Home

De tijd dat literatuur voor aangename orgasmes zorgde, ligt achter ons

Op een zaterdagochtend stapte ik op het Leidseplein in Amsterdam in tram 24. Er zat een grote gele vlek op mijn blouse waarvan ik me afvroeg hoe die daar was gekomen. Zonnebrandcrème? Een oprisping van mijn zoon?

De tram was vrijwel leeg en we waren nog niet vertrokken of een vrouw van midden zestig die verderop zat, stond op en kwam naast me zitten. Ze droeg een grote zonnebril en eerst zweeg ze, maar toen we langs het Van Gogh Museum reden zei ze: ‘Nu ik je in het echt zie, moet ik het je toch zeggen.’

Israël en de Joden, dacht ik. Net nu ik zo’n vlek op mijn blouse heb. De ervaring leert dat als mensen zeggen ‘ik moet het je toch zeggen’, ze over Israël en de Joden beginnen. Zelden zegt iemand na zo’n begin: ‘Ik kom zo aangenaam klaar als ik een paar regels van je heb gelezen.’ De tijd dat literatuur voor aangename orgasmes zorgde, ligt achter ons.

Deze vrouw zei: ‘Ik lees je al jaren.’ En ze voegde eraan toe: ‘Ik kom net uit Venetië, heerlijk, heb jij nog reisjes achter de rug?’

Ze wilde een praatje maken. Dat scheelde. Al hield ik zekerheidshalve een tas voor de vlek.

‘We waren in Parijs’, zei ik.

‘Veel musea bezocht zeker?’

Ik besloot eerlijk te zijn. ‘Geen een’, zei ik. ‘We zijn geweigerd bij een club. De vorige keer mochten we naar binnen. Dit keer niet. ‘Pas ce soir’, zei de portier.’

Mevrouw was niet onder indruk, terwijl ik de afwijzing een week later nog akelig voelde nabranden.

Bij de Gerrit van der Veenstraat zei ze: ‘Hier moet ik eruit, ik ga lunchen bij een vriendin.’

Toen ze de tram had verlaten, zette ik de tas die ik voor mijn vlek had gehouden op de stoel naast me.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next