Burgemeesters krijgen een ruimere bevoegdheid om demonstraties te verplaatsen, zegt minister Pieter Heerma (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, CDA) in gesprek met de Volkskrant. ‘De regels om op te treden als een demonstratie dreigt te ontsporen, verdienen een update.’
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over justitie.
Burgemeesters krijgen een ruimere bevoegdheid om demonstraties te verplaatsen, zegt minister Pieter Heerma (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, CDA) in gesprek met de Volkskrant. ‘De regels om op te treden als een demonstratie dreigt te ontsporen, verdienen een update.’
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over justitie.
Over het demonstratierecht is al jaren discussie, nu het middel met enige regelmaat ontaardt in ernstige verstoring van de openbare orde en openlijke geweldpleging. Van de heftige coronaprotesten, boeren en XR-activisten op de snelweg of het spoor, tot vandalisme op universiteiten, het ingooien van de ruiten van het D66-partijkantoor en de rellen rond opvanglocaties voor asielzoekers.
Het ‘recht tot betoging’ is sinds 1983 opgenomen in de Grondwet. Het bijbehorende ‘bestuurlijk instrumentarium’, zoals Heerma dat noemt, staat in de Wet openbare manifestaties (Wom) en de Gemeentewet. De coalitiepartijen D66, VVD en CDA hebben afgesproken dat het demonstratierecht onder de loep wordt genomen. In een brief aan de Tweede Kamer schrijven Heerma en minister David van Weel (Justitie en Veiligheid, VVD) nu wat hun plannen zijn.
‘Voorop staat dat demonstreren een grondrecht is en dat de bijbehorende wetgeving al veertig jaar robuust is’, zegt Heerma. ‘Er is al die jaren nagenoeg niets aan veranderd, omdat veruit de meeste demonstraties probleemloos verlopen. Maar sinds enige jaren is er maatschappelijke en politieke discussie over protesten die wel ontsporen. We zien ook copycatgedrag. Het bestuurlijk instrumentarium om dat te voorkomen, verdient aanvulling en verbetering.’
Al tijdens de vorige kabinetsperiode, in augustus 2024, zei Van Weel tegen de Volkskrant: ‘Demonstreren is fantastisch, maar doe dat op de plek die daarvoor is aangewezen. Ik wil kijken of we binnen het demonstratierecht grenzen kunnen stellen.’ Van Weel wilde toen nog wachten op een rapport van het wetenschappelijk instituut WODC van zijn ministerie. Dat verscheen in oktober 2025 en concludeerde dat ingrijpende wijzigingen in het demonstratierecht niet nodig zijn. Het adviseerde wel een aantal kleinere aanpassingen.
Belangrijkste wijziging is wat in jargon de ‘gedwongen bestuurlijke verplaatsing’ van een demonstratie heet. ‘Daar bestaan nu al mogelijkheden voor’, zegt Heerma, ‘maar dan als heel zwaar middel, gekoppeld aan bestuurlijke ophouding.’ Een demonstratie wordt dan door de politie afgebroken, de demonstranten worden verplaatst en enige tijd ‘opgehouden’, wat een vrijheidsberoving inhoudt.
Heerma: ‘Uit de praktijk hoor ik dat een lichtere verplaatsingsmogelijkheid enorm zou helpen op het moment dat iets dreigt te escaleren. Burgemeesters hebben er behoefte aan om te kunnen zeggen: demonstreren is prima, maar niet hier. Dat willen we in de Gemeentewet regelen. Het middel om groepen van personen te verplaatsen is dan ook te gebruiken bij een evenement dat uit de hand dreigt te lopen of bij een voetbalstadion met hooligans.’
De Nationale ombudsman zei vorige week na eigen onderzoek: ‘Burgemeesters hebben geen behoefte aan meer zeggenschap om demonstraties te verplaatsen.’ Hoe rijmt u dat met wat u hoort?
‘Het onderzoek van de ombudsman lees ik vanuit het perspectief van de rechten van de burger. Logisch, daar heb ik begrip voor. Met het demonstratierecht wil ik niet lichtvaardig omgaan, maar er spelen wel allerlei dilemma’s. Met name kleinere gemeenten zeggen mij op allerlei drempels te stuiten als zij willen ingrijpen bij demonstraties die dreigen te ontsporen, ook omdat zij er minder ervaring mee hebben. Dus de stelling van de ombudsman, dat het lokale gezag er geen behoefte aan heeft om sneller te kunnen ingrijpen, ook preventief, is niet het beeld dat wij ophalen in gesprekken hierover.’
Hoe verhoudt verplaatsen zich tot het recht om binnen zicht- en gehoorafstand te demonstreren tegen het object of de persoon waartegen het protest is gericht?
Heerma: ‘Wij werken de variant van lichtere verplaatsing, zonder ophouding, de komende tijd verder uit. Met het principe van sight and sound levert dat geen spanning op, omdat eerst een rechtmatig bevel om te vertrekken zal worden gegeven.’
U wilt in de Wom een ‘noodbevoegdheid’ opnemen. Maar die staat al in de Gemeentewet. Waarom is dat dan nodig?
‘In de praktijk bestaan twijfels over de legitimiteit om gemeentelijke noodbevoegdheden bij demonstraties toe te passen. Want ze beperken de grondwettelijke betogingsvrijheid. Wij hebben signalen ontvangen dat een specifieke noodbevoegdheid bij demonstraties, met duidelijke criteria en verankerd in de Wom, vooral het lokale gezag in kleinere gemeenten helpt om te weten wanneer dit middel mag worden toegepast. Ook het WODC geeft dit in overweging.’
In de Kamerbrief zet u ook in op zwaardere straffen voor relschoppers. Rechters moeten ‘strafbare feiten gepleegd tijdens demonstraties zwaarder laten wegen’. Gaat u op de stoel van de rechter zitten?
‘Nee, maar wij zijn wel de wetgever. In een demonstratie mag je gemiddeld wat meer, kort gezegd, maar tegelijkertijd heb je je aan de wet te houden. Als wij wettelijk extra ruimte maken om zwaardere straffen op te leggen, mogen we ook het Openbaar Ministerie en de Rechtspraak daarop attenderen.’
Tegelijkertijd ziet u niets in een aparte strafbepaling voor actievoerders die snelwegen of het spoor blokkeren, zoals VVD-Kamerlid Ingrid Michon-Derkzen in een aangenomen motie heeft gevraagd.
‘Nee, hier helpt een nieuwe strafbaarstelling niet. Blokkeren van vitale infrastructuur is verboden. We kunnen wel helpen de daadwerkelijke handhaving te vergemakkelijken. Bijvoorbeeld door die bestuurlijke verplaatsing.’
Is een landelijk verbod op gezichtsbedekkende kleding bij demonstraties van de baan?
‘Nee, zo staat het niet in de brief. Wij gaan dat wetsvoorstel niet intrekken. De Kamer heeft bij herhaling moties aangenomen dat dit er moet komen. Maar er is in de consultatie wel omvangrijke kritiek op gekomen. Het zou niet helpen, het zou niet proportioneel zijn. Daarover moeten we met de Kamer in gesprek.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant