Rechts brult, maar kent nauwelijks publieke ambitie of bestuurlijke gedrevenheid. Daarom is ‘het tijd voor een linkse aanval op middelmatigheid’, schreef Toine Donk in een opiniestuk. Volkskrantlezers reageren.
‘Amen’, dacht ik toen ik het opiniestuk van Toine Donk las. Het zou inderdaad goed zijn als er politieke bestuurders zouden opstaan die niet het eigen politieke belang vooropstellen, maar het vaak benoemde ‘landsbelang’. Maar één ding miste Donk mijns inziens in zijn heldere en vlammende betoog en in zijn compliment aan het Nederlandse ambtenarenkorps.
Ja, het ambtelijke apparaat in Nederland is van hoog niveau; zeker het kennisniveau. Maar het is ook vooral volgzaam, zo is mijn ervaring. Omhoog kijkend of het eigen – gedurfde – argument wel of niet gepermitteerd is, alvorens het te uiten. Het stramien is tamelijk strak, het ambtelijk korset doorgaans nogal nauw. ‘Minister uit de wind houden’ is opgelegd pandoer.
Een goed voorbeeld van die andere inzet is Sandra Palmen, zij van die roemruchte toeslagennotitie die onder in een lade belandde. Nu is ze staatssecretaris op hetzelfde thema.
Het zou goed zijn als hogere ambtenaren afwijkende inbreng van de lagere echelons niet te snel zien als tegenwerking, maar juist als een gezamenlijke inspanning, samen toewerkend naar het optimum.
Wouter de Jong, IJsselstein
Toine Donk wenst een ‘linkse aanval op middelmatigheid’. In grote lijnen kan ik me vinden in zijn betoog, maar ik vind ook dat Donk verzuimt man en paard te noemen. Het is niet alleen ‘de politiek’ als geheel die de impasse waarin Nederland zich bevindt veroorzaakt. Ook een bepaald deel van de Nederlandse kiezers is medeschuldig.
Nederland heeft een grote middenklasse, die niets te klagen heeft en wiens enige angst is dat een linkse regering hen geld gaat kosten. Men kijkt niet verder dan de eigen bubbel, en concludeert: ‘niks meer aan doen’. Dat allerlei voorzieningen hard achteruitgaan wordt niet gevoeld, omdat men zelf wel zonder kan. Die middenklasse stemt vooral op partijen die hun specifieke belangen dienen.
In de afgelopen twintig jaar hebben voornamelijk VVD en CDA het beleid bepaald. Het CDA manifesteerde zich in die periode als een soort christelijke VVD. In deze jaren is Nederland omgevormd tot iets dat veel op een nachtwakersstaat begint te lijken. De overheid bemoeit zich zo min mogelijk met de burger, zorgt dat iedereen die ruim boven modaal verdient (de achterban van VVD en CDA) niks tekort komt, en blust slechts hier en daar een brandje.
Alle problemen die iets meer politieke durf vereisen heeft men voor zich uitgeschoven. Deze stagnatie gaat onder het huidige kabinet gewoon door.
Het moment voor een ‘linkse aanval op middelmatigheid’ komt pas als het mes serieus in het vlees van de Nederlandse middenklasse gaat snijden.
Hans Valk, Dordrecht
Toine Donk schrijft dat het tijd is voor een ‘linkse aanval op middelmatigheid’. Maar dan moet er wel wat te kiezen zijn op links (in Nederland). Op rechts is voor bijna iedere subgroep een politieke partij, groep of eenmanspartij gevormd. Op links alleen Pro met actiegroep Partij voor de Dieren en aanhangwagen SP.
Waar is bijvoorbeeld het wat conservatievere linkse geluid gebleven? Economisch links maar dan wel met de wens om gereguleerde asielinstroom en alleen een praktische belangstelling voor stikstof, gender, diversiteit en andere veelkostende linkse hobby’s.
Links bestaat in Nederland alleen nog voor hoogopgeleide mensen, gewone mensen met gewone banen stemmen tegenwoordig rechts.
Kees de Jong, Utrecht
De oproep van Toine Donk voor een linkse aanval op middelmatigheid is me uit het hart gegrepen. Mijn grote probleem met bijvoorbeeld het nieuwe ‘linkse’ vehikel in aanbouw Pro is dat het het denkt haar relevantie te kunnen ontlenen aan een bundeling van twee gelijkgestemde partijen met een middelmatige cultuur die echter als een grauwsluier werkt. Het is allemaal te bedacht en beredeneerd, vanuit hoe het nu eenmaal werkt.
Zoals we weten worden leiders niet geconstrueerd, maar komen ze bovendrijven. Dus waar o waar komt in stroomlijn met Donks pleidooi een nieuwe leider op links bovendrijven, die bereid is door roeien en ruiten te gaan? Living on the edge: boeiend, verbindend en beweging creërend in plaats van alles dood te redeneren en ingepakt door de politicologische klasse.
Een cultuuromslag, hoofd, hart en handen en desnoods met je bek over het asfalt, in plaats van blijven hangen en enkel redeneren vanuit haalbaarheid. Tja, Jesse en de fusiebelievers ...
Marien van Schijndel, Deventer
Een interessant opiniestuk over politieke moed. Er wordt een gebrek aan politieke daadkracht en lafheid beschreven en gelijktijdig de loftrompet over de ambtenarij. Als praktiserend huisarts zie ik binnen de spreekkamer de gevolgen van politiek beleid op het gebied van de gezondheidszorg.
Als kanttekening bij het opinieartikel van Toine Donk dient vermeld te worden dat de laatste jaren de verschillende ministeries er een dagtaak aan hebben om het huidige en oude falende politieke beleid te verdedigen. Dit om de huidig verantwoordelijke minister in het zadel te houden. De kwaliteit van het te verdedigen beleid speelt hierin een ondergeschikte rol. Dit gaat ten koste van het maken van werkelijk goed beleid.
Tevens dient vermeld te worden dat het al dan niet gebruiken van de zelfstandige bestuursorganen (ZBO’s), zoals maar niet limitatief binnen de volksgezondheid: Zorginstituut Nederland, Nederlandse Zorgautoriteit en College Beoordeling Geneesmiddelen, wordt ingezet om politieke besluiten te verplaatsen naar een doolhof van niet publiekelijk controleerbare instituties.
Ook gebeurt het dat netelige kwesties daar juist niet belegd worden om politiek onwenselijke uitkomsten te voorkomen. Samen met het niet controleerbare overleg dat tussen politiek (al dan niet samen met zorgverzekeraars) en deze zogenoemde zelfstandige bestuursorganen plaatsvindt, is dit een onwenselijke situatie.
Als werkelijk het doel is het vertrouwen in de overheid te herstellen, dan dienen deze instituties en mechanismen ook meegenomen te worden, omdat deze een remmend karakter kunnen hebben op de politieke verandering en daadkracht.
Henk Dinkelberg, huisarts, Apeldoorn
Mijn complimenten voor het artikel van Toine Donk. Toch een kleine aanvulling. Ook in Nederland nam het toenmalige kabinet-Colijn in 1933 wettelijke maatregelen om de landbouwcrisis te bezweren. Doel was het aanbod te verkleinen, en daarmee de prijzen te stabiliseren.
Er kwamen beperkingen voor de veestapel. Het Rijk kocht overtollig vee op, hun vlees werd ingeblikt en tegen een zacht prijsje verkocht aan armen, werklozen en het leger. Boeren kregen compensatie, maar niet genoeg. Velen gingen failliet. Het was de eerste keer dat het Rijk ingreep in de landbouwsector.
De boeren waren woedend. Ook de directeur van het Bredase slachthuis, J.J. Meier, liet van zich horen. Hij vreesde werkloosheid bij boeren, slagers en in het slachthuis en voorzag een aanslag op de volksgezondheid. Er werd ook gesproken van staatsdictatuur, geïntroduceerd door Berlijn en Moskou, overgenomen door Nederlands rijksambtenaren die van toeten noch blazen wisten.
Toch had dit ingrijpen succes. Het leidde tot een gedeeltelijk herstel; In 1937 keerde het tij ten gunste.
Letta Karskens, Breda
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant