is natuurkundige en oud-politicus.
De recensies van de eerste honderd dagen kabinet-Jetten trekken dezer dagen aan ons voorbij in krantenkolommen, nieuwsrubrieken en opiniepeilingen. Er wordt niet mals geoordeeld. RTL had even naar de mening van zijn nieuwspanel gevraagd. Nog 22 procent vertrouwen. Wat zegt zo’n cijfer in een land dat sowieso klapchagrijnig over de politiek is geworden na drie landelijke verkiezingen in vier jaar tijd?
Ter vergelijking: kabinet-Schoof, toch niet de maat der dingen als het om effectief besturen gaat, stond na vier maanden nog op 36 procent. En dat was ná desastreus verlopen begrotingsonderhandelingen – compleet met schreeuwen en huilen – en chaotische Algemene Beschouwingen, waarin de asielnoodwet een asielnoodmaatregelenwet werd. Daarbij vergeleken is het kabinet-Jetten een baken van rust.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Maar het is juist die rust die kiezers niet bevalt. Na twee kabinetten die niets voor elkaar kregen, was hun immers een regering beloofd die ‘aan de slag’ zou gaan en ‘doorbraken’ zou forceren op stikstof, woningbouw, migratie en economie. Het was dan wel een minderheidskabinet, maar dat mocht de pret niet drukken.
Met hulp van juichende talkshowduiders en gewichtig kijkende politicologen probeerden de minderheidspartijen van hun onmacht om een normale meerderheid te vinden hun kracht te maken. Die zuurpruimen van de oude politiek moesten niet zo zeuren. Al koffiedrinkend zou dit minderheidskabinet, soepel zwierend van links naar rechts, telkens wisselende meerderheden voor zijn plannen organiseren.
Alsof de BBB haar steun voor zorgbezuinigingen niet zou verbinden aan de voorwaarde dat boeren met rust gelaten worden bij het maken van stikstofplannen. Alsof Pro klimaatbeleid zou steunen dat betaald wordt uit ingrepen in sociale zekerheid. In La La Land misschien.
Maar niet in de zeventiende economie van de wereld. Een land met complexe problemen die, juist doordat ze jarenlang doorgeëtterd hebben, volledig met elkaar verknoopt zijn geraakt. Zo’n land, Nederland, regeer je niet met een keuzemenu, maar met samenhangende plannen, ondersteund door een begroting waarin keuzes in balans zijn gebracht en waarin dus niet selectief kan worden gewinkeld.
Informateur Rianne Letschert wijdde destijds in haar verslag nog wel een paar zinnen aan de vraag of deze coalitie er wel verstandig aan deed om op losse onderwerpen te proberen meerderheden te vinden. Maar ze had de fractievoorzitters in de ogen gekeken en had ‘bij meerdere gesprekspartners de bereidheid gezien onderwerpen losstaand te beoordelen’. Hoeveel het er waren staat er niet, noch hoeveel zetels ze vertegenwoordigen in Tweede en Eerste Kamer.
Niettemin moedigde de informateur de bewindspersonen vrolijk aan om met een kan koffie de Kamer in te gaan en op hun eigen dossiers iets te regelen met de oppositie. Dus leurt de minister van Volksgezondheid met een voorstel om het eigen risico te verhogen. Rechtse partijen kunnen het wellicht steunen, maar willen invloed op wat er met de opbrengst gebeurt. En daar gaat Sophie Hermans niet over. Dus dat plan sneuvelt.
Hans Vijlbrief (Sociale Zaken) kan voor de hervorming van WW en WIA alleen een akkoord met de ‘polder’ sluiten als hij op zijn minst de mogelijkheid krijgt om ook van de sterkste schouders zwaardere lasten te vragen. Maar de coalitiepartner houdt de deur daar potdicht. Minister Sjoerd Sjoerdsma van Ontwikkelingssamenwerking raakte zelfs zo in de war van de instructies dat hij eerst rechts en daarna links probeerde te paaien inzake steun aan Gaza. Met als gevolg dat beide zich bedrogen voelen en de Eerste Kamer over anderhalve week zijn begroting verwerpt. Iets dat in Nederland sinds 1919 niet meer gebeurde.
De strategie van wisselende meerderheden op losse onderwerpen kan in de prullenbak. Er moet een vaste samenwerkingspartner voor het beleid gevonden worden. Maar over wie dat dan moet zijn en welke concessies daarvoor nodig zijn, worden de coalitiepartijen het niet eens.
Daarmee komt het meest cynische scenario steeds dichterbij: een Prinsjesdagbegroting waar alle gevoelige lastverzwaringen en bezuinigingen uit gehaald zijn en die dus ook geen grote doorbraken of investeringen meer bevat. De coalitie kan dan verder. Maar het land blijft stilstaan.
De keuze voor deze minderheidsvariant was vanaf het begin al buitengewoon riskant, maar in de wereld van vandaag is dat totaal onverantwoord. Het is nu te laat voor een volwaardig meerderheidskabinet, maar niet voor een daadkrachtig meerderheids-akkoord dat steunt op beide Kamers van het parlement. Aan de slag.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant