsgroepen hapert. Dat is ook niet iets om jaloers op te zijn.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant