Demonstreren Het kabinet geeft, tot op zekere hoogte, gehoor aan de wens van de Tweede Kamer om het demonstratierecht te verscherpen. Het verbod op gezichtsbedekkende kleding laat wel op zich wachten; ministers Pieter Heerma (Binnenlandse Zaken, CDA) en David van Weel (Justitie, VVD) willen in gesprek met de Kamer over alternatieven.
Demonstranten tegen de komst van een azc in Den Bosch blokkeerden afgelopen maand de A59 bij die stad.
Het kabinet wil dat burgemeesters sneller kunnen ingrijpen en dat rellende demonstranten harder worden gestraft. Dat schrijven ministers Pieter Heerma (Binnenlandse Zaken, CDA) en David van Weel (Justitie, VVD) woensdag in een brief aan de Kamer.
De ministers verwijzen naar de demonstraties van afgelopen maand, waarbij demonstranten van Extinction Rebellion tijdelijk het treinverkeer rond Utrecht Centraal platlegden. Ook de gewelddadige protesten in Loosdrecht tegen de komst van een noodopvang worden genoemd. „Daar waar geweld tegen mensen, politici, hulpverleners of gebouwen en goederen wordt gebruikt, is er vanzelfsprekend geen enkele sprake meer van een demonstratie die door het recht beschermd kan worden”, aldus de ministers.
Een meerderheid van de Kamer, voornamelijk op rechts, heeft de afgelopen jaren al meermaals verzocht het demonstratierecht nog verder in te perken, omdat protesten te vaak zouden leiden tot verstoring van de openbare orde of tot geweld.
Hier geeft het kabinet, tot op zekere hoogte, gehoor aan. Zo kunnen burgemeesters straks met de aanpassing van de wet makkelijker demonstranten dwingen zich van de ene locatie naar de andere te verplaatsen wanneer een demonstratie uit de hand dreigt te lopen. Demonstranten kunnen bijvoorbeeld met een bus naar een andere plek in de gemeente verplaatst worden. Daarnaast verkent het kabinet de optie waarbij burgemeesters makkelijker kunnen ingrijpen als het misgaat tijdens demonstraties. Hierbij wordt een zogenoemde ‘noodbevoegdheid’ voor burgemeesters opgenomen binnen de Wet openbare manifestaties (Wom).
Ook wil het kabinet dat rechters mensen die de wet overtreden tijdens demonstraties, harder straffen. Hierbij wordt de strafbepaling van de wet aangepast, waardoor rechters strafbare feiten tijdens demonstraties zwaarder kunnen laten meewegen.
Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) publiceerde afgelopen najaar op verzoek van het kabinet een onderzoek naar het demonstratierecht. De onderzoekers concludeerden dat ingrijpende wijzigingen van het demonstratierecht niet vereist zijn en dat de overheid „terughoudend dient te zijn met het stellen van beperkingen”. De grootste knelpunten zijn volgens de onderzoekers zichtbaar in de praktijk, zoals het niet aanmelden van demonstraties, het ontbreken van kennis over het demonstratierecht bij burgers en de overheid, en de beperkte politiecapaciteit.
Wel zou het verankeren van een noodbevoegdheid in de Wom volgens deze onderzoekers een mogelijkheid kunnen zijn om burgemeesters duidelijkere handvatten te geven om noodbevoegdheden bij demonstraties toe te passen. Zo is er al een noodbevoegdheid opgenomen in de Gemeentewet, maar die is niet bedoeld voor het inperken van de demonstratievrijheid.
Ook de Nationale Ombudsman schreef afgelopen week dat burgemeesters niet de behoefte hebben aan verdere wettelijke beperkingen van het demonstratierecht. Zo biedt de Wet openbare manifestaties voldoende mogelijkheden om een demonstratie in goede banen te leiden en waar nodig te beperken, aldus de Ombudsman.
Partijen op de rechterflank in de Kamer willen ook dat er een aparte wet komt die gezichtsbedekkende kleding verbiedt. De ministers willen dit niet direct invoeren, schrijven ze in de brief, omdat het kritische reacties zou hebben opgeleverd bij de consultatie van het wetsvoorstel.
Het wetsvoorstel trekken ze echter nog niet in, ze willen eerst in gesprek met de Kamer om te kijken naar alternatieven. Zo heeft de politie voorgesteld te verkennen of het dragen van gezichtsbedekkende kleding door demonstranten die geweld plegen, kan worden gewogen bij de strafoplegging. In het najaar debatteert de Kamer hierover.