Home

Nooit eerder te zien, nu wel in Rotterdam: werk van de New Yorkse straatfotograaf Helen Levitt

Op een tentoonstelling in Kunsthal Rotterdam is werk te zien van de New Yorkse straatfotograaf Helen Levitt (1913-2009) dat nooit eerder tentoongesteld is. De ondernemende gastcurator Joshua Chuang, die in contact kwam met de erfgenamen van Levitt, had mazzel.

is kunstredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over fotografie en de zakelijke kant van de kunstwereld.

Op een tentoonstelling in Kunsthal Rotterdam is werk te zien van de New Yorkse straatfotograaf Helen Levitt (1913-2009) dat nooit eerder tentoongesteld is. De ondernemende gastcurator Joshua Chuang, die in contact kwam met de erfgenamen van Levitt, had mazzel.

is kunstredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over fotografie en de zakelijke kant van de kunstwereld.

Ze trekt met haar camera door migrantenwijken in New York, waar het leven zich in de buitenlucht afspeelt. Ze legt veelal kinderen vast, krijtend op straten en stoepen, ravottend, elkaar troostend, dartelend in de fonteinen van opengezette brandkranen. Ondanks de economische crisis – de beurskrach in 1929 is gevolgd door de lang aanhoudende Great Depression – straalt dit werk de vrolijke autonomie uit van de jeugd. Het is 1938 en Helen Levitt maakt, na een jarenlange aanloop, foto’s waarmee ze later bekend zal worden.

Vijftig jaar later vereeuwigt ze een tafereel dat ook vermaard zal worden: een moeder vult met haar lichaam zowat een hele telefooncel, een kind heeft zich erbij gewurmd, een tweede lijkt daarin met moeite te gaan slagen. De opname is niet alleen komisch, maar toont ook de hechtheid van een gezin.

Dat Helen Levitt (1913-2009), geboren in de New Yorkse wijk Brooklyn uit ouders van Russisch-Joodse afkomst, op 25- én 75-jarige leeftijd erin slaagt zulke goede beelden te schieten, zegt veel over haar talent en inzet.

Ze wist het straatleven te vangen als ‘een dans die gechoreografeerd is door de camera’, schrijft de aan de universiteit van Cambridge verbonden Freya Field-Donovan in de catalogus bij de overzichtstentoonstelling Helen Levitt City at Play, nu te zien in Kunsthal Rotterdam. ‘Levitt had een scherp oog voor het fysieke. Haar foto’s behandelen op welsprekende wijze de menselijke vorm, met de nadruk op gebaar, lijn en de ruimte tussen lichamen.’ In de catalogus wordt herhaaldelijk gewezen op de grote interesse die Levitt had voor dans. En ze was gek op films van de komiek Charlie Chaplin, ook een meester in choreografie.

Fotograaf van menselijke interactie

Via een huisvriend, een niet onverdienstelijke fotograaf, rolde Levitt op jonge leeftijd het vak in. Ze bezocht bijeenkomsten van de Photo League, het New Yorkse collectief van fotografen die met hun werk aandacht vroegen voor sociale misstanden. ‘Ik besloot om foto’s te nemen van mensen uit de werkende klasse’, vertelde Levitt op 88-jarige leeftijd in een van de spaarzame interviews die ze heeft gegeven – ze hield er niet van om over haar verrichtingen te praten.

In 1935 zag ze werk dat haar een ander pad deed inslaan. ‘Ik realiseerde me dat fotografie kunst kon zijn. Dat maakte me ambitieus.’ De maker van dat werk was Henri Cartier-Bresson, de Franse fotograaf die later wereldberoemd zou worden.

Hij hielp haar en schonk haar een foto die ze haar verdere leven (ze werd 95) zou koesteren. Ze kocht dezelfde Leica-camera die hij gebruikte. Een paar jaar later zocht ze een andere grootheid op, fotograaf Walker Evans. Ook de Amerikaan gaf haar advies en liet haar zelfs foto’s van hem afdrukken.

Ze wist met haar straatfotografie een eigen taal te ontwikkelen. Haar opnamen blinken uit doordat ze zo humaan zijn, zegt Joshua Chuang, de Amerikaanse gastcurator van de tentoonstelling, tijdens een kort verblijf in Rotterdam. Hij is sinds 2023 directeur fotografie bij galerie Gagosian, met vestigingen in Amerika, Europa en Azië, en stelde daarvoor een reeks boeken en tentoonstellingen samen met het werk van grote fotografen als Robert Adams.

Chuang: ‘Ze fotografeerde geen monumentale gebouwen. Ze fotografeerde geen beroemde mensen of de hogere klasse. Ze fotografeerde geen belangrijke gebeurtenissen, terwijl het een tumultueuze tijd was. Ze fotografeerde de emotionele en fysieke interacties van mensen.’

Wegbereider van kleurenfotografie

Ook om een andere reden is Levitt een bijzondere fotograaf. Ze trok vroeg de aandacht met haar foto’s: in 1943 kreeg ze al een solo-expositie in het Moma (Museum of Modern Art in New York). Niettemin durfde ze risico’s te nemen. In 1959 vroeg ze met succes een beurs aan om de ‘nieuwste technieken van kleurenfotografie’ te kunnen gaan gebruiken.

Op dat moment was zwart-wit de norm in de wereld van de serieuze fotografie en stond het gebruik van kleur gelijk aan heiligschennis. Pas vanaf 1976, toen William Eggleston met zijn felle kleurenfoto’s een (door critici afgekraakte) solo-tentoonstelling in het Moma kreeg, begon dat langzaam te veranderen.

Waarom Levitt al zo vroeg met kleurenfilm ging experimenteren, is nooit helemaal duidelijk geworden. In de Tweede Wereldoorlog had ze werk gevonden in de filmwereld. Ze monteerde vele jaren films, maakte er ook enkele zelf en greep daar tussendoor steeds weer naar haar Leica. Chuang veronderstelt dat de vroege toepassing van geavanceerde kleurentechnologie in de filmwereld haar op het idee bracht om deze innovatie ook in haar fotografie toe te passen.

Joel Sternfeld, die veel van haar leerde en zelf ook een bekende fotograaf werd, houdt het er in zijn bijdrage aan de catalogus op dat avontuurlijkheid in haar aard zat. ‘Helen Levitt heeft zich altijd tegen verveling verzet.’

De kleurendia’s die ze in 1959 en 1960 schoot, werden volgens haar allemaal gestolen bij een inbraak in haar appartement in 1970. Ze besloot daarna opnieuw met kleurenfilm op pad te gaan. Straatfotografie was toen niet meer zo makkelijk als voorheen. Door de opkomst van airconditioning en televisie bleef iedereen veel meer binnen.

New York was bovendien ernstig in verval geraakt, de misdaad tierde er welig. Sternfeld: ‘Crack tastte het sociale weefsel aan van de buurten waarin Levitt werkte.’

Hij vergezelde zijn 31 jaar oudere collega bij het fotograferen. ‘Ik was er om veiligheid te bieden – wat volkomen absurd was, want als iemand beveiliging nodig had, was ik het wel. Zij was zo afgestemd op de straten, zo gracieus in haar gebaren dat ze onzichtbaar werd.’

Sternfeld constateert dat Levitt zich, ondanks de grimmigheid op de straten, bleef concentreren op het dagelijkse leven. Ze richtte haar lens, zo schrijft hij, op volwassenen die op de stoep zitten te roddelen en ‘de tijd langzaam voorbij laten gaan op lange, zachte zomermiddagen’. En op de jeugd natuurlijk. ‘De ware eigenaren van de straat – kinderen – spelen met elkaar met inventiviteit. Hier is geen polemiek, alleen pure gratie.’

Verborgen schatten

Levitt stond erom bekend dat ze veel van haar werk verborgen hield voor de buitenwereld. Chuang sprak met de curatoren van haar eerste retrospectief in 1991, die hem vertelden dat ze, tot hun frustratie, lang niet alles van haar konden krijgen van wat ze hadden willen exposeren. In Kunsthal Rotterdam hangen nu evenwel foto’s die het publiek nooit eerder heeft kunnen zien.

Zo’n vijf jaar geleden kwam Chuang in contact met de familie Levitt, en uiteindelijk met een achternicht van de fotograaf, Sara Levitt. Zij beheert het persoonlijke archief van haar oudtante (die ongetrouwd bleef en geen kinderen had). Overeengekomen werd dat deze verzameling, waaruit na haar overlijden in 2009 maar een beperkt aantal foto’s was getoond op een expositie in Wenen, de basis zou worden van een nieuwe, door hem samengestelde tentoonstelling.

Een ander deel van haar werk was in het bezit geweest van de fotograaf en grafisch ontwerper Marvin Hoshino, volgens Chuang een ‘goede bekende en medewerker’ van Levitt, ‘die later in haar leven haar beschermer werd’. Na de dood van Levitt erfde hij een omvangrijke collectie van haar werk. Hoshino overleed in 2020.

Via zijn erfgenamen kreeg kreeg Chuang op een laat moment ook toegang tot dit deel. ‘Toen ik dat voor het eerst zag, dacht ik: o mijn God, dit is het ontbrekende puzzelstukje.’ Hij werd de eerste curator die toegang kreeg tot het hele archief.

Daarin trof hij onder meer talloze ontwikkelde filmrolletjes aan, verpakt in papier met een paar trefwoorden erop. Op deze wijze archiveerde Levitt haar foto’s. Door de rolletjes te scannen en op elke opname te zoeken naar zaken waaruit een tijdsperiode kan worden afgeleid, zoals film- en verkiezingsposters, wist hij de chronologie van haar werk vast te stellen. Zij bleek er met haar datering vaak naast te zitten, mogelijk omdat ze pas later uit haar hoofd jaartallen aan haar foto’s toewees.

Chuang vond daarnaast onbekende vintage afdrukken. Ook ontdekte hij een overzicht met zwart-witreproducties van de kleurendia’s die in 1959 en 1960 waren ontvreemd. Tot zijn verbazing stuitte hij op originelen van opnamen die op deze lijst stonden. ‘Er is nog een behoorlijke hoeveelheid dia’s uit 1959.’

Tragedie en komedie

Het is gissen waarom Levitt volhield dat alles van het vroegste kleurenwerk was gestolen. Misschien kwam dat verhaal haar goed uit om verzoeken af te wimpelen. Een reden kan ook zijn dat ze niet zo georganiseerd was, oppert Chuang. ‘Ze was een kunstenaar. Ze wilde gewoon dingen maken.’

Met de door hem samengestelde expositie hoopt de curator bij te dragen aan een grotere bekendheid van haar oeuvre. Hij slaat dat hoger aan dan dat van beroemd geworden tijdgenoten van haar. ‘Ik vind het geweldig hoe breed de menselijke ervaring aanwezig is in haar werk: tragedie, komedie, liefde, haat, wreedheid, mededogen, vooroordelen, tederheid. En ze erkent het allemaal op een manier die universeel is.’

Helen Levitt - City at Play, Kunsthal Rotterdam, t/m 4/10. Bij de tentoonstelling is een catalogus verschenen: Helen Levitt, Thames & Hudson, € 63,95.

Source: Volkskrant

Previous

Next