Frustraties over het gebrek aan bestuurlijke daadkracht leven breed in Den Haag. Een mislukt project van defensie laat zien dat die stroperigheid niet eenvoudig is opgelost.
‘Ik wens kabinet en Kamer de moed om grote werken te wagen voor onze toekomst’, zei president Pieter Duisenberg van de Rekenkamer vorige week. Aanleiding voor die hartenkreet waren de jaarlijkse onderzoeken van de Rekenkamer naar de slagkracht van de Nederlandse overheid. Kernvragen: is het geld goed besteed? Zijn de doelen gehaald?
‘Niet echt’, concludeerde Duisenberg zelf. ‘We zien een opvallend gebrek aan vooruitgang… Ik heb het gevoel dat Nederland is blijven stilstaan.’
Politiek redacteur Frank Hendrickx bericht wekelijks over de mechanismen achter de politieke gebeurtenissen.
De Tweede Kamer debatteert woensdag met premier Rob Jetten en minister van Financiën Eelco Heinen verder over de bevindingen van de Rekenkamer. Zeker is dat Duisenberg niet alleen staat in zijn gevoel van malaise, maar is een gebrek aan moed de hoofdoorzaak?
Wie in Den Haag iets voor elkaar wil krijgen, moet zich een weg banen door een web van aanbestedingsregels, landelijke en Europese wet- en regelgeving, inspraak- en bezwaarprocedures, (Europese) interdepartementale overleggen, adviesorganen, externe toezichthouders, kritische media, een sceptisch electoraat en een versnipperd politiek landschap. Het is, kortom, nogal complex om grote werken voor elkaar te krijgen.
Niet voor niets zit de huidige ploeg van bewindslieden vol mensen die hebben geleerd om te navigeren door die bestuurlijke complexiteit. Premier Rob Jetten is bestuurskundige, vicepremier Bart van den Brink is bestuurskundige, vicepremier Dilan Yesilgöz studeerde cultuur, organisatie en management. Meerdere andere bewindspersonen hebben een vergelijkbare achtergrond of studeerden rechten of politicologie. Voor veel topambtenaren geldt hetzelfde. Inhoudelijke kennis is secundair. Wat heb je aan vakmensen als die hopeloos verdwalen in het bureaucratische oerwoud?
Tegelijkertijd leeft er in Den Haag volop frustratie over de stroperigheid. Volgens een ex-bewindspersoon is er in Den Haag een enorme fixatie op ‘het proces’. Een ministerie laat zien een probleem serieus te nemen door er veel mensen op te zetten. Die mensen moeten weer worden aangestuurd en er komen evaluaties, overleggen en verantwoordingsprocedures. Het proces gaat zo alles overheersen, terwijl het oorspronkelijke doel uit zicht raakt.
Een voorbeeld dat op te vissen valt uit de duizenden pagina’s onderzoek van de Rekenkamer is het zogenoemde Defensie Bewakings- en Beveiligingssysteem (DBBS). Meerdere bewindspersonen kregen met dat project te maken, maar het liep uiteindelijk uit op een mislukking. Het is een van de redenen waarom de Rekenkamer al vier jaar achtereen oordeelt dat de beveiliging van militaire objecten – kazernes, vliegtuigen, schepen, voertuigen, radarinstallaties, wapensystemen, data – ondermaats is, terwijl het om een cruciale taak van defensie gaat. De toezichthouder spreekt van ‘een ernstige tekortkoming’, het zwaarst mogelijke oordeel.
Het DBBS kent een lange Haagse geschiedenis. Al in november 2012 informeerde toenmalig minister Hans Hillen de Tweede Kamer dat de beveiliging en bewaking van 170 locaties van defensie hoognodig aan vernieuwing toe was. De toenmalige lappendeken van 45 verschillende systemen was storingsgevoelig en reparaties duurden steeds langer. ‘Het einde van de levensduur’ zou in 2014 een feit zijn.
Het hele proces om tot een nieuw systeem te komen – van de zogenoemde behoeftestellingsfase tot de aanbesteding – werd nauwgezet, maar met enige vertraging doorlopen. Uiteindelijk ging defensie in 2016 in zee met twee leveranciers, Thales en Unica. Vanaf 2019 zouden alle locaties met elkaar in verbinding staan en vanuit één futuristische ‘monitoringsfaciliteit’ in de gaten worden gehouden.
Wat volgde was uitstel op uitstel. Het project was volgens een ingewijde ‘op de grens van wat in die tijd technisch mogelijk was’ en er was relatief weinig geld voor gereserveerd. Toch werd nooit de stekker eruit getrokken. Steeds weer werd geprobeerd om via aanpassingen het systeem werkbaar te krijgen. Het proces werd voortgezet, het doel – een betere beveiliging – bleef uit zicht.
Het project duurde zo lang dat in de tussentijd de technologie van het nieuwe systeem zelf verouderd raakte. De omstandigheden veranderden eveneens. In 2012 waren terroristen nog de grootste bedreiging, maar inmiddels vormen ook ‘statelijke actoren’, zoals Rusland, een groot gevaar, wat weer een andere beveiliging en bewaking vraagt.
Na jaren vertragingen besloot defensie eind 2025 alsnog te stoppen met de verdere ontwikkeling van DBBS. Het systeem is slechts ‘op een beperkt aantal locaties geïnstalleerd’, aldus de Rekenkamer.
Aan het prijskaartje valt dat niet af te lezen. Het project stond voor 216 miljoen euro in de boeken, maar de totale kosten komen – onvoltooid – nu uit op 425 miljoen euro, blijkt uit de laatste begroting.
Het ministerie is nu op zoek naar een andere leverancier. Zo begint het hele proces opnieuw, maar nieuwe complicaties zijn er ook: Amerikaanse leveranciers zijn in het huidige tijdsgewricht geen goede optie en Chinese technologie vormt ook een risico.
Het illustreert dat besturen zelden eenvoudiger wordt. Bijna ieder kabinet pleit voor minder regels en minder ambtenaren, maar de werkelijkheid is weerbarstig.
Hoe dat kan worden doorbroken, blijft onderwerp van debat. Veel moderne politici en topambtenaren zijn komen bovendrijven in de huidige complexe omgeving en gedijen daar waarschijnlijk ook beter in dan anderen. Ze moeten nog bewijzen dat zij ook de meest voor de hand liggende personen zijn om die complexiteit te verminderen.
Source: Volkskrant