Lokale politiek Als eerste van de vier grote steden presenteerde Amsterdam het coalitieakkoord, van PRO en D66. Er moeten honderden miljoenen worden bezuinigd, maar tóch wil de stad werken aan het verbeteren van woningen.
Zita Pels (PRO, in het rode jasje) en Melanie van der Horst (D66, ernaast, in witte jurk) presenteerden het Amsterdamse coalitieakkoord en stelden de wethouders van de hoofdstad voor.
De komende vier jaar draait het in Amsterdam vooral om één ding: wonen. Het nieuwe stadsbestuur, zo bleek woensdagochtend bij de presentatie van het coalitieakkoord, maakt van de wooncrisis de absolute prioriteit. Amsterdam is van ons allemaal, was woensdag de boodschap in de openbare bibliotheek in de Bijlmer. Iedere Amsterdammer heeft recht op een betaalbare, passende woning. PRO Amsterdam en D66, die de coalitie vormen, kiezen nadrukkelijk voor volkshuisvesting en meer overheidsregie op de woningmarkt. Woningbouw moet weer een publieke opgave worden, geen verdienmodel. Ook niet voor de gemeente zelf.
Amsterdam is de eerste van de vier grote steden met een coalitieakkoord. Terwijl de formatie in Rotterdam, Utrecht en Den Haag vastliep, was al vroeg duidelijk dat partijleiders Zita Pels (PRO) en Melanie van der Horst (D66) – de partijen haalden samen 25 zetels – er uit wilden komen.
Dat wonen centraal staat, is niet verrassend. Het was hét thema in de verkiezingscampagne en juist op dit dossier werden de verschillen zichtbaar tussen GroenLinks, PvdA en D66, na acht jaar gezamenlijk bestuur. GroenLinks-lijsttrekker Pels verklaarde openlijk de oorlog aan huisjesmelkers en ‘het grote geld’, terwijl de PvdA zich richtte op betaalbare woningen voor Amsterdammers met een laag- en middeninkomen. D66 legde de nadruk vooral op bouwen: méér en sneller.
De koers van GroenLinks en PvdA, die na de verkiezingen samen opgingen in PRO Amsterdam, is in het akkoord duidelijk leidend. Niet maximaal bouwen, maar het creëren van een ‘complete stad’ met goede voorzieningen is het uitgangspunt. Een stad waar ook „leraren, agenten, zorgmedewerkers, ondernemers en jonge gezinnen” een plek kunnen vinden. De coalitie wil ook meer huizen bouwen, maar noemt geen concrete aantallen. De afgelopen jaren deed Amsterdam dat wel: tot 2025 moesten meer dan 50.000 woningen bij komen, om het enorme woningtekort in de stad op te lossen.
Het nieuwe stadsbestuur wil de regie op de woningmarkt terugpakken met onder meer strengere handhaving, controles op twintigduizend huurwoningen, meer ruimte voor wooncoöperaties en een hardere aanpak van speculatie en malafide verhuurders. De doelstelling voor sociale woningbouw blijft 40 procent.
Ook de samenstelling van het nieuwe college weerspiegelt de politieke verhoudingen in de hoofdstad. PRO levert zes van de negen wethouders en krijgt de sleutelportefeuilles Financiën, Volkshuisvesting en Onderwijs. D66 neemt onder meer Economische Zaken, Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit op zich. De opvallendste nieuwkomer is Esmah Lahlah (PRO), die voortijdig de Tweede Kamer verruilt voor Amsterdam en zich zal richten op kansengelijkheid.
De coalitie legt enkele nieuwe accenten: er komt een wethouder Senioren die moet werken aan een ‘vergrijzingsagenda’ waarin bijvoorbeeld aandacht moet zijn voor passende ouderenwoningen in de wijken. Naar verwachting is in 2050 het aantal Amsterdamse 65-plussers gestegen van 13 tot 17 procent, een toename van meer dan 67.000 mensen.
De ambities van PRO en D66 moeten worden waargemaakt in een periode waarin het geld schaarser wordt. Amsterdam krijgt net als veel andere gemeenten te maken met oplopende kosten, hogere rentelasten en onzekerheid over toekomstige bijdragen van het Rijk. Daarom kiest de coalitie voor een omvangrijk bezuinigingsprogramma én een reorganisatie van het gemeentelijke apparaat. Die operatie is al in gang gezet: de organisatie telt inmiddels zo’n 22.000 medewerkers en geldt als log en moeilijk aanstuurbaar. Onder leiding van oud-brandweercommandant Tijs van Lieshout moet het ambtenarenapparaat fors afslanken.
Om het huishoudboekje op orde te krijgen, meldde Het Parool vorige week, wil het college tot 2030 ongeveer 350 miljoen euro besparen. Tegelijk zoekt de coalitie naar nieuwe inkomstenbronnen om investeringen in de stad mogelijk te houden. Om die reden wordt bijvoorbeeld de toeristenbelasting stapsgewijs verhoogd van 12,5 naar 20 procent. Opvallend is dat wonen desondanks voorrang krijgt: de ozb (belasting voor huiseigenaren) gaat niet omhoog en de gemeente wil vaker bijspringen bij projecten die voor corporaties of marktpartijen niet vanzelf rendabel zijn.
Tot slot valt op wat níét in het akkoord staat. Vergeleken met vier jaar geleden is de toon een stuk pragmatischer. Waar het vorige college nog grote plannen had op terreinen als onderwijs, gezondheid en drugsbeleid, draait dit akkoord vooral om uitvoering. Dat blijkt ook uit dossiers die de afgelopen jaren veel aandacht kregen.
Het ‘ingezetenencriterium’ voor coffeeshops (het weren van bezoekers van buiten Amsterdam) wordt expliciet niet ingevoerd: de coalitie vindt het net als preventief fouilleren geen passend veiligheidsinstrument. En het plan voor één groot erotisch centrum maakt plaats voor onderzoek naar meerdere kleinschalige locaties. Daarmee verdwijnt een van de meest zichtbare projecten van burgemeester Halsema naar de achtergrond. Het past bij een coalitie die minder nieuwe plannen presenteert en vooral wil laten zien dat zij bestaande problemen kan oplossen.