is tv-recensent voor de Volkskrant en schrijft over film.
We beginnen vandaag met een kleine persoonlijkheidstest. Bent u…
A)…iemand die met een strak gezicht en strenge dictie criminelen bevecht? Gefeliciteerd, u bent een type Ellie Lust!
B)…iemand die bekendstaat als ‘Kezus van Nazareth’, een Bach-tattoo heeft en tussendoor ook nog oplichters aanpakt? Gefeliciteerd, u bent een type Kees van der Spek!
C)…iemand die als kind geen lid mocht worden van de toneelclub en daarom als volwassen man regelmatig malle outfitjes aantrekt om misstanden bloot te leggen? Gefeliciteerd, u bent een type Alberto Stegeman!
D)…iemand die in houthakkersbloesjes allerhande gespuis aanpakt en tegelijkertijd leuke grapjes blijft maken? Gefeliciteerd, u bent een type Dennis van der Geest!
Onrechtbestrijders zijn er op de Nederlandse televisie in allerlei soorten en maten, maar ik zou mijzelf toch het meest omschrijven als een Dennis van der Geest-hooligan.
Van der Geest presenteert op SBS 6 programma’s als Het blok en Waar is mijn erfenis?, maar nergens is hij beter op zijn plek dan in Bureau onrecht, waarin hij samen met een team van experts opkomt voor mensen die zich ‘belazerd’ voelen.
In de aflevering van dinsdag was er bijvoorbeeld sprake van een ‘dropshipdebacle’ (een malafide webwinkelverkoper), ‘kozijnenonrecht’ (een malafide aannemer) en iemand die zijn gekochte frietkraam niet wilde afbetalen.
‘Wat kan ik voor je betekenen?’, vroeg Van der Geest aan een van de slachtoffers. ‘Zorgen dat hij het trucje niet kan herhalen.’
In een maffiafilm zou menig kruimelcrimineel daar bloednerveus van worden, en in Bureau onrecht is dat niet anders, zeker toen Van der Geest later zei: ‘Als je een afspraak maakt met Bureau onrecht, dan hou je je eraan. Zo niet, dan kom ik gewoon weer gezellig langs.’
Wat helpt, is dat Van der Geest presenteert als een judoka. Hij worstelt zonder te worstelen, hij begrijpt dat alles in dit genre een kwestie is van imponeren, van kijken en van uiterlijk vertoon. Hij wacht de boefjes altijd op, meestal bij een deur of op een straathoek. Omdat hij weet dat ze kansloos zijn zodra ze hem zien.
Het zit ook in zijn net wat slomere manier van praten: de stem vaak monotoon, maar geëmotioneerd waar het moet. ‘Je wordt echt belázerd!’, zei hij tegen een vrouw die een wollen trui bestelde, maar werd afgescheept met goedkope troep.
Te ernstig wordt het nooit. Tegen de vrouw die geen wollen trui ontving, maar wel haar geld terugkreeg, zei Van der Geest: ‘Nog steeds geen wol, maar wel een soort cash-mir!’
Aan het eind van de aflevering sloopte Van der Geest eigenhandig (en rechtmatig!) een wielklem om frietkraam ’t Patatje op Wielen terug te geven aan de oorspronkelijke eigenaar, want ‘Bureau onrecht laat nooit los’. De misdaadcijfers zullen weldra flink gaan teruglopen. Als Van der Geest ‘gezellig’ langskomt weet elke crimineel: het is einde verhaal.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant